Voor bijna alle bigtechapplicaties ligt er al een publieke variant op de plank, die relatief eenvoudig en goedkoop aangepast kan worden en op een eigen manier geïntegreerd. De valkuil, gegraven door big tech zelf, is dat veel mensen denken dat internet en computers te technisch zijn, en dan maar overgelaten moeten worden aan techneuten. Mensen worden daardoor slechts passieve consumenten, die gemakkelijk te beïnvloeden zijn door technische systemen.
Bibliotheken kunnen mensen helpen zich hiervan los te maken en hen laten inzien dat zij ook in het digitale landschap betekenisvolle inspraak hebben. Bibliotheken zijn goed gepositioneerd om te dienen als facilitator van digitale democratische betrokkenheid, waarbij mensen in plaatselijk verband zeggenschap krijgen over de inrichting en het gebruik van hun digitale landschap. Voor het digitaal organiseren van verenigingen of buurten kunnen applicaties zoals DeltaChat in plaats van WhatsApp gebruikt worden. Het web werkt goed voor publicaties als die een Digital Object Identifier (DOI) hebben en deze digitale objecten door bibliotheken gecategoriseerd en gearchiveerd worden, maar denk ook aan publicaties met behulp van applicaties zoals The Rogue Scholar (voor wetenschappelijke weblogs), Mastodon (in plaats van Twitter/X), en PeerTube (in plaats van YouTube/Vimeo).
De bibliotheek is een plek waar een groot deel van de bevolking in technologische ontwikkelingen meegenomen kan worden, en waar betrouwbare informatie rond de laatste wetenschappelijke inzichten qua technologie gedeeld wordt. Als universiteiten en hogescholen hun digitale lesmaterialen via dat publieke netwerk overzichtelijk delen, krijgen inwoners direct toegang tot hoogwaardig onderwijsmateriaal. Het publiek kan zo bijvoorbeeld leren hoe AI- en quantumtechnologie, chips en computers werken. Het is ook de plek om met elkaar te blijven evalueren en bespreken of technologie nog wel goed werkt, en te ontdekken waar verbetering nodig is. Hierdoor kunnen nog meer mensen zich vrijmaken van de huidige platforms en wordt technologie dienstbaar aan het onafhankelijk leren denken, zoals op het vroege internet.
Conclusie
Betrouwbare informatie- en communicatie-infrastructuur, die bibliotheken bieden in oorlogs- en vredestijd, heeft als basis een alternatief publiek internet, dat bibliotheken, universiteiten, hogescholen, onderzoeks- en overheidsinstellingen verbindt. Een alternatief dat het commerciële internet niet volledig hoeft te vervangen: er bestaan tenslotte ook publieke tv-zenders naast de commerciële tv-zenders. Het is echter onverstandig alléén van het commerciële internet afhankelijk te zijn, want het risico op disrupties en kwalijke effecten van big tech is te groot.
Bibliotheken hebben de mogelijkheid en de maatschappelijke verantwoordelijkheid om dit alternatief aan te bieden. Mensen en gemeenschappen worden door een nieuw netwerk in staat gesteld om, met hulp en begeleiding van de bibliotheek, autonomie en eigenaarschap te krijgen over het online digitale landschap en de onderliggende computer- en netwerktechnologie. Bibliotheken zijn een essentiële schakel voor een menselijk internet, dienstbaar aan de ontwikkeling en verheffing van mensen en gemeenschappen
Met dank aan Cor van Beuningen (Socires) voor het kritisch meelezen en het aandragen van verbeteringsvoorstellen.