Op 1 mei ging Lieve Arnouts met pensioen. Door haar werkzaamheden tijdens een rijke carrière van veertig jaar vormde ze een pilaar van de Vlaamse archiefwereld.
Lieve studeerde van 1980 tot 1985 geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven). In 1991 behaalde ze vervolgens een master-na-master (manama) archivistiek aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB).
Haar eerste werkervaringen deed Lieve op in haar eigen stad Aalst, waar ze de rest van haar loopbaan tewerkgesteld zou blijven. Ze begon in het Stadsarchief op 1 december 1986 als stagiair. Een jaar later werd ze wetenschappelijk medewerker tot in 1994, toen ze benoemd werd tot adjunct-archivaris. In oktober 1998 werd ze hoofd van een stadsarchief dat drie jaar eerder een eigen nieuw gebouw gekregen had op de Vismarkt van Aalst.
Ondertussen, in 1995 om precies te zijn, maakte Lieve zich lid van de Werkgroep Lokaal Overheidsarchief (WLOA, nu Lokale Overheidsarchieven of LOA) van de VVBAD. In 2003 werd haar gevraagd om voorzitter van de werkgroep te worden, een functie die ze twintig jaar lang zou bekleden. Als pleitbezorger van de lokale overheidsarchieven hechtte Lieve veel belang aan onder andere de wettelijke verankering van het archiefbeheer en aan benchmarking. De uitbreiding van de werkgroep was een andere wens waarvoor ze zich volop inzette. Met veel succes, want de werkgroep bestond oorspronkelijk vooral uit ervaren archivarissen van centrumsteden. Door de jaren heen werden ook beginnende archivarissen en vakgenoten in kleine en middelgrote gemeentes aangetrokken. Door een laagdrempelige en informele aanpak werd het aantal leden meer dan verdubbeld. Voorts werden de banden met de Vlaamse overheid aangehaald. Lieve spande zich in om de werkgroep en haar leden meer te betrekken bij de regelgeving en andere overheidsinitiatieven. De medewerking van de WLOA aan de opstelling van de Proeve van Archiefdecreet en aan de onderdelen over informatiebeheer in de Vlaamse leidraad organisatiebeheersing zijn daar een voorbeeld van.
De archiefwereld wordt al geruime tijd gekenmerkt door een groeiende diversificatie en complexiteit van het vakgebied, waarbij het beheer van zowel het fysiek, statisch archief als de digitale informatieketen niet meer in één functieprofiel te vatten is. In deze evolutie vormde Lieve in Aalst persoonlijk de brug tussen erfgoedwerking, archiefbeheer en dynamisch informatiebeheer. Het hele spectrum van lokale stadsgeschiedenis tot de digitalisering op de stadsdiensten werd door haar georganiseerd of begeleid.
Van Lieves betekenis als schatbewaarder van het Aalsterse geheugen getuigt het digitale erfgoedplatform dat door het stadsarchief door de jaren heen uitgebouwd werd. Onder de websitenaam ‘Made in Aalst’ bevat dat platform onder meer een uitzonderlijke lokale krantendatabank, een genealogische databank en een mediabank met fotografisch materiaal. Het recentste hoofdstuk in de digitale ontsluiting en publicatie van het Aalsterse historisch erfgoed is de digitalisering van meer dan 60.000 bouwdossiers, die in 2021 opgestart werd en tot 2028 zal duren.
Niet alleen de historisch geïnteresseerde burgers, maar ook de ambtenaren konden immer op de steun van Lieve rekenen. De verhuizing van de stadsdiensten naar een nieuw administratief centrum eind 2015 betekende een overschakeling naar digitaal werken voor de medewerkers. Om deze drastische ommezwaai naar een paperless office in goede banen te leiden, ging Lieve vanaf 2014 alle diensten informeren met sessies over de inrichting en het beheer van mappenstructuren. Daarnaast organiseerde ze trash days en de overdracht van honderden meters documenten naar het stadsarchief.
Het is duidelijk dat Lieve door velen gemist zal worden. Wekkers op maandagochtend en vergaderingen verdwijnen. Kunst, muziek en witte bourgognes blijven. Het ga je goed!