Bibliotheekmonitor 2026

META Nummer 2026/4

Bibliotheekmonitor 2026

Geschreven door Elselien Dijkstra
Gepubliceerd op 04.06.2026

De verwachting is dat de bibliotheken er allemaal zijn, maar ondertussen wordt er niet echt in geïnvesteerd

Martine Balcer
IMPORTANT
© Bibliotheek Hasselt Limburg

Sinds 2011 stuurt de VVBAD jaarlijks de Bibliotheekmonitor naar alle openbare bibliotheken in Vlaanderen. Dit jaar vulden 116 bibliotheken de vragenlijsten in. Jurgen Waegeman (Muntpunt) en Martine Balcer (Openbare Bibliotheek Hasselt) delen wat hen opvalt.

In 2011 werd de Bibliotheekmonitor in het leven geroepen. Sinds 2016 – toen de decretale verplichting om een openbare bibliotheek in elke gemeente te hebben verdween en de financiële middelen niet langer geoormerkt werden – ontstonden er zorgen over het voortbestaan van kwaliteitsvolle openbare bibliotheken in elke Vlaamse gemeente. De Bibliotheekmonitor is daarom een belangrijk instrument om de vinger aan de pols te houden, maar niet alle bibliotheken vinden de mogelijkheid om hem in te vullen. Toch maakt de monitor een tendens zichtbaar. Jurgen Waegeman en Martine Balcer merken dat waakzaamheid geboden is.

Jurgen Waegeman, hoofdbibliothecaris van Muntpunt: “Ik heb het gevoel dat de bibliotheken die meegedaan hebben aan de monitor wel standhouden als het gaat over budgetten, maar dat het toch niet zomaar vanzelfsprekend is of blijft. Dat we met dezelfde middelen (gesteld dat de meeste bibliotheken nog dezelfde middelen krijgen) toch veel meer maatschappelijke verwachtingen moeten invullen.”

“Die shift naar meer maatschappelijke verwachtingen is op zich eigenlijk een goede zaak”, stelt Jurgen Waegeman. “Ik denk dat bibliotheken superrelevant zijn voor de samenleving en ook heel veel maatschappelijke impact hebben of kunnen hebben. Maar natuurlijk betekent dat ook wel dat daar vanuit lokale besturen op ingezet moet worden. Die shift naar die nieuwe maatschappelijke opdrachten en verwachtingen betekent dat er geïnvesteerd moet worden in aangepaste ruimte, en in eigen vaste infrastructuur om die derde plek te kunnen zijn en om die maatschappelijke rol te kunnen opnemen. Dat zie ik toch wat minder gebeuren, als het gaat over investeringsbudgetten en investeren in personeel. Dat is hetgeen wat toch opvalt in de resultaten van de Bibliotheekmonitor: die krimpen.”

“De krimpende personeelsbestanden, dat is iets zorgwekkends. We kunnen als sector natuurlijk niet zomaar ineens al die mensgerichte rollen opnemen: mensen helpen op het gebied van sociale inclusie, de digitale kloof tegengaan, polarisatie in de samenleving tegengaan. Dat vergt meer inzet op participatie en partnerwerking, en andere vaardigheden van mensen. Het is een uitdaging om onze lokale besturen ervan te overtuigen om daarin te investeren, en ook om daar zelf een relevant verhaal voor te ontwikkelen. We moeten bewaken dat er op een duurzame manier geïnvesteerd wordt, zowel in aangepaste goede plekken als in mensen.”

IMPORTANT
© Bibliotheek Hasselt Limburg

Ook Martine Balcer, directeur van Openbare Bibliotheek Hasselt, ziet die tendens: “Wat ik zie, is dat er op personeelsinzet toch wel heel erg bespaard wordt. En ook op investeringen, het gebouw en materiaal. Dat zijn nu net onderdelen die heel erg belangrijk zijn voor de dienstverlening, de kwaliteit van de dienstverlening en het draagvlak dat wij kunnen opbouwen.”

En ze maakt zich zorgen over het wegvallen van de verplichting tot een bibliotheek: “Ook het feit dat Vlaanderen geen enkele kwaliteitsnorm meer naar voren schuift, is zorgwekkend. In welke mate krijgt de bibliotheek dan nog de kans om een echte hefboom of partner te zijn in een lokaal beleid?”

Martine Balcer ziet in de huidige situatie een risico op een vicieuze cirkel: “Als er krimpende personeelsbestanden zijn, en er zijn krimpende budgetten op het vlak van opleiding, dan zit je daar ook weer met een probleem. Dat creëert allemaal zuurstofgebrek waardoor je in een heel grote vicieuze cirkel terechtkomt.”

