Bibliotheken en belonging: lessen uit het superdiverse Brussel

META Nummer 2025/1

Bibliotheken en belonging: lessen uit het superdiverse Brussel

Geschreven door Margot de Smaele
Gepubliceerd op 04.02.2025
IMPORTANT
Foto’s: © Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Openbare bibliotheken zijn de afgelopen decennia geëvolueerd van boekopslagplaatsen naar levendige plekken waar ontmoeting en verbinding centraal staan. Ze bevinden zich op het snijvlak van literatuur, onderwijs en gemeenschapsvorming en spelen een cruciale rol in het vormgeven van de leeservaring van kinderen en hun verzorgers. Maar hoe vervullen bibliotheken deze rol effectief in een omgeving die zo divers en complex is als Brussel? In haar masterscriptie onderzocht Margot de Smaele hoe openbare bibliotheken in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest proberen om inclusieve literaire omgevingen te zijn voor kinderen en hun verzorgers. Via interviews met medewerkers (alle namen zijn fictief) van zestien van de twintig Nederlandstalige openbare bibliotheken onderzocht ze hoe bibliotheekpersoneel omgaat met kwesties als diversiteit, representatie en dekolonisatie.

Een tijdje geleden las ik het boekje Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs (2019). De titel spreekt voor zich; Katherine Rundell, een kinderboekenschrijfster en literatuurwetenschapper, legt overtuigend uit waarom volwassenen af en toe kinderboeken zouden moeten lezen: “Als je kinderboeken leest, krijg je de gelegenheid om weer als kind te lezen: om de weg terug te vinden naar de tijd toen nieuwe ontdekkingen dagelijkse kost waren en de wereld oneindig was, voor je verbeelding was bijgeschaafd en gefatsoeneerd.”¹

Zo voelde het inderdaad om als kind te lezen. Toen ik ongeveer acht jaar oud was, bezocht ik wekelijks de lokale bibliotheek om vol verwachting langs de boekenkasten te dwalen, verlangend naar de nieuwe werelden die me te wachten stonden. Terugkijkend op de opwinding die ik destijds voelde tijdens mijn wekelijkse bibliotheekbezoeken, realiseerde ik me dat bibliotheken een grote invloed kunnen hebben. Ze bieden een schatkamer aan verhalen, waardoor jonge lezers werelden buiten hun eigen omgeving kunnen verkennen. Zoals Katherine Rundell stelt: “De bibliotheek blijft een van de weinige plekken in de wereld waar je niets hoeft te kopen, of iemand moet kennen of iets moet geloven om erbinnen te komen. Het is de meest egalitaire ruimte die er bestaat.”² Voor velen begint hun liefde voor lezen in hun jonge jaren, bij de bezoeken aan de bibliotheek. Het is duidelijk dat Rundell een groot bewonderaar is van bibliotheken, en deze liefde deel ik. Maar is de bibliotheek werkelijk zo’n egalitaire ruimte als we zouden willen? Het utopische beeld van de bibliotheek dat Rundell schetst, komt niet overeen met de realiteit van de bibliotheek uit mijn jeugd. Hoewel ik in een buurt woonde met bewoners uit verschillende landen, en naar een basisschool ging waar veel kinderen ouders hadden die buiten Europa geboren waren, waren de personages in de verhalen die ik las altijd wit. En de weinige personages met een migratieachtergrond werden systematisch neergezet als onbeschaafde probleemgevallen of als hulpeloze slachtoffers die gered moesten worden. Kunnen we dan wel spreken van de bibliotheek als een egalitaire ruimte?

IMPORTANT

Mijn onderzoek richtte zich op de negentien Nederlandstalige gemeentelijke bibliotheken in het Brusselse Gewest en Muntpunt. De twintig bibliotheken werken autonoom, elk met haar eigen visie en beleidsplannen afgestemd op het gemeentelijk beleid. Sinds 2016 vormen de twintig Brusselse bibliotheken een netwerk met een gemeenschappelijke lidkaart. Sinds september 2023 hebben ze een gemeenschappelijk reglement, met een gratis lidmaatschap en een gratis basisdienstverlening. De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) ondersteunt de bibliotheken en ziet ze als ‘derde plaats’ waar Brusselaars vrij toegang moeten hebben tot verhalen, diverse perspectieven, levenslang leren en sociale interactie.

