Begin december 2024. Daar zit ik dan op de zevende verdieping van de Hoftoren, met weids uitzicht over Den Haag. Op mijn nieuwe werkplek bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in mijn tijdelijke, nieuwe rol als beleidsadviseur. Wie zegt immers nee tegen de kans om via een detachering in de informatie- en archiefsector te blijven werken, maar dan in een compleet nieuwe rol, bij een andere organisatie en met enkele nieuwe collega’s?
Want zo’n nieuwe omgeving biedt natuurlijk massa’s nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld hoe beleidsmedewerkers bij de Nederlandse Rijksoverheid helemaal geen ‘beleid maken’, ondanks hun Deep-state-reputatie. Ze zijn daarentegen een tussenschakel tussen minister en parlement, door vanop de achtergrond en vanuit hun expertise duiding te geven en politieke keuzes mogelijk te maken. Met als mooi voorbeeld de collega’s die in januari 2025 de parlementaire behandeling van de nieuwe Archiefwet ondersteund hebben. Boeiend om dat van aan de zijlijn te mogen meemaken. En fijn om de collega’s met het mooie resultaat – unanieme instemming door de Tweede Kamer – te kunnen feliciteren.
Maar nog boeiender wordt het als je oude en nieuwe inzichten naast elkaar kunt leggen. Want als beleidsmedewerker maak je toch op een andere manier gebruik van vertrouwde informatiesystemen. Het begint al met het gegeven dat je bij een detachering naast je bestaande account een nieuw account krijgt, waardoor je soms de toegang tot een systeem verliest en soms geen toegang tot een ander systeem krijgt.
Maar het gaat verder. En wordt ingewikkelder. Beleid vraagt om enerzijds ver en breed terug te kunnen kijken en anderzijds om heel snel en concreet te kunnen schakelen. Daar kunnen documentmanagementsystemen (DMS) eigenlijk niet mee om. Waardoor je niet altijd snel de informatie vindt die je zoekt. En via chat en telefoon een stuk door de organisatie moet gidsen om dat dringende en o zo noodzakelijke akkoord te bemachtigen. Beleid vraagt ook dat je contact houdt met de samenleving. En dus ook af en toe de Haagse bubbel verlaat. Maar dan zit je daar op de trein, met een constant haperende mobiele internetverbinding en dito werkomgeving. Op hetzelfde ritme te zuchten en te mopperen.
‘De gebruiker centraal’ mag dus ook voor onze sector geen loze kreet zijn. Want uiteindelijk draaien goede systemen, net zoals goed beleid, om verbinding tussen mensen, middelen en doelen.