Er wordt een groter beroep gedaan op bibliotheken, stelt Martine Balcer: “Vlaanderen kijkt enerzijds naar bibliotheken als een geïnstitutionaliseerde waarde om de dienstverlening te organiseren, terwijl het anderzijds de verplichting om die entiteit te organiseren met een lokaal bestuur afgeschaft heeft.”

“Als je weinig investeert in personeel en daarbij doorlopend ook geen investeringen doet in gebouwen, en in IT, in materialen en dergelijke, hoe kan de dienstverlening dan meegroeien? Hoe kun je dan draagvlak ontwikkelen? Hoe kun je dan aanhaken bij lokaal beleid? Hoe kun je dat nu eigenlijk verlangen? De verwachting is dat de bibliotheken er allemaal zijn, maar ondertussen wordt er niet echt in geïnvesteerd.”

Concluderend kun je zeggen dat de Bibliotheekmonitor van 2026 een sluimerend probleem blootlegt. Hieronder volgt een bespreking van de resultaten.

IMPORTANT
© Bibliotheek Hasselt Limburg

Algemeen financieel beeld

Aan alle 116 deelnemende bibliotheken werd gevraagd hoe hun budgetten in 2026 evolueerden. Het algemene werkingsbudget bleef in 2026 volgens de meeste respondenten gelijk (33,7%) of nam toe, vooral met 0-5% (20,2%) en 5-10% (10,6%). Dalingen kwamen minder vaak voor, met 11,5% die een daling van 0-5% meldde en telkens 2,9% tot 4,8% voor grotere dalingen.

Ook het collectiebudget bleef meestal stabiel (31,7%), maar kende daarnaast relatief vaak een stijging van 0-5% (19,2%) of 5-10% (11,5%), het aandeel met een daling bleef beperkt en de onzekerheid was klein (1,9%).

Bij het investeringsbudget was het beeld minder eenduidig: 38,5% zei dat het gelijk bleef, terwijl 13,5% een sterke daling van meer dan 20% rapporteerde en 20,2% dat niet kon inschatten.

Het is belangrijk om bij deze (en volgende) cijfers in het achterhoofd te houden dat een gelijkblijvend budget betekent dat er meestal toch minder aangekocht kan worden door de indexering van de prijzen.

Begrotingsaanpassingen 

Dit jaar deed 36,51% van de bibliotheken aanpassingen aan de begroting. Vorig jaar was dat 28,89%. Bij iets meer dan een kwart van die bibliotheken daalde het werkingsbudget (26,83%). Dat is iets minder dan vorig jaar: toen gaf 29% een vermindering van het werkingsbudget aan. Vorig jaar werd bij 20% van deze bibliotheken het werkingsbudget verhoogd, dit jaar was dat bij 21,95%. Bij 39% van deze bibliotheken bleef het werkingsbudget gelijk.

Het collectiebudget en het investeringsbudget volgen dezelfde lijn. Ook daar bleef dat voor circa 39% gelijk, en daalden die budgetten bij ongeveer een kwart van de bibliotheken die een aanpassing aan hun begroting deden (respectievelijk 26,83% en 24,39%).

Nieuw dit jaar is dat er ook naar aanpassingen van de IT-budgetten gevraagd werd, en het budget voor beroepsopleiding. Het IT-budget bleef bij 53,66% gelijk en daalde bij 14,63%, 12,2% gaf een stijging aan. Het budget voor beroepsopleiding bleef bij 70,73% gelijk en daalde bij 12,2% van de bibliotheken, terwijl geen enkele bibliotheek een stijging aangaf van dat budget.

Kortom: de bibliotheekbegrotingen bleven overwegend stabiel, maar waar er aanpassingen voorkwamen, ging het meestal om beperkte verschuivingen: een lichte toename van het aantal aangepaste begrotingen, met vooral gelijkblijvende of licht dalende budgetten en slechts sporadische verhogingen voor IT en beroepsopleiding.

IMPORTANT
© Bibliotheek Hasselt Limburg

Investeringen

Het aantal bibliotheken met investeringsdossiers is gedaald. Zo’n 17,3% van de bibliotheken werkte in 2025 investeringsdossiers uit, zoals bouwdossiers. Dat is lager dan in de vorige Bibliotheekmonitor (32,4%). Omgekeerd gesteld: 81% heeft geen lopende investeringsdossiers, in 2024 was dat nog ruim 64%, in 2023 71%.

