Op 1 juni 2026 ging Rik Opsommer met pensioen als stadsarchivaris van Ieper, na een carrière van dertig jaar. Rik is doctor in de geschiedenis en ook hoogleraar aan de Universiteit Gent (UGent). In 1993 verdedigde Rik bij professor doctor Jos Monballyu zijn proefschrift over het leenrecht in Vlaanderen (veertiende en vijftiende eeuw). Hij is sinds 2001 deeltijds verbonden aan het Instituut voor Rechtsgeschiedenis van de UGent als hoogleraar. Rik werkte dertig jaar als archivaris bij het stadsarchief van Ieper, sinds 1996. Het Ieperse stadsarchief is een van de oudste in Vlaanderen. Al in 1819 werd de eerste stadsarchivaris (Lambin) aangesteld. Andere illustere voorgangers waren Isidore Diegerick en Arthur Merghelynck. Enkel Isidore was langer in dienst als stadsarchivaris dan Rik.
Na de vernietiging van het archief in 1914 bouwden bibliothecarissen Julien Antony en Octaaf Mus geleidelijk aan het archief weer op. In 1992 werd het stadsarchief opnieuw een autonome instelling. Sindsdien groeide het personeelsbestand naar zes medewerkers (4,7 voltijdsequivalenten). Een hoogtepunt was ongetwijfeld de verhuizing in 2009 naar de nieuwe infrastructuur op de site Neerstad, samen met de bibliotheek en de academie. Sinds 2012 beschikt Stadsarchief Ieper over het kwaliteitslabel voor culturele archieven en sinds 2019 is het door de Vlaamse overheid erkend als bovenlokale culturele archiefinstelling.
Onder impuls van Rik werden thematische klemtonen in de collectie versterkt: onder andere rond grensvorming (vestingbouwkunde, militaire geschiedenis, bisdom), architecturale en institutionele wederopbouwarchieven en het rijke verenigingsleven. Het archief beschikt ook over een mooie collectie van ruim 4500 oude drukken.
Rik was in maart 2001 een van de medeoprichters van het West-Vlaams Archievenplatform.
In zijn vrije tijd reist Rik meestal per trein, vooral naar Centraal-Europa. Privé verzamelt hij onder andere treingadgets, buitenlandse bierglazen en toeristische koffietassen.