Superdiversiteit

Steven Vertovec introduceerde in 2007 het concept ‘superdiversiteit’ om aan te geven dat etnische diversiteit bestuderen niet volstaat om de complexe migratiepatronen van vandaag te begrijpen en de hedendaagse samenleving te analyseren. Ook andere factoren, zoals (onder meer) religie, taal, gender en sociale klasse, bepalen hoe mensen hun plek vinden in een superdiverse samenleving³. Brussel is de dichtstbevolkte, meest diverse en jongste stad van België⁴. Begin 2023 had bijna 77% van de inwoners een buitenlandse achtergrond, waarvan 29,9% uit de Europese Unie (EU) en 46,8% van buiten de EU kwam. Dat maakt Brussel een typisch voorbeeld van een ‘meerderheid-minderheidstad’, waarin geen enkele groep een duidelijke meerderheid vormt. Er is een toenemende culturele en talige diversiteit, en een meertalige stedelijke omgeving wordt meer en meer het referentiekader waarmee de Brusselaars zich identificeren. Daarnaast kent Brussel grote sociaaleconomische ongelijkheden, met aanzienlijke inkomensverschillen tussen gemeenten zoals het welvarende Sint-Pieters-Woluwe en het veel armere Sint-Joost-ten-Node.

Spiegels en ramen

In haar invloedrijke essay Mirrors, Windows, and Sliding Glass Doors (1990) benadrukt Rudine Sims Bishop het belang van literatuur waarin kinderen zichzelf herkennen. Ze vergelijkt boeken met spiegels, ramen en schuifdeuren: spiegels voor herkenning, ramen naar andere levens en schuifdeuren voor inleving. Literatuur bevordert zo empathie en een positief zelfbeeld. Recent onderzoek naar diversiteit in Nederlandstalige jeugdliteratuur toont echter aan dat de representatie van niet-witte personages in kinderboeken beperkt blijft en dat witte personages de overhand hebben⁵. Er is een gebrek aan hoofdrolspelers van kleur in populaire jeugdliteratuur⁶.

IMPORTANT

De bibliotheekmedewerkers die ik sprak, zijn het erover eens dat het belangrijk is om een breed scala aan verhalen aan te bieden, waarin kinderen zichzelf kunnen herkennen, maar ook verhalen waarin ze kunnen leren over anderen. Jeugdmedewerker Didier verwoordt het als volgt: “In een stad als Brussel, waar iedereen van overal komt, is het onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat alle kinderen zichzelf kunnen zien in de verhalen die we aanbieden. Het gaat om herkenning, maar ook om het verbreden van hun blik op de wereld.” Dat betekent dat bibliotheken een kinderboekencollectie moeten hebben die de superdiversiteit in de samenleving weerspiegelt.

Het samenstellen van zo’n diverse collectie is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoewel er steeds meer boeken op de markt komen die aandacht besteden aan diversiteit, blijven er hiaten bestaan. Sommige onderwerpen worden nog steeds onderbelicht, en het aanbod aan boeken met authentieke en niet-stereotiepe representaties van ‘minderheden’ blijft beperkt. Bibliotheekmedewerker Felix legt uit: “Het aanbod van boeken met culturele diversiteit groeit wel, maar het is nog steeds niet representatief voor de stad waarin we leven. Brussel is een stad waar zoveel verschillende mensen wonen, en dat zie je nog te weinig terug in kinderboeken.” Het gebrek aan representatieve literatuur betekent dat bibliotheken extra inspanningen leveren in het zoeken naar en presenteren van boeken die wél een divers beeld schetsen.

Dekolonisatie

Dekolonisatie in de brede zin kan worden opgevat als de veroordeling van kolonialisme als een systeem van onderdrukking en de herverdeling van macht om te streven naar sociale rechtvaardigheid⁷. Hoe vertalen we dat concept naar de context van openbare bibliotheken? Het is cruciaal om te onderzoeken hoe koloniale erfenissen nog steeds doorwerken in onze culturele instellingen. Een voorbeeld hiervan is het heroverwegen van de presentatie van boeken die racistische stereotypen bevatten. Dat kan inhouden dat verhalen van context voorzien worden of dat bepaalde (kinder)boeken uit de collectie verwijderd worden. Zo hebben veel Brusselse bibliotheken hun collectie sinterklaasboeken kritisch bekeken. Boeken waarin zwarte piet op een racistische manier afgebeeld wordt, zijn afgevoerd en vervangen door titels waarin roetpieten centraal staan. Dat is een proces dat nooit helemaal af is, en voortdurende reflectie en aanpassing vereist. Tegelijkertijd is het belangrijk om aandacht te besteden aan de overwegend witte samenstelling van het personeel in openbare bibliotheken in het superdiverse Brussel. Deze ongelijkheid kan leiden tot blinde vlekken, waardoor niet alle perspectieven voldoende meegenomen worden in collecties, beleidsvorming en de interactie met bezoekers.