Kaasschaaf

Weinig bibliotheken die de monitor invulden kregen te maken met kaasschaaf-bezuinigingen: een besparing op alle diensten. Bijna 39% gaf aan dat dit niet op hen van toepassing was, 9,43% kreeg wel met kaasschaafmaatregelen te maken. Iets meer dan 18% moest 0-5% bezuinigen, 6,8% moest 6-10% bezuinigen; 1 bibliotheek zelfs meer dan 20%. Meer dan de helft (52,83%) van de bibliotheken die moesten bezuinigen, mochten input geven om de besparing inhoudelijk af te wegen.

Meer duidelijkheid, maar ook meer discussie

Van de bibliotheken heeft 82,4% al een globaal beeld van de budgetten voor 2027 (17,6% nog niet). In 2025 had de meerderheid van de bibliotheken (75% ten opzichte van 55% in 2024) nog geen globaal beeld van de toekomstige budgetten. De discussie rond het opstellen van de begroting voor 2026 werd door 44,3% van de bibliotheken als moeilijker ervaren dan die voor 2025. Dat is veel meer dan in 2025, toen gaf slechts 20% aan dat de discussie moeilijker was dan het jaar daarvoor.

Ook bij de vanzelfsprekendheid van de bibliotheek is een verschuiving te zien. Ruim 79% gaf aan dat er niet over afbouw van filialen gesproken is, maar vorig jaar was dat nog 93%. Dit jaar gaf bijna 2% aan dat er een filiaal gesloten werd, en 2% gaf aan dat de werking van een filiaal verminderd werd. Daar staat tegenover dat bij bijna 7% procent de werking van een filiaal vermeerderd werd.

Een paar respondenten gaven zorgelijke opmerkingen die duiden op een onzekere positie van de bibliotheek, zoals “Lokaal bestuur eigent bib toe met gevolgen voor budget en beleid”, “Er werd gevraagd om een afbouwplan te schrijven” en “Filiaalwerking blijft ter discussie staan, niet bij de politiek, wel bij het management”.

In onzekere tijden is zichtbaarheid cruciaal. Daar merken we een kleine verbetering op. Dit jaar werd de bibliotheek in de meeste gemeenten (73%) expliciet vermeld in de beleidsnota.

IMPORTANT
© Bibliotheek Hasselt Limburg

Krimpende personeelsbestanden

Het personeelsbestand bleef bij 66% van de bibliotheken gelijk, in 2025 was dat nog 72%, en in 2024 68%. Maar meer dan een kwart (25,2%) van de bibliotheken zag het personeelsbestand afnemen (16% in 2025, 21% in 2024). Ondanks het feit dat twee derde van de bibliotheken een stabiel personeelsbestand behoudt, neemt het aandeel bibliotheken met krimpende formatie toe van 16% (2025) naar 25% (2026).

De reële personeelsbezetting ligt vaak lager dan de officiële cijfers door afwezigheden en onvolledige vervangingen. Vervanging gebeurt het vaakst bij uitdiensttreding en pensionering, maar minder systematisch bij tijdelijke afwezigheden.

Vorig jaar gaf twee derde van de bibliotheken aan dat de eindverantwoordelijkheid van de bibliotheek in handen was van een bibliothecaris. Dit jaar was dat 73%, 10% noemt een ‘coördinator vrije tijd’ als eindverantwoordelijke.

Lidgeld

In 2025 vroeg 71,3% van de bibliotheken lidgeld. De tarieven voor lidgelden veranderden in 2026 bij 29,7% van de bibliotheken, bij 70% bleef het lidgeld hetzelfde. In 60,4% van de bibliotheken wordt het kansentarief toegepast. Zeer veel bibliotheken (45%) hebben dit jaar een aanpassing in hun tarieven voor extra diensten gedaan. Een verhoging van het tarief voor interbibliothecair leenverkeer (IBL) wordt vaak genoemd.

Nieuwe vragen

Er werd voor het eerst gevraagd naar de boekhouding van de digitale versus de fysieke collectie. Bij 40,7% van de bibliotheken zijn die budgetten boekhoudkundig gescheiden. Bijna 39% kent de verhouding wel, maar houdt ze niet strikt gescheiden. De meeste bibliotheken geven aan dat 80-90% besteed wordt aan de fysieke collectie en 10-20% aan de digitale.

Tot slot blijft het probleem van de uitleenvergoedingen spelen. Ook daarnaar werd gevraagd: 51,5% van de bibliotheken krijgt extra budget om de nieuwe uitleenvergoedingen te dekken, 18,8% moet dat binnen bestaande middelen oplossen en 29,7% wacht nog op duidelijkheid.

Eerdere analyses kun je terugvinden op de website van de VVBAD: Bibliotheekmonitor 2024 en Bibliotheekmonitor 2025.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be