Toen ik zelf als jonge psycholoog in opleiding stage liep in een Brussels reclamebureau, kreeg ik de opdracht om een handje toe te steken bij de verhuizing van de organisatie. Bij het leegmaken van de kantoren en het vullen van de verhuisdozen, stootte ik op een lokaal dat blijkbaar niet meer gebruikt werd. In dat lokaal stonden rekken vol archiefdozen met de meest uiteenlopende labels: ‘de vrouw in de reclame’, ‘gezondheid’, ‘mobiliteit’ enzovoort. Het bleek het archief te zijn van een medewerkster van het reclamebureau die gedurende twintig jaar haar werk uitgebreid gedocumenteerd, geklasseerd en verzameld had in haar eigen bibliotheek. Het archief bevatte een schat aan relevante documentatie. Ik vroeg aan mijn stagementor wat er moest gebeuren met het archief: “Gooi dat maar in de container op de binnenplaats. We hebben dat allemaal niet meer nodig.”
Dat voorbeeld is spijtig genoeg vaak eerder de regel dan de uitzondering. De meeste organisaties gingen in het verleden zeer slordig om met het beheren en het behouden van de kennis die ze opgebouwd hadden. Ze besteedden er bedroevend weinig aandacht aan met als gevolg dat de opgebouwde kennis dikwijls verloren ging wanneer een medewerker op pensioen vertrok of veranderde van job. Nochtans is het belang van het bezit van kennis van hoge kwaliteit sinds de industrialisering exponentieel toegenomen en wordt deze kennis voornamelijk opgebouwd in de hoofden van de medewerkers. Men zou dus verwachten dat een moderne organisatie maximaal inzet op de retentie van kennis en er alles aan doet om de in de organisatie aanwezige kennis maximaal te laten renderen.
Het bewaren en delen van kennis is door de massale invoering van het hybride werken nog belangrijker geworden. Indien we complexe taken willen uitvoeren, willen innoveren en cocreëren, dan moet de samenwerking binnen een team optimaal zijn en van hoge kwaliteit. De kracht van samenwerking ligt in het combineren van de in het team aanwezige kennis. Zo ontstaan nieuwe inzichten en dat is net de meerwaarde van creatief teamwerk. Het samenwerken op afstand maakt het echter veel moeilijker om vlot informatie te delen. Dat hebben we ondertussen zelf allemaal ervaren. Het afhandelen van dagelijkse taken is vanuit de thuiswerkplek in principe geen probleem. We hebben echter gemerkt dat de informatie-uitwisseling via online contacten vooral diepgang mist. We handelen een agenda af, maar er is weinig tijd om onderwerpen volledig uit te spitten. Daarnaast is er ook een probleem met de frequentie van kennisuitwisseling. De interessantste contacten ontstaan namelijk bij de informele en toevallige informatieuitwisseling. Vandaar de kracht en het belang van de koffiemachine in een kantooromgeving. Door online samen te werken verdwijnt dat aspect grotendeels. We gaan onze collega’s veel minder spontaan ontmoeten. Er is geen tijd of gelegenheid meer om spontaan te ‘babbelen’ en daardoor zal de kwaliteit van onze informatie-uitwisseling dalen. Het merkbare verlies van de diepte en frequentie van de informatieuitwisseling werd ook bevestigd via recent wetenschappelijk onderzoek (zie bijvoorbeeld ‘The impact of temporal and spatial separation along with media use on knowledge sharing networks’ van Nick van der Meulen).
Aangezien veel organisaties vandaag geconfronteerd worden met een grote uitstroom van ervaren en gespecialiseerde medewerkers, en daardoor cruciale kennis dreigen te verliezen, wordt het kennismanagement steeds ernstiger genomen. Dat is een positieve evolutie. Organisaties huren steeds vaker kennismanagers in wier taak het is om het verzamelen, bewaren, structureren en delen van kennis te coördineren en te organiseren.