Merelbeke-Melle
In Merelbeke-Melle levert de samenwerking tussen schepen van bibliotheek Els Sys (N-VA) en diensthoofd Katrien Lenaerts een mooie synergie op. Els was al zeer betrokken bij de bibliotheek. Dankzij haar functie als leerkracht en directeur van een lagere school, en als lid van de adviesraad voor bibliotheken, is ze heel goed op de hoogte van de belangrijke en vele rollen die de bibliotheek te vervullen heeft. Toen ze schepen werd, koos ze ervoor om zichzelf ‘schepen van bibliotheek’ te noemen. Els: “Ik vind de bibliotheek te belangrijk om niet vernoemd te zijn. (…) Omdat ik merkte, toen ik nog in de bibliotheekraad zat, dat de bibliotheek soms toch vergeten werd.”
Het diensthoofd van de bibliotheek, Katrien, vertelt dat het niet vanzelfsprekend was dat er in Merelbeke-Melle een schepen van bibliotheek kwam. Er was zelfs sprake van dat er geen apart diensthoofd van de bibliotheek zou komen. “Het was eigenlijk de bedoeling dat de persoon die hier voor mij werkte, diensthoofd zou worden voor bibliotheek, cultuur en erfgoed, om dat zo in elkaar te schuiven. Dat is een tendens die in andere gemeenten plaatsgevonden heeft. Hier is men erop teruggekomen. Toen ik startte was men heel duidelijk daarin: de bibliotheek is een aparte dienst.”
Rechtstreeks contact
Ook dat de bibliotheek apart vernoemd zou worden in het mandaat van Els, was niet evident, stelt Katrien. “Tijdens de bestuursvorming heeft dat wel even op tafel gelegen: moet hier nu niet gewoon ‘cultuur en vrije tijd’ staan? Maar zij (Els, n.v.d.r.) heeft daar wel op gestaan, om de bibliotheek apart te vermelden.”
Omdat Els uit het onderwijs komt, ziet ze het belang van lezen en de rol van de bibliotheek goed in: “Lezen is het begin van alles. We zijn in Vlaanderen heel erg bezig met het kennisrijk curriculum. Je kunt natuurlijk slechts gemakkelijk kennis vergaren als je ook goed kunt lezen. Ik vind dat de bibliotheek daar een cruciale rol in speelt. Voor kansrijke kinderen natuurlijk, maar zeker ook voor kansarme kinderen.”
Katrien en Els komen ongeveer om de zes weken samen. Els: “Ik overleg zowel met de bibliothecaris als met het diensthoofd van cultuur. Dat is wel zeker een verschil, dat er meer rechtstreeks contact is tussen schepen en bibliotheek.”
Belangrijke partner
“We hebben het echt over de visie op het beleid. Wat is de toekomst van de bibliotheek? Hoe kijken we daarnaar? Ik moet er bij mijn collega-schepenen voor zorgen dat er budget voor vrijgemaakt wordt. Daarom wil ik ook dat ze (Katrien, n.v.d.r.) mij zeer goed adviseert over de redenen waarom. Ik ben zelf heel pro, maar ik moet dat natuurlijk laten zien. Ik heb wel een heel goede match met de bibliothecaris.”
Katrien is ook tevreden over de samenwerking met Els en hun inhoudelijke match: “Ze was al betrokken bij de adviesraad, en ze was vrijwilliger in de bibliotheek als begeleider van een leesgroepje. Ze was ook mee in de visie en veranderende rollen van de bibliotheek. (…) Ik denk dat zij dat vanuit het onderwijs ook wel ziet, dat wij een belangrijke partner zijn van onderwijs, de sociale dienst en cultuur.”
Voldoende opleiding
Met de inhoudelijke werking bemoeit ze zich niet, zegt Els: “Wat de praktische zaken betreft, zoals welk personeelslid wat doet, of de collectie, daar houd ik mij helemaal niet mee bezig. Dat is de expertise van de bibliothecaris, maar ook van alle andere bibliotheekmedewerkers.”
De samenwerking tussen schepen en bibliothecaris garandeert in Merelbeke-Melle voldoende aandacht. Maar Katrien is zich ervan bewust dat het ook anders kan: “Er zijn ook bibliotheken die ondertussen wel onder cultuur vallen, of een dienst vrije tijd, waar dan geen coördinator bibliotheek is. Dat wil daarom niet zeggen dat het minder goed werkt of dat zij die opdrachten niet vervullen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat je, als je als bibliotheek ook op beleidsmatig niveau mag meedenken met een diensthoofd, meer druk kunt zetten.”
Katrien pleit voor voldoende autonomie van bibliotheken, om de visie van het Vlaams niveau te kunnen verwezenlijken. “Ik denk dat dat beter kan als je een zekere autonomie hebt als dienst. Dat je kunt specialiseren en professionaliseren. Dat je medewerkers in de bibliotheek voldoende opleidingen kunt laten volgen en laten meedenken over de nieuwe bibliotheek. En dat die medewerkers niet enkel en alleen met collectie bezig zijn, maar dat ze ook verder kunnen gaan dan dat.”
Autonomie
Dat het niet vanzelfsprekend is, houdt Katrien zeker in gedachten. “Het feit dat bibliotheken onder de lokale bevoegdheid vallen, maakt dat we wat kwetsbaarder zijn voor de grillen en veranderingen van de politiek. In principe kunnen we elke zes jaar een andere schepen krijgen die andere ideeën heeft. Wij zijn er om ervoor te zorgen dat er voldoende argumenten en wetenschappelijke onderbouwing is, dat we niet zomaar het bibliotheekbeleid kunnen omsmijten.”
“Ik wil echt niet dat wij verstopt of ondergesneeuwd raken of beperkt worden in wat we doen. Het laatste wat mag gebeuren is dat we weer een uitleenfabriekje worden, waarbij er heel veel aandacht gaat naar de stickertjes op de boeken. Daar moet ook aandacht voor zijn, maar wij hebben daarnaast andere rollen te spelen. Sociaal. De veilige plek. De derde plek. Ik denk dat we die rol het best kunnen spelen als dat ook duidelijk uitgesproken wordt: de bibliotheek is een onafhankelijke plek, waar je veilig en neutraal aanwezig kunt zijn. Waar je kunt ontspannen, ontmoeten, leren, je rust kunt vinden. Waar je al die verschillende functies naast elkaar hebt. Volgens mij kan dat het best als je de bibliotheek voldoende autonomie geeft.”