Bibliotheken: het einde in zicht?

META Nummer 2025/3

Bibliotheken: het einde in zicht?

Geschreven door Piet De Keyser
Gepubliceerd op 06.05.2025
IMPORTANT

In 1982 verscheen het boekje The End of Libraries van James Thompson, maar meer dan een kwarteeuw later zijn er nog altijd bibliotheken. Zijn ze echt ten dode opgeschreven?

1982

1982 is het jaar waarin ik mijn Akte van bekwaamheid tot het houden van een openbare bibliotheek behaalde. In de voorbereidende lessen tot het examen werden traditionele bibliotheektechnieken behandeld: steekkaarten maken volgens de ISBD-regels, classificatienummers aan boeken toekennen volgens SISO (toen nog nieuw in Vlaanderen), collectievorming en dergelijke meer. 1982 is ook het jaar waarin ik mijn loopbaan in de bibliotheekwereld startte. Uiteraard paste ik toe wat ik geleerd had. Wist ik toen veel wat er allemaal aan ontwikkelingen bezig was in vooral de wetenschappelijke bibliotheekwereld, ondanks twee recent behaalde universitaire diploma’s. Hoe zou ik er ook achter gekomen zijn? Het internet was buiten de universiteiten niet toegankelijk en wetenschappelijke bibliotheektijdschriften konden we ons in de bibliotheek niet veroorloven. Had ik toen dit boekje in handen gekregen, dan waren mijn ogen opengegaan. Pas toen ik de speciale licentie Informatie- en Bibliotheekwetenschap (IBW) zaliger volgde begin de negentiger jaren, werd ik – vooral in de uitdagende lessen van Paul Nieuwenhuysen – geconfronteerd met wat hier al een decennium eerder te lezen stond.

De onbruikbare bibliotheek ...

Voor Thompson zijn de bestaande bibliotheken logge, onbruikbare instrumenten. Ze zijn niet bezig met de gebruiker, maar met het opstapelen van boeken, waarvan veertig procent niet eens gelezen wordt. Hun collectie is ondoorzichtig geordend volgens negentiende-eeuwse classificaties zoals die van Dewey of de Library of Congress. Hun oplossing bestaat erin dat ze de gebruikers bij herhaling onderwerpen aan inefficiënte sessies waarin ze proberen uit te leggen hoe die hun weg moeten vinden in deze doolhof. Wat de bibliotheken doen in verband met automatisering is geen vooruitgang. Ze informatiseren gewoon hun oubollige werkprocessen rond hun papieren collecties: catalografie, uitleen, tijdschriftadministratie enzovoort.

... versus de groeiende digitale bibliotheektechnieken

In schril contrast daarmee staan allerlei ontwikkelingen die te maken hebben met digitale informatie: online referentiedatabanken, een groeiend aantal digitale teksten en toegankelijkheid van dat alles via online verbindingen. Thompson zag het in principe allemaal, maar hij verkeek zich toch een beetje op de beperkingen van zijn tijd: dure inbelverbindingen, opslag op zoiets als videodisks of microfiches, teletext, floppydisks, fax, de geringe toegankelijkheid van dure computers, de oncomfortabele manier om teksten te lezen op de computermonitoren van die tijd. Hij kon nog niet vermoeden wat er zo’n tien jaar later aankwam: algemene toegankelijkheid van het internet, gemakkelijk leesbare teksten op scherpe grafische schermen, geformatteerd via HTML, supersnelle glasvezelverbindingen, massale opslagfaciliteiten. Maar zijn inzicht dat referentiedatabanken lang niet voldoende zijn en dat we toegang nodig hebben tot de teksten zelf in digitale vorm was zeer terecht. Hij noemt dat “the data bridge”: als we die brug niet oversteken, staan we nog nergens.

Wat dan met het boek en de bibliotheek?

“The age of printing is over”, schrijft hij. Boeken en tijdschriften worden digitaal. Bibliotheken spelen geen rol meer in het verspreiden van informatie. Ze dienen uiteindelijk alleen nog om toegang te verlenen tot computerfaciliteiten voor wie dat zelf niet kan betalen, en voor de rest hebben ze een museale functie. We kunnen al die boeken die erin opgeborgen liggen niet digitaliseren, maar we moeten ze wel bewaren.

De blik van Thompson was in twee opzichten gekleurd. Ten eerste stelt hij alles van de traditionele bibliotheek negatief voor: hun uitlegssessies zijn “inept”, maar het feit dat je toen naast een specialist moest zitten om een online bibliografische opzoeking met succes uit te voeren, is niet erg. Het is zelfs goed, want dat geeft zin aan het werk van het bibliotheekpersoneel. Ten tweede maakt hij een gekende logische fout: wat voor een aantal geldt, geldt meteen voor alle. De ontwikkelingen die hij beschrijft, hebben zich voluit doorgezet in de wetenschappelijke bibliotheek, maar de openbare bibliotheek is nog altijd springlevend, omdat ze een ander soort publiek bedient. Zelfs het kleine openbare bibliotheekje in mijn dorp mag zich verheugen over een drukke activiteit van gebruikers die er boeken komen lenen. Het is ook niet juist gebleken dat het niet de moeite loont om de informatie die gedurende vijfhonderd jaar via boeken verspreid werd, te digitaliseren. Volgens hem zouden bibliotheken die hele papierwinkel gewoon moeten bewaren voor historisch onderzoek, maar nu blijkt dat net dat materiaal zich uitstekend leent om digitaal ter beschikking gesteld te worden, door het simpele feit dat er geen auteursrecht meer op rust. Het zou echter niet fair zijn om Thompson te verwijten dat hij in 1982 Google Books niet voorspeld heeft; heel veel van de rest had hij wel juist.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be