Inspiratie tijdens Informatie aan ZOO

META Nummer 2025/8

Inspiratie tijdens Informatie aan ZOO

Geschreven door Bjorn Schrijen, Frank Huysmans
Gepubliceerd op 09.12.2025

Maak de toekomst menselijk!

IMPORTANT
Foto's: © Simon Bequoye.

Ga experimenteren met alternatieve sociale media. Stimuleer onverwachte ontmoetingen in de bibliotheek. En bedenk waar artificiële intelligentie (AI) écht van meerwaarde kan zijn. Het zijn slechts enkele van de lessen van het congres Informatie aan ZOO, waarop onderzocht werd hoe technologie en menselijke waarden hand in hand kunnen gaan.

Hoe kunnen we menselijke waarden behouden in een wereld die steeds meer in het teken lijkt te staan van technologie? Die vraag lijkt actueler dan ooit. AI lijkt steeds meer taken van ons te kunnen overnemen. De datacenters die nodig zijn om de digitale samenleving in de lucht te houden, slurpen massaal onze ruimte, onze energie en ons drinkwater op. Door algoritmes zijn sociale media vaak verre van sociaal. Technologische ontwikkelingen lijken steeds vaker menselijke waarden te verdrukken.

“Het is hopeloos”, concludeerde keynotespreker en dagvoorzitter Guido Thys dan ook aan het begin van het tweedaagse congres Informatie aan ZOO, dat op 9 en 10 oktober in Antwerpen plaatsvond. “De situatie is hopeloos, máár: niet ernstig”. Want nee, we kunnen niet alle uitdagingen die op ons afkomen als individuen oplossen. Maar er is wél veel dat we kunnen doen om te werken aan een toekomst waarin technologie en menselijke waarden hand in hand gaan. Daarin kunnen openbare bibliotheken een belangrijke rol spelen, waarvoor het congres veel inspiratie bood.

The future is federated

Een plek waar menselijke waarden en technologie steeds vaker in conflict raken, is op sociale media. De problemen zijn welbekend: privacyschendingen, desinformatie, filterbubbels, het toestaan van haatberichten, verslavende algoritmes, invloed op verkiezingen – enzovoort. Dat staat op gespannen voet met de publieke waarden van waaruit bibliotheken volgens de Nederlandse bibliotheekwet dienen te werken, zoals betrouwbaarheid en pluriformiteit. Tegelijkertijd zegt datzelfde wetsartikel dat bibliotheken hun publieke taak voor het algemene publiek moeten vervullen. En dat algemene publiek laat zich nu juist heel goed via Facebook, Instagram, X of TikTok bereiken.

Een mogelijke uitweg uit dat dilemma biedt de fediverse. De fediverse is een netwerk van alternatieve (federatieve) sociale media, zoals Mastodon (in plaats van X), Pixelfed (in plaats van Instagram) of PeerTube (in plaats van YouTube). Hoewel deze qua functionaliteit lijken op de platformen van big tech, ondervangen ze veel van de problemen daarvan. Zo zijn er geen algoritmes die sturen wat gebruikers te zien krijgen, bevatten ze geen advertenties en is de privacy van gebruikers beschermd. Daarnaast zijn platformen in de fediverse ‘interoperabel’: als je een account hebt op één platform, kun je daarmee ook mensen volgen die op een ander platform actief zijn. Een belangrijk kenmerk is daarnaast dat bij federatieve sociale media iedereen zijn eigen server (‘instance’) of community met eigen huisregels kan opzetten – in tegenstelling tot platformen als X en Facebook, waar één man de regels voor honderden miljoenen gebruikers kan bepalen.

Hoewel federatieve media dus veel voordelen hebben en het gebruik ervan groeit, maken er nog relatief weinig mensen en organisaties gebruik van. Openbare bibliotheken kunnen dat gebruik echter helpen stimuleren, allereerst door zelf ook actief te worden op deze sociale media. Dat hoeft echter niet te betekenen dat je afscheid neemt van je ‘oude’ sociale media en de volgers die je daar verzameld hebt, vertelden Björn Wijers (PublicSpaces) en Jeroen de Boer (KB) in een panelgesprek over dat thema. Integendeel. Ze adviseren om vooral met alternatieven te experimenteren als aanvulling op de huidige kanalen. “Ga lekker spelen, ga de zandbak in!” Dat kun je bijvoorbeeld doen met een specifieke community van de bibliotheek of rondom een specifiek vraagstuk. Zo doe je kennis op over deze sociale media en leer je wat ze voor jou kunnen betekenen. En werkt het niet, dan kun je eenvoudigweg weer stoppen of een ander platform uitproberen

Hoewel federatieve sociale media en de fediverse misschien moeilijk klinken, valt dat volgens Wijers erg mee. Het is even wennen dat je zelf keuzes moet maken – bijvoorbeeld over wat je wilt zien – in plaats van dat een algoritme dat voor je doet. Praktisch is het echter goed te doen: “als je kunt e-mailen, dan kun je dit ook.”

Naast het zelf experimenteren met federatieve sociale media, kunnen bibliotheken ook hun publiek hiermee kennis laten maken, bijvoorbeeld via hun programmering in het kader van Digitaal Burgerschap. Dergelijke programmering wordt de komende tijd ook ontwikkeld in een traject dat drie bibliotheken samen met PublicSpaces zullen doorlopen. Hierin gaan ze niet alleen zelf aan de slag met alternatieve sociale media, maar ontwikkelen ze ook een toolkit die andere bibliotheken helpt om zelfstandig programmering aan te bieden rondom deze sociale media en publieke waarden in technologie.

IMPORTANT

En zelfs als de fediverse nog een brug te ver is, kun je een stap in de goede richting zetten door al je content op sociale media ook op een andere manier beschikbaar te maken – bijvoorbeeld op je website. Zo zorg je ervoor dat deze content voor iedereen toegankelijk is – ook voor mensen die (big tech) sociale media niet (meer) willen gebruiken.

De bibliotheek als plek om te ontmoeten en te ont-moeten

Een andere manier om bij te dragen aan een toekomst waarin we menselijke waarden koesteren, is door – simpelweg – een plek te bieden aan mensen. Een zogenoemde derde plek naast ‘thuis’ en ‘werk’, waar mensen kunnen verblijven, zich kunnen amuseren en anderen kunnen ontmoeten. Dergelijke derde plekken zijn hard nodig, toonde Vincent Libin van LINC. Een op de zes mensen is volgens hem eenzaam, maar het aantal plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten – zoals cafés en fuiven – neemt juist af.

Bibliotheken zijn zo’n derde plek, liet Jamea Kofi (Radboud Universiteit) zien aan de hand van het gedachtegoed van de Amerikaanse socioloog Ray Oldenburg. Zo is de bibliotheek een leveler waar iedereen binnen kan lopen en status er niet toe doet, is de toegang laagdrempelig en ongedwongen, zijn er vaste bezoekers, en is de sfeer vaak huiselijk en speels. Dat kan echter ook tot conflicten en overlast leiden, omdat iedereen een ander beeld heeft van wat een derde plek kan of moet zijn. Een concreet voorbeeld: de bibliotheek is een plek voor ontmoeting, waar anderen juist in stilte willen lezen of werken.

Andere sessies boden mooie voorbeelden van hoe invulling gegeven kan worden aan de bibliotheek als derde plek. Bastiaan van den Berg (injehemd.nl) en Georges Elissen (SPN) vertelden over het project Onverwachte Ontmoetingen. In de bibliotheek bevinden zich veel verschillende mensen, maar zij komen vaak niet met elkaar in contact. Veel van hen zouden dat wel willen, maar er is een bepaalde schroom om de eerste stap te zetten. Om die te doorbreken, werden verschillende laagdrempelige interventies ontwikkeld. Dat hoeft niet groter te zijn dan een gedeeld dagboek dat mensen kunnen pakken, waarin ze iets kunnen schrijven en kunnen lezen wat anderen bezighoudt.

Een ander voorbeeld was een spontaan georganiseerde ‘biebbingo’ voor degenen die in de bibliotheek aanwezig waren. Door samen een laagdrempelige en speelse activiteit te doen, kwamen mensen met elkaar in contact en leerden ze elkaar iets beter kennen. Dat speelt tevens een belangrijke rol in het tegengaan van polarisatie. Op het moment dat je iemand kent die tot een bepaalde doelgroep behoort, krijgt die doelgroep namelijk een gezicht en kun je die niet langer abstract maken en wegzetten als ‘de ander’.

Een inspirerend voorbeeld van de bibliotheek als derde plek kwam ook van de jongerenbib van Permeke in Antwerpen. In deze bibliotheek kunnen jongeren tussen de 15 en 25 jaar na schooltijd terecht om te hangen, te lezen, te studeren of deel te nemen aan activiteiten. Het is een plek waar niets moet: een plek om te ontmoeten en te ont-moeten. Daarbij wordt de bibliotheek ook zoveel mogelijk samen met jongeren vormgegeven. Zij laten weten welke boeken ingekocht moeten worden, ontwerpen decoratie en boekentips, vullen de sociale media en helpen mee de bibliotheek in te richten. Dat kan voor een bibliotheek spannend zijn, maar volgens medewerker Laure Ruts is het juist belangrijk om vertrouwen te geven. Ook is het belangrijk om jongeren zich welkom te laten voelen. Bij binnenkomst heet men hen welkom en knoopt men een praatje aan. Aanvankelijk is er misschien nog wat schaamte of gereserveerdheid bij veel pubers, maar na verloop van tijd ontstaat een band, die ertoe bijdraagt dat jongeren zich in de bibliotheek thuis en gelukkig kunnen voelen.

