Studeren in bibliotheken voor en na corona

META Nummer 2025/2

Studeren in bibliotheken voor en na corona

Geschreven door Rik Van Daele
Gepubliceerd op 04.03.2025

De gebruikersenquête 2024 van de AUHA-bibliotheken

IMPORTANT
De bibliotheek van de Karel de Grote Hogeschool. © kdg.be.

De AUHA is de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen waarin de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen), de AP Hogeschool (AP), de Karel de Grote Hogeschool (KdG) en de Antwerp Maritime Academy (AMA) hun krachten bundelen. Ze vormen een netwerk van kwaliteitsvol hoger onderwijs in Antwerpen, ontwikkelen hun expertise en vormen een performant en toekomstgericht kenniscentrum. De partnerinstellingen tellen samen meer dan 47.000 studenten.

Eind november, begin december en in januari zijn zowat alle zitplaatsen in alle Antwerpse (en bij uitbreiding Vlaamse) universiteits- en hogeschoolbibliotheken bezet. Het fenomeen dat studenten graag met velen én samen studeren is ondertussen ruim vijftien jaar oud. Ook aan de openbare bibliotheken in Vlaamse centrumsteden stonden vroeger bij het openingsuur studenten aan te schuiven om een studieplek te bemachtigen. Ondertussen werden diverse initiatieven genomen om extra studieplekken te creëren (bijvoorbeeld STUDY360, studeren op unieke locaties in Antwerpen). En toen kwam … corona. Tussen 2020 en 2022 bleven bibliotheken bakens van vertrouwen. Hun centrale maatschappelijke rol werd bevestigd. Bibliotheken zijn de ‘betonplaten’ van onze complexe samenleving. Het zijn eeuwenoude plekken van wetenschap, kennis en informatiebemiddeling, huizen van vertrouwen, vaak architecturale stadsbakens, derde plekken en laagdrempelige ontmoetingsplekken. Het zijn instellingen die niet weg te denken zullen zijn in de volgende decennia. Dat ze er anders zullen uitzien, dat is wel zeker.

Omdat het goed is om het doen en laten en de ambities en dromen van zoveel mogelijk gebruikers en niet-gebruikers te kennen, organiseert de werkgroep Bibliotheken van de AUHA-instellingen al sinds ruim vijftien jaar driejaarlijkse bevragingen. Ze vonden plaats in 2008, 2011, 2014 en 2019 (de laatste dus met vertraging.) En toen kwam … corona. In 2024 werd de draad weer opgenomen. Na een lange voorbereiding binnen de werkgroep Bibliotheken van de AUHA werd een nieuwe enquête georganiseerd als onderdeel van het Actieplan 2023-2025. Doelpubliek waren de studenten, niet de onderzoekers, noch de andere personeelsleden. Interessant is dat we nu over pre- en postcorona-enquêtes beschikken. De werkgroep heeft meteen ook beslist om in de lente van 2027 een nieuwe enquête met een vergelijkbare vragenset te organiseren. Zo zullen we (nieuwe) trends verder kunnen volgen en evalueren.

De enquête

Het grootste deel van de enquête bestond uit een reeks (van dertien) gesloten vragen over onder andere de reden en de duur van een bibliotheekbezoek, de toegankelijkheid van de bibliotheek en de aanwezige faciliteiten, waarbij de respondenten een aantal opties konden aanduiden. Indien de gewenste keuzeoptie niet beschikbaar was, konden ze via een optie ‘ander’ en een vrij tekstvak nog een en ander verduidelijken. De slotvraag was een open vraag: ‘Stel, jij bent bibliothecaris. Wat zou jij veranderen of toevoegen aan de bibliotheek?’ Het gaat hier om de vraag naar een wensbeeld. Het is interessant om na te gaan waar de individuele gebruiker over droomt. Waar is zij of hij naar op zoek? Acht de gebruiker verandering wenselijk of verbetering mogelijk? Grasduinen in de individuele antwoorden vol suggesties is voor bibliotheekmedewerkers een fijne bezigheid. Ze leveren een korf vol laaghangend fruit op

IMPORTANT
Bibliotheek Noorderplaats van AP Hogeschool.