IMPORTANT

Bibliothecaris Dorian waardeert het leven in een tijd waarin veel bevraagd wordt: “We worden gedwongen, of liever gezegd, we mogen ons bezighouden met bepaalde vragen. Ik ervaar dat als een voorrecht: we mogen echt zoeken en voorzichtige stappen zetten.” Hij pleit voor een ‘twijfelend standpunt’, waarbij bibliotheken samen met hun bezoekers – en degenen die nog geen bezoekers zijn – zoeken naar wat hun rol kan zijn in een wereld die voortdurend in verandering is.

De bibliotheek als derde plek

Los van de boekencollecties mag het belang van de fysieke ruimte van bibliotheken niet onderschat worden. In Brussel zien bibliotheken zichzelf steeds vaker als plekken voor sociale interactie, waar mensen van uiteenlopende achtergronden elkaar kunnen ontmoeten en samen leren. Dat sluit aan bij het concept van de bibliotheek als ‘derde plek’, zoals beschreven door socioloog Ray Oldenburg. Hij stelde dat mensen naast hun thuis (de eerste plek) en werk (de tweede plek) behoefte hebben aan een ontmoetingsruimte.

Het realiseren van zo’n derde plek gebeurt niet zonder uitdagingen. Brussel wordt gekenmerkt door ongelijkheden en spanningen, wat betekent dat bibliotheken een evenwicht moeten vinden tussen het bieden van comfort en het erkennen van discriminatie en uitsluiting. Zoals bibliotheekmedewerker Ciska het verwoordt: “We proberen iedereen zich welkom te laten voelen, maar dat betekent niet dat we de problemen van de stad negeren. We moeten ook nadenken over hoe we omgaan met racisme en vooroordelen.”

Ontmoetingen tussen bibliotheekbezoekers verlopen dus niet altijd zonder frictie. Onderzoeker Melike Peterson⁸ benadrukt dat deze interacties zowel verbinding als ongemak kunnen brengen. Ze wijst erop dat bibliotheken plekken zijn waar gevoelens van verbondenheid vaak gepaard gaan met vervreemding of uitsluiting, en waar ook spanningen en wrijving onderdeel zijn van de sociale dynamiek. De sfeer in bibliotheken speelt daarbij een cruciale rol in hoe en wanneer bezoekers zich thuis voelen, of een gevoel van belonging hebben.

IMPORTANT

De bibliotheek als plek van belonging

Peterson beschrijft bibliotheken als micro-urbane ruimtes die bijdragen aan het stedelijke leven door dagelijks verschillen en overeenkomsten tussen mensen zichtbaar en bespreekbaar te maken. Uit haar onderzoek blijkt dat bibliotheken door veel gebruikers ervaren worden als gastvrije, warme plekken waar stedelijke diversiteit vanzelfsprekend is. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om te erkennen dat deze ruimtes, naast inclusie en verbinding, ook momenten van uitsluiting en ongemak kunnen herbergen. 

Melike Peterson beschrijft de bibliotheek als een ‘gevoelde ruimte’ – een plek waar gevoelens van comfort en ongemak naast elkaar kunnen bestaan. Dat concept is bijzonder relevant in de Brusselse context, waar de superdiversiteit vraagt om ruimtes waarin bezoekers zich zowel thuis voelen als uitgedaagd worden. Bibliotheken vormen plekken waar bezoekers geconfronteerd worden met verschillen en gestimuleerd worden om open te staan voor nieuwe verhalen. Hierdoor worden bibliotheken niet alleen ontmoetingsruimtes, maar ook leeromgevingen die bijdragen aan een inclusieve stedelijke samenleving.

Rebecca Williamson⁹ stelt dat belonging niet louter een gevoel is, maar ook een vaardigheid die mensen kunnen ontwikkelen. Het gaat niet alleen om het deel uitmaken van een gemeenschap, maar ook om het vermogen om je in uiteenlopende sociale contexten en groepen thuis te voelen. In haar onderzoek naar een bibliotheek in een multiculturele wijk in Sydney (Australië) laat Williamson zien hoe bibliotheken kunnen dienstdoen als pedagogische omgevingen waar burgerschapsgevoelens gestimuleerd worden. Elementen zoals het ontwerp van het gebouw, de inrichting van de ruimte en de interacties met het personeel kunnen bijdragen aan gevoelens van verbondenheid.

IMPORTANT

De architectuur en inrichting van bibliotheken spelen dus een belangrijke rol in hoe welkom mensen zich voelen. In Brussel experimenteren bibliotheken met verschillende manieren om hun ruimtes toegankelijk en uitnodigend te maken. Dat varieert van kleurrijke, interactieve kinderhoeken tot rustige leeszones waar bezoekers zich kunnen terugtrekken.