Zo’n derde plek kan ook gerealiseerd worden op plekken waar mensen normaal gesproken misschien juist liever niet willen verblijven. Een sessie over bibliotheken en de zorg bevatte een stimulerende presentatie van Sofie Missorten en Dieter Deplancke van de openbare bibliotheek van Leuven. In samenwerking met het Universitair Ziekenhuis (UZ) en voluit gesteund door hun stadsbestuur, creëren zij momenteel een vestiging op de (grote!) campus Gasthuisberg van het UZ. Die komt in plaats van de bestaande uitleenbibliotheek met een wat verouderde en voornamelijk op gezondheidsvragen gerichte collectie. Niet alleen de patiënten, maar ook personeel en bezoekers van het ziekenhuis behoren tot de doelgroep. Er wordt ingezet op ‘gezondheids- en digitale geletterdheid ter versterking van hun welzijn en sociale en culturele noden’.

IMPORTANT
De fediverse is een netwerk van alternatieve (federatieve) sociale media, zoals Mastodon (in plaats van X), Pixelfed (in plaats van Instagram) of PeerTube (in plaats van YouTube).

Het idee is om er een eigentijdse culturele hub van te maken, met een bredere collectie (wel met informatie en cultuur als rode draad) en ruimte voor ontmoeting, en met voorstellingen door andere Leuvense cultuurinstellingen. De digitale collectie wordt in iedere kamer ontsloten. Op de dagen dat patiënten voor onderzoek ‘onderweg’ zijn door het ziekenhuis, kunnen ze beschikken over mobiele apparatuur. Aangezien 87 procent van de patiëntenverblijven mensen van buiten Leuven betreft, kunnen deze een toeleiding naar de bibliotheek in hun woonplaats krijgen wanneer hun verblijf in het UZ ten einde loopt.

Verander om hetzelfde te kunnen blijven doen

Uiteraard kon het thema AI op het congres niet ontbreken. Wat betekenen de ontwikkelingen op dat vlak voor onze menselijke waarden en ons mens-zijn?

Filosoof Bart Buseyne beantwoordde deze vraag met een verrassende historische parallel. Lang voordat ChatGPT het levenslicht zag, maakte Plato zich zorgen over het schrift: een nieuwe technologie waaraan mensen een deel van hun eigen denken konden uitbesteden. En iets minder lang geleden vond de industriële revolutie plaats. Waar we producten eerst zelf vervaardigden, gingen we dat nu met machines doen. Arbeiders gaven daarbij hun eigen vaardigheden en kennis op, en kwamen ten dienste te staan van de machine en de fabriek, waar ze onder vaak zeer slechte arbeidsomstandigheden moesten werken. Daardoor verloren zij hun mogelijkheid tot zelfexpressie, en werden ze als het ware ‘niemand’. Beide parallellen roepen de vraag op of we niet een deel van ons denken en onze persoonlijkheid opgeven wanneer we ons werk aan AI uitbesteden.

Tegelijkertijd is duidelijk dat AI ook veel kansen biedt. In zijn keynote stipte Martijn Kleppe (KB) bijvoorbeeld Boekbot aan. Met deze chatbot, die ontwikkeld is door de bibliotheken in de Nederlandse Brainportregio (Eindhoven en Zuidoost-Brabant), kunnen lezers al chattend nieuwe boeken ontdekken, met directe linkjes naar de bibliotheekcatalogus. Dat maakt heel specifieke zoekopdrachten mogelijk. Een volgende stap is bovendien dat we niet alleen AI kunnen gebruiken om te zoeken naar publicaties, maar ook om daarmee te interacteren. Zo ontwikkelde de KB als experiment een chatbot die alles kon vertellen over het prachtige, maar voor moderne mensen moeilijk te lezen zestiende-eeuwse Visboeck.

Een pasklaar antwoord over wat we met AI moeten, bood het congres dan ook niet – wel nuttige adviezen. Wees je bijvoorbeeld bewust van waar je het precies over hebt als je in gesprek gaat over AI. Heb je het dan over AI in het algemeen, of over specifieke vormen of producten, zoals ChatGPT? Een andere terugkerende boodschap was dat AI pas écht van meerwaarde kan zijn voor organisaties wanneer zij hun data goed op orde hebben en (idealiter) verschillende datasystemen met elkaar kunnen communiceren.

Eveneens prettig was de boodschap van Guido Thys dat we niet per se achter de AI-hype hoeven aan te rennen. Belangrijk is vooral om kritisch te kijken of je er als organisatie echt iets aan hebt. Daarbij is het ook goed om je te realiseren dat mensen nieuwe technologie met verschillende snelheden omarmen. We kunnen AI wel willen gebruiken, maar daarin moeten we ook de collega’s en gebruikers mee kunnen nemen die late adopters zijn.

Misschien wel het belangrijkste advies van Guido Thys richting de toekomst was echter om flexibel te blijven. Bedenk dat alle keuzes die ooit binnen organisaties gemaakt zijn, net zo goed anders hadden kunnen zijn. Durf terug te kijken op die keuzes en dingen anders te gaan doen, als de omstandigheden daarom vragen. Immers, als de wereld verandert, dan moeten ook wij veranderen om hetzelfde te kunnen blijven doen.

Dit artikel verscheen ook in Bibliotheekblad.

IMPORTANT

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be