Via het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs werd bekeken of de bevraging inclusief was (en dat was grotendeels het geval). Er werden ook vertalingen in het Engels en Frans (dat laatste vooral van belang voor de AMA-studenten) gemaakt, zodat ook internationale studenten aan de bevraging konden participeren.

De digitale enquête liep van 22 april tot 17 mei 2024. Van de 52.014 potentiële gebruikers/studenten vulden 2753 de enquête in, een stijging van 47% ten opzichte van de vorige bevraging (2019). De studenten werden uitgenodigd via mail, affiches, de bibliotheekwebsites, infoschermen en het studentenportaal en/of het reservatiesysteem. Van de respondenten was 70% student van de UAntwerpen, 13% van AP, 12% van KdG en 1% van AMA.

De opmaak van de enquête en de verwerking van de resultaten was in de kundige handen van Dirk Desaever (AP), die meteen ook artificiële intelligentie (AI) inzette om de open vraag te analyseren en de resultaten samen te vatten. Dat leidde trouwens tot uitstekende en kernachtige A4’tjes. Per instelling werden gedifferentieerde resultaten per campusbibliotheek afgeleverd. Nadat de resultaten bekend waren, werd een algemene, brede samenvatting in een powerpointpresentatie gepubliceerd op de website van de AUHA en gingen de vier instellingen met eigen teams aan de slag om de resultaten te interpreteren, in een rapport te gieten (voor de UAntwerpen) en vervolgens te communiceren (naar de deelnemers en op de websites van de instellingen). Twintig studenten ontvingen filmtickets, een kleine beloning voor circa twintig minuten volgehouden inspanning.

Laaghangend fruit

Het was de taak van de bibliotheekteams om niet alleen kennis te nemen van de resultaten en de studentenwensen, maar ook om oplossingen uit te werken. Laaghangend fruit werd meteen geplukt en grotere vragen en ambities kwamen op de tekentafels terecht. Zo zijn KdG (op de Meir) en AMA (nabij de Schelde) bezig met een nieuwbouwproject waarin de bibliotheken hun plek zullen vinden. Ook voor de verdere ontwikkelingen rond de nieuwe biomedische bibliotheek op campus Drie Eiken van de UAntwerpen zijn de resultaten uiterst bruikbaar bij het bijstellen van het reeds bestaande ‘plan van eisen’. De resultaten van de enquête fungeren als richtingaanwijzers, aan de hand waarvan bestaande plannen bijgestuurd en aangevuld kunnen worden. Vaak gaat het om zaken die de bibliotheekcollega’s impliciet al weten, maar die nu door de enquête ondersteund of bevestigd worden en die ook bruikbaar zijn om de kernfunctie van de bibliotheek binnen de hogeschool of universiteit te onderstrepen.

IMPORTANT
De bibliotheek van de Universiteit Antwerpen.

Laaghangend fruit plukken resulteerde aan de UAntwerpen onder andere meteen in de aankoop van twee leeszetels, waarin een student ontspannen een (fictie)boek kan lezen. Eind 2024 kwam er een uitbreiding van de openingsuren (tijdens weekdagen van 19.00 tot 22.00 uur) van het (onbemande) open Leercentrum De Parabool op Campus Middelheim. Ook op KdG campus Groenplaats zijn de openingsuren verruimd op vraag van de studenten.

De resultaten

Algemeen concluderen we dat de bibliotheek zonder twijfel bijzonder populair blijft. De gebruikerstevredenheid in de Antwerpse AUHA-bibliotheken is groot. 

