Openbare bibliotheken spelen een cruciale rol in het bevorderen van geletterdheid, kennisdeling en gemeenschapsvorming. Toch staan ze voor steeds grotere uitdagingen, zoals beperkte financiële middelen, digitalisering en veranderende regelgeving. In deze context wordt steeds vaker gekeken naar regiobibliotheken als mogelijke oplossing om de slagkracht van openbare bibliotheken te vergroten. Maar hoe kunnen die regiobibliotheken dan het best georganiseerd worden en moeten een of meer modellen van regiobibliotheken naar voren geschoven worden?
Vandaag bestaat er een breed scala aan samenwerkingen tussen Vlaamse openbare bibliotheken. Dat roept de vraag op of een uniform model wenselijk en haalbaar is. Arteveldehogeschool onderzocht in opdracht van de Vlaamse overheid of het mogelijk is een model te ontwikkelen dat tegemoetkomt aan de uitdagingen binnen de bibliotheeksector en tegelijkertijd aansluit bij de behoeften van zowel bibliotheken als lokale besturen.
Wat zijn regiobibliotheken?
In een onderzoek is het spreken van een gemeenschappelijke taal belangrijk. Wij definiëren een regiobibliotheek als een regionaal netwerk van bibliotheken dat bepaalde taken of diensten in samenwerking uitvoert of centraal aanbiedt, met als doel efficiëntiewinst en inhoudelijke meerwaarde te creëren. Andere taken en diensten blijven lokaal verankerd, waardoor de eigenheid en autonomie van de deelnemende bibliotheken behouden blijft.
Een regionaal bibliotheeknetwerk kan in verschillende vormen en gradaties voorkomen. Dat kan variëren van thematische samenwerking – zoals regionaal collectioneren, waarbij een beperkt aantal collectievormers de collectievorming voor alle aangesloten bibliotheken op zich neemt – tot bredere organisatorische samenwerkingen. Momenteel bestaan er regiobibliotheken in verschillende maten en vormen, elk met hun eigen dynamiek en invulling.
Samenwerking vandaag
Samenwerken is een complex proces dat op verschillende manieren vormgegeven kan worden, wat resulteert in een grote diversiteit binnen de sector. Om de samenwerkingen in kaart te brengen, stuurden we een enquête uit naar alle Vlaamse openbare bibliotheken. We kregen 129 volledig ingevulde enquêtes terug, wat maakt dat ongeveer een derde van alle Vlaamse openbare bibliotheken participeerde.
Van de deelnemende bibliotheken gaf 18,6% aan niet samen te werken, terwijl 48,84% een structurele samenwerking kende. Zo’n 22,48% had op het moment van de bevraging ad-hocsamenwerkingen en 27,13% werkte projectmatig samen.
Van de respondenten gaven 24 bibliotheken dus aan niet samen te werken. Slechts 6 van hen overwogen in de toekomst samen te werken, al waren er op dat moment geen concrete plannen. Van de 24 bibliotheken hadden 9 in het verleden wel samengewerkt, waarbij het Streekgericht Bibliotheekbeleid meerdere keren genoemd werd als belangrijke stimulans.
De rol van de Provincies
Het is duidelijk dat de Provincies een belangrijke rol gespeeld hebben in het coördineren en faciliteren van samenwerking tussen bibliotheken. Vanaf de late jaren negentig ontstonden onder impuls van de Provincies de eerste structurele samenwerkingen tussen bibliotheken. Tot dan werkten de meeste bibliotheken bijna uitsluitend lokaal. Ze opereerden min of meer geïsoleerd van elkaar en voerden dezelfde taken naast elkaar uit. Enkel het Meetjesland, een gebied in het noordwesten van Oost-Vlaanderen, pakte het anders aan. De bibliotheken binnen die regio hielden sinds 1983 jaarlijks een tweetal bijeenkomsten waarop alle bibliothecarissen uit de streek met elkaar overlegden. Die samenwerking gebeurde op vrijwillige basis, zonder extra middelen of ondersteuning.