Wat zijn volgens jou de belangrijkste uitdagingen in de digitale toekomst als het gaat over het beschermen van de democratische waarden?
Een van de belangrijkste uitdagingen is de manier waarop we omgaan met technologische ontwikkelingen – en vooral de toenemende dominantie van de big tech. Ik gaf net het voorbeeld van de Curator Bot. Daarbij hebben we in eerste instantie gebruikgemaakt van modellen van OpenAI, omdat die technisch gezien indrukwekkend zijn. Maar ondertussen weten we dat die modellen juist zo goed zijn omdat ze onze data zonder toestemming gebruiken. Daar zit een ethisch dilemma: aan de ene kant wil je zulke technieken gebruiken omdat ze aansluiten bij je missie – mensen helpen navigeren in het informatielandschap. Aan de andere kant zijn ze ontwikkeld op manieren die haaks staan op waar we voor staan, zoals auteursrecht en eerlijke vergoedingen. Om die reden hebben we bij de KB besloten om deze technieken voorlopig niet te gebruiken, niet voor onze medewerkers en niet in onze diensten. We beseffen dat mensen die toepassingen wél willen gebruiken. Daarom blijven we hier een rol in spelen, enerzijds als intermediair tussen ontwikkelaars en rechthebbenden – zoals uitgevers en auteurs – en anderzijds als kennisinstelling die gesprekken organiseert.
Niet elke bibliotheek kan zo’n intermediaire rol opnemen. Voor kleinere bibliotheken is het belangrijk om samen te werken aan de ontwikkeling van technieken die passen bij de publieke waarden en die we als sector zelf in de hand houden. Je gebruikt dus modellen waarbij je weet waar de data vandaan komen, waarbij je transparant bent over hoe het werkt en waarbij je gebruikersdata niet opslaat. Dat is de benadering die we nastreven.
Gelukkig ontstaan er steeds meer initiatieven in die richting. De versnelling daarin wordt nu extra zichtbaar door de ontwikkelingen in de VS, maar in Nederland loopt de Public Spaces-beweging – een samenwerking van publieke instellingen zoals bibliotheken, erfgoedinstellingen en openbare omroepen – hier al ruim vijf jaar op vooruit. Zij geven aan dat we te afhankelijk zijn van big tech, en stellen de vraag hoe we samen kunnen optreden of toepassingen kunnen ontwikkelen die niet alleen aansluiten bij de technische wens die we hebben, maar ook passen bij de publieke waarden waarvoor we staan. Een concreet project is de ontwikkeling van een publiek taalmodel, opgezet door grote onderzoeksinstellingen, waar ook de KB bij betrokken is. We concurreren niet met OpenAI, – dat is gewoon niet realistisch – maar we zien wel potentieel om iets te bouwen dat ethisch verantwoord is. Een taalmodel waarvan je weet welke data erin zitten, dat met toestemming gemaakt is, en dat gebruikt wordt voor toepassingen die passen binnen onze samenleving.
Bibliotheken kunnen dat niet alleen. Maar als collectief – samen met erfgoedinstellingen en andere publieke organisaties in de brede GLAM-sector (Galeries, Libraries, Archives en Museums) – kunnen we wel impact hebben. Tegelijkertijd hinken de juridische richtlijnen, vooral op het gebied van auteursrecht op zowel nationaal als Europees niveau, nog achterop. Daar is nog veel werk aan, maar op dat niveau kunnen we lobbyen zodat de wetgeving aangepast wordt aan de digitale realiteit.
Hoe kunnen bibliotheken bijdragen aan digitale geletterdheid en zo de veerkracht van gemeenschappen versterken? Wat hebben ze daarbij nodig om relevant te blijven in een snel digitaliserende samenleving?
In Nederland gebeurt dat onder meer via Digitaal Burgerschap, een programma dat openbare bibliotheken ondersteunt bij het ontwikkelen van initiatieven rond digitale vaardigheden voor zowel bezoekers als medewerkers. Dat laatste is cruciaal: als medewerkers zelf nog vragen hebben over bijvoorbeeld AI, dan wordt het lastig om anderen daarin goed te begeleiden. Juist daarom staat samenwerking centraal.
Een goed voorbeeld van zo’n initiatief is de AI Parade. Dat is een reizende tentoonstelling met debatten, cursussen en activiteiten, die op een laagdrempelige manier mensen meeneemt in vragen zoals: Wat is AI precies? Wat gebeurt er? Wat kun je ermee? Door de kracht van het netwerk te benutten, kunnen bibliotheken optreden als intermediair: ze hoeven niet alle kennis zelf in huis te hebben, maar helpen burgers wel een stap verder in hun digitale ontwikkeling.
Om relevant te blijven, moeten bibliotheken bovendien hun klassieke rol als gids in het informatielandschap blijven vervullen, aangepast aan de huidige maatschappelijke en technologische context. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verantwoord omgaan met nieuwe technologieën. Dat wordt ondersteund door een gezamenlijke strategie.
Nederlandse bibliotheken treden steeds meer als één geheel naar buiten in plaats van bijvoorbeeld enkel de lokale gemeenschap te betrekken. Samen hebben ze een gedeelde missie en werken ze rond thema’s zoals digitale geletterdheid, informatievaardigheden, participatie in de informatiesamenleving en levenslang leren. De nationale publiekscampagne die een tijdje geleden op televisie te zien was, onderstreept dat met de boodschap ‘De bibliotheek, daar leer je meer’.
Die gezamenlijke aanpak geeft bibliotheken maatschappelijk gewicht en maakt ze weerbaar tegen druk van buitenaf – zoals we die in de VS zien ontstaan. Door als sector samen te werken, bouwen bibliotheken aan vertrouwen, relevantie en democratische veerkracht. Ze vormen een stevig bolwerk tegen polarisatie en desinformatie – ontwikkelingen die elders (zoals in de VS, maar ook in het Verenigd Koninkrijk) al verder doorgedrongen zijn.