We zoomen graag in op enkele specifieke resultaten. Maar liefst 92% van de Antwerpse studenten hoger onderwijs bezocht het afgelopen academiejaar minstens één keer een bibliotheek. Bijna vier op de tien gaat wekelijks naar de bibliotheek. Opvallend: de gemiddelde duur van een bezoek is sinds 2019 aanzienlijk gestegen. Een bibliotheekbezoek is zelden een blitzbezoek. De meeste studenten (32%) spenderen tussen de twee en drie uur per bezoek, 19% van de bezoekers blijft tussen de drie en vier uur en bijna 14% blijft langer dan vier uur in de bibliotheek. In 2019, voor de coronapandemie, was dat gemiddelde bezoek nog één tot twee uur. In tegenstelling tot deze conclusie lijkt het erop dat een aantal studenten toch de waarde van het thuis of op kot studeren heeft leren appreciëren. Dat bewees de voorbije examenperiode. Onze bibliotheken liepen mooi vol, maar nergens was een bordje ‘Volzet’ te bespeuren. Respondenten die de bibliotheek zeer vaak bezoeken, komen in de regel vaker alleen. Wie maar enkele keren per maand komt, doet dat vaker in groep.

Waarvoor komen studenten naar de bibliotheek? In de eerste plaats bezoeken ze de bibliotheek om er te studeren (89%). Andere redenen zijn (met een enorme kloof): om samen groepswerken te maken (48%), boeken te raadplegen of te lenen (38%), te printen, kopiëren of scannen (32%), computers te gebruiken (23%) of de gsm of laptop op te laden (18%). Streamen en surfen doen 15% van de bevraagden in de bibliotheek belanden. Eenzelfde percentage is er om koffie (of iets anders) te drinken en sociale contacten te onderhouden. Een kleine 10% verwijst naar het gebruik van wetenschappelijke databanken en een bijna even grote groep vraagt informatie aan de bibliotheekmedewerkers. Het ligt voor de hand dat we in een volgende enquête dieper zullen moeten ingaan op enkele van deze aspecten.

IMPORTANT
De bibliotheek van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van AP Hogeschool.

Wat hier in elk geval opgemerkt moet worden, is dat er grote verschillen zijn tussen de diverse campussen en richtingen en ook (in mindere mate) tussen de instellingen. Ook de inrichting van de bibliotheek en de accenten in de bibliotheekorganisatie zijn van belang. In de nieuw ingerichte campusbibliotheek Groenenborger (Wetenschappen) komt men bijvoorbeeld meer voor groepswerken dan op de stadscampus van de UAntwerpen, en komt men ook heel specifiek voor het BibLab (makerspace).

Studenten vinden na corona dus nog steeds hun weg naar de bibliotheken, maar ze uiten ook bekommernissen. Bijna de helft van de AUHA-studenten (47%) geeft aan soms af te zien van een bibliotheekbezoek omdat er te weinig studieplekken zijn. (De enquête werd afgenomen in de erg drukke meimaand, maar ook dan moeten de bibliotheken zoveel mogelijk een antwoord bieden op de vragen en wensen van studenten.) Voor 38% is de kans op afleiding een reden om niet naar de bibliotheek te gaan, en bijna een vijfde (23%) vermijdt de bibliotheek als er te veel lawaai is. Zo’n 15% zegt de informatie ‘uit andere bronnen’ te halen (via de vpn-verbinding genieten de studenten thuis en op kot natuurlijk ook van diverse bibliotheekdiensten). Bijna 7% vindt zijn weg in de bibliotheek niet.

Dat zijn natuurlijk globale cijfers, over alle instellingen heen. De AUHA-bibliotheekteams analyseerden ondertussen de resultaten. We stelden ons vele vragen. Zijn we inclusief genoeg, bijvoorbeeld naar neurodivergente gebruikers (studenten met ADHD, autisme, dyscalculie, dyslexie, hoogbegaafdheid of hoogsensitiviteit)? Zijn onze interne en externe signalisatiesystemen adequaat? Gaan we voldoende in op nieuwe vragen en noden van studenten? Een alumna verklaarde onlangs dat ze in haar eerste bachelorjaar geen stap in haar universiteitsbibliotheek gezet had. Zij was zeker geen uitzondering.

Via de enquête hebben de studenten een duidelijke stem. Zo zou meer dan de helft van de respondenten vaker de bibliotheek bezoeken als de openingsuren uitgebreid werden. Vaak worden dan andere instellingen in binnen- en buitenland als referentiepunt genomen (bij internationale studenten, maar ook bij respondenten met elders studerende broers en zussen, vrienden of vriendinnen). Niet verrassend is de grote interesse in afgeschermde individuele studieplekken (meer dan 70%) en groepswerkruimtes (meer dan 80%). Die moeten ook geluidsdicht zijn, wat op de ene campus al beter gerealiseerd/realiseerbaar is dan op de andere. Dat zijn de interessantste, maar ook de moeilijkst te realiseren wensen. Onze instellingen zijn immers gebonden aan hun infrastructurele inbedding en hun bestaand personeelskader. Soms zijn ook minder drastische ingrepen niet in een vingerknip te realiseren. Interessant zijn de suggesties om meer drinkfonteintjes te voorzien, de luchtkwaliteit en de temperatuur te verbeteren. Gemakkelijker te realiseren zijn de vragen naar extra stopcontacten en (meer) staplekken.

IMPORTANT
In de bibliotheek van de Antwerp Maritime Academy.

Verder is er vraag naar meer ontspanningsruimte(s), meer kunst in de bibliotheek, meer groen en – toch wel opvallend – meer fictieboeken. In hoeverre de vraagstelling suggestief was, is ondertussen bij collega’s een punt van discussie. Er bestaat in elk geval een groep studenten die een AUHA-bibliotheek toch ook een beetje als de vervanger van de eigen openbare bibliotheek ziet, met een voldoende groot aanbod fictieboeken. Misschien moeten we onze huidige collecties op een andere manier presenteren? Liggen hier ook geen kansen om met de faculteiten en onderzoeksgroepen in gesprek te gaan? Zij kunnen in samenwerking met de bibliotheken auteurslezingen en tentoonstellingen organiseren. Hier en daar ontstaat/bestaat een leesclub (onder andere in KdG). In diverse Antwerpse bibliotheken worden ondertussen ook sport- en spelmaterialen uitgeleend en zelfs allerlei voorwerpen om het leven aangenamer te maken (van hoofdtelefoons tot fietspompen bijvoorbeeld, te reserveren in Book a Thing, een module van Anet/UAntwerpen). Uitlenen is immers nog steeds onze corebusiness. Dat zingen ook de openbare bibliotheken (terecht) als hun mantra.

Wat de bibliotheek als ontspanningsruimte betreft, is er meer onderzoek nodig naar hoe de gebruikers die term zelf invullen: is dat een stille zone, een bidruimte, een ruimte om actief te pauzeren, om te gamen, spelletjes te spelen, te praten, te lunchen, of nog iets anders ? Dat er in de bibliotheken in de toekomst meer plaats voor ontmoeting moet en zal zijn, is in de postcorona-tijd nog meer een evidentie dan voordien. De invulling van deze wens, die vaak ook een beleidswens is, vraagt de nodige tijd en investeringen

Vaak sporen de vragen en opmerkingen van studenten trouwens met de verlangens en dromen van de bibliotheekmedewerkers, maar ook met die van het beleid en het missionstatement van de instellingen. Ook wij dromen van de vergroening van een van de pleintjes en van de verloren hoeken in en rond onze bibliotheekgebouwen. Misschien volstaan in een eerste fase al enkele banken, stoelen en strandzetels, ziten statafels, leien bordjes met citaten waar een mens vrolijk van wordt en enkele mobiele bakken met geurige kruiden en vooral kleurrijke bloemen om de late lente en de vroege zomer als studietijd te verwelkomen. Maar tussen droom en daad liggen en staan er soms heel wat terechte praktische bezwaren in de weg.

De verdere opvolging

Een enquête roept gelukkig ook nieuwe vragen op. Het is belangrijk om jezelf als bibliotheekmedewerker steeds vragen te blijven stellen en om continu in overleg te gaan met de studenten (en natuurlijk ook met de docenten). Aan de UAntwerpen leidde dat tot een analyse van het reservatiesysteem Take a Seat, dat op diverse punten verbeterd werd. Twee opvallende cijfers houden mij als bibliothecaris na de lectuur van de enquêteresultaten bezig. Zo’n 47% van de gebruikers stelt dat ze meer naar de bibliotheek zouden gaan als de boeken gemakkelijker vindbaar zouden zijn, 44% vraagt een infopunt waar ze met al hun vragen heen kunnen. Dat terwijl er overal uiterst kundige publiekswerkers aanwezig zijn aan de balies, en centrale balies nu de facto al informatiepunten zijn. Het geeft aanleiding tot overleg binnen onze diensten en gesprekken met de studenten en hun vertegenwoordigers.

IMPORTANT
De bibliotheek van de Karel de Grote Hogeschool. © kdg.be.

Verder word ik steeds nieuwsgieriger als ik de antwoorden op de open vragen lees. Na het bestuderen van de enquêteresultaten ben ik bijzonder geïnteresseerd in wat ‘studeren’ precies inhoudt. Of naar hoe goed onze databanken bekend zijn. Voor de UAntwerpen heeft (slechts?) 15% van de respondenten daar moeite mee. Is dat een verdedigbaar percentage?

Ik denk meteen ook al aan vragen die gesteld kunnen worden in kleine tussentijdse pop-upbevragingen per instelling, in meetings met studenten, of die gesteld kunnen worden in de volgende bevraging. Hoe integreren studenten AI in hun studieproces en in hun bibliotheekbezoek? Hoe ziet de bibliotheek van morgen eruit voor de student van morgen met de AI-toepassingen van morgen? Diverse hogeronderwijsbibliotheken hebben hun eigen taskforce AI al opgericht en het beleid kijkt mee naar de bibliotheek om een gidsfunctie op te nemen. Ik vraag me ook af of er een kloof qua digitale geletterdheid bestaat tussen onze studenten en hoe groot die is. Vinden onze studenten in onze fysieke bibliotheek met ons ingewikkelde Universele Decimale Classificatie (UDC)-systeem (of andere classificatiesystemen) hun materialen gemakkelijk? Geven wij (zowel het bibliotheekpersoneel als de docenten) wel genoeg introducties? We doen al veel – zelfs alles wat momenteel binnen onze mogelijkheden ligt –, maar is dat genoeg? Weegt de heuristiek wel genoeg door in het opleidingspakket en binnen de evaluatie (‘in de punten’)? En verder: is er voldoende plaats voor neurodivergente gebruikers? Vinden zij in onze instellingen een goede (be)geleiding, duidelijke instructiefilmpjes, niet al te veel drempels, genoeg prikkelarme momenten, genoeg afgescheiden studie-plekken, enzovoort?

Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de bibliotheken van morgen plekken zijn van ontmoeting en verbinding, plaatsen waar mentaal en fysiek welzijn centraal staat. Onze bibliotheken moeten nog transparanter en gemakkelijker doorzoekbaar worden. Het glas is natuurlijk altijd halfvol. Collega’s zijn dag in, dag uit bezig om het leven in de bibliotheek zo nuttig en aangenaam mogelijk te maken en onze informatie zo gemakkelijk en snel mogelijk te ontsluiten.

Tot slot

Deze enquête was voor al onze instellingen een cadeau. Ze laat ons stilstaan, ze bevraagt ons, ze confronteert ons, ze inspireert ons. Vaak kunnen we de grote vragen niet oplossen. Maar we kunnen ze wel op de tekentafels van de toekomst leggen. We kijken op korte termijn uit naar de realisatie van de campusbibliotheek van KdG op de Meir en van AMA aan de Schelde, en op iets langere termijn naar de nieuwe campusbibliotheek van de biomedische wetenschappen op Drie Eiken (UAntwerpen). Het jaar 2045 is nog drie gemeenteraadslegislaturen van ons verwijderd. Europa levert vandaag normen af die tegen 2050 nageleefd moeten worden. De bibliotheek van morgen krijgt vandaag vorm.

Met dank aan de collega’s van de werkgroep Bibliotheken van de AUHA: Dirk Desaever, Han Jacobs, Isabelle De Ridder, Saar Van den Heuvel en Thomas Van Hoevelen, en de UAntwerpencollega’s Alexander Delport, An Marien, Jennifer Van den Avijle en Jessica Van de Weerd.

IMPORTANT
Bibliotheek van de Campus Groenenborger UAntwerpen.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be