Algemeen financieel beeld
Aan alle 116 deelnemende bibliotheken werd gevraagd hoe hun budgetten in 2026 evolueerden. Het algemene werkingsbudget bleef in 2026 volgens de meeste respondenten gelijk (33,7%) of nam toe, vooral met 0-5% (20,2%) en 5-10% (10,6%). Dalingen kwamen minder vaak voor, met 11,5% die een daling van 0-5% meldde en telkens 2,9% tot 4,8% voor grotere dalingen.
Ook het collectiebudget bleef meestal stabiel (31,7%), maar kende daarnaast relatief vaak een stijging van 0-5% (19,2%) of 5-10% (11,5%), het aandeel met een daling bleef beperkt en de onzekerheid was klein (1,9%).
Bij het investeringsbudget was het beeld minder eenduidig: 38,5% zei dat het gelijk bleef, terwijl 13,5% een sterke daling van meer dan 20% rapporteerde en 20,2% dat niet kon inschatten.
Het is belangrijk om bij deze (en volgende) cijfers in het achterhoofd te houden dat een gelijkblijvend budget betekent dat er meestal toch minder aangekocht kan worden door de indexering van de prijzen.
Begrotingsaanpassingen
Dit jaar deed 36,51% van de bibliotheken aanpassingen aan de begroting. Vorig jaar was dat 28,89%. Bij iets meer dan een kwart van die bibliotheken daalde het werkingsbudget (26,83%). Dat is iets minder dan vorig jaar: toen gaf 29% een vermindering van het werkingsbudget aan. Vorig jaar werd bij 20% van deze bibliotheken het werkingsbudget verhoogd, dit jaar was dat bij 21,95%. Bij 39% van deze bibliotheken bleef het werkingsbudget gelijk.
Het collectiebudget en het investeringsbudget volgen dezelfde lijn. Ook daar bleef dat voor circa 39% gelijk, en daalden die budgetten bij ongeveer een kwart van de bibliotheken die een aanpassing aan hun begroting deden (respectievelijk 26,83% en 24,39%).
Nieuw dit jaar is dat er ook naar aanpassingen van de IT-budgetten gevraagd werd, en het budget voor beroepsopleiding. Het IT-budget bleef bij 53,66% gelijk en daalde bij 14,63%, 12,2% gaf een stijging aan. Het budget voor beroepsopleiding bleef bij 70,73% gelijk en daalde bij 12,2% van de bibliotheken, terwijl geen enkele bibliotheek een stijging aangaf van dat budget.
Kortom: de bibliotheekbegrotingen bleven overwegend stabiel, maar waar er aanpassingen voorkwamen, ging het meestal om beperkte verschuivingen: een lichte toename van het aantal aangepaste begrotingen, met vooral gelijkblijvende of licht dalende budgetten en slechts sporadische verhogingen voor IT en beroepsopleiding.