Activiteiten, samenwerkingen en de rol van het personeel 

Naast de fysieke inrichting spelen de activiteiten die bibliotheken organiseren een essentiële rol in het bevorderen van inclusie. Schoolbezoeken, voorleesmiddagen en culturele evenementen worden georganiseerd om kinderen en hun verzorgers te laten kennismaken met de bibliotheek en haar collectie. Veel bibliotheken verrijken hun programma’s door samen te werken met lokale verenigingen en gemeenschapscentra, of ze nodigen auteurs uit om over hun werk te spreken. Dergelijke initiatieven positioneren de bibliotheek als een dynamische, inclusieve plek die inspeelt op de behoeften en interesses van haar gebruikers. Zo worden bibliotheken niet alleen informatiecentra, maar ook gemeenschapsknooppunten waar verbinding en leren centraal staan.

De veranderende demografie en het veranderende culturele landschap van Brussel nodigen de bibliotheken uit om hun diensten en activiteiten aan te passen aan verschillende doelgroepen. In sommige bibliotheken wordt hun sociale rol belangrijker gevonden, terwijl andere bibliotheken zichzelf zien als een vertrouwd bastion van literatuur en rust te midden van de drukke stad. De grootte en architecturale kenmerken van de bibliotheek spelen een belangrijke rol, maar uiteindelijk zijn het de medewerkers en hun visie die grotendeels de functie van de openbare bibliotheek bepalen. Bij de meeste bibliotheekmedewerkers bestaat er een collectief gevoel van trots om bij te dragen aan het diverse weefsel van een inclusievere samenleving.

Library joy

Er is een rode draad die door alle getuigenissen van medewerkers loopt. Ik stel voor om dat thema te benoemen als library joy, een term die ik ontleen aan Instagramicoon en gepassioneerd bibliothecaris Mychal Threets (@mychal3ts). In zijn korte video’s op Instagram en TikTok deelt Threets enthousiast verhalen over de ‘library-kids’ en ‘library-grownups’ die hij elke dag tegenkomt in zijn werk.

IMPORTANT

Deze ‘bibliotheekvreugde’ neemt verschillende vormen aan. Velen vinden het leuk om kinderen verhalen voor te lezen en de betovering op hun gezichtjes te zien. Lucas vertelt: “Het plezier van verhalen doorgeven, het plezier van lezen, dat vind ik het belangrijkste. Want iemand die geletterd is, heeft meer mogelijkheden.” Anderen beleven plezier aan het helpen van kinderen bij het kiezen van het juiste boek. Rita wil bijvoorbeeld zoveel mogelijk kinderen helpen bij hun zoektocht naar hun favoriete boek. Ze hoopt dat ze, als ze het gevonden hebben, af en toe weer zullen lezen – “niet om ervoor te zorgen dat ze hun hele leven lang romans blijven lezen, maar gewoon om ervoor te zorgen dat ze voldoende zijn voorbereid om ... te blijven drijven in deze wereld. Wat al moeilijk genoeg is.” Alex is het blijst als mensen een praatje met haar komen maken of haar vertellen wat een geweldig boek ze gelezen hebben. “Of van die kinderen die naar je toe komen en heel slim doen en je vertellen hoe de wereld in elkaar zit – daar kan ik heel blij van worden.” Het leukste deel van haar werk vindt Nathalie het moment dat een nieuw aangeschaft boek meteen geleend wordt: “Als een kind dat boek kiest en met een grote glimlach op zijn gezicht weggaat. Dat is een mentale high five, die zegt: job well done.” En Anja glimlacht breed als ze me vertelt wat ze het leukst aan haar werk vindt, namelijk het uitpakken van nieuw geleverde boeken: “Het is net Sinterklaas die cadeautjes aflevert, ook al heb ik de boeken zelf besteld”.

Zo kan ik nog even doorgaan, maar ik heb mijn punt gemaakt. De bibliotheek bloeit op dankzij de toegewijde inspanningen van mensen die zich inzetten om een gastvrije omgeving te creëren. De sfeer van de bibliotheek is nauw verbonden met de passie en bijdragen van zowel medewerkers als vaste bezoekers. De ruimte is dynamisch en ontvankelijk voor verandering, waarbij het succes als gemeenschapsruimte sterk afhankelijk is van de collectieve betrokkenheid en inzet van bibliotheekmedewerkers, library-kids en library-grownups.

Conclusie

Openbare bibliotheken zijn voor sommigen van cruciaal belang en worden door anderen over het hoofd gezien. Maar het is onjuist om te impliceren dat de essentie van een bibliotheek alleen ligt in de boeken die ze herbergt. Het zijn ontmoetingsruimtes waar burgers de diversiteit van hun gemeenschap kunnen ervaren en waarderen. De Brusselse bibliotheken bieden bezoekers met uiteenlopende achtergronden een veilige, gastvrije ruimte waarin verbinding kan ontstaan. Dankzij een sfeervolle inrichting, sociaal ondersteunend personeel en een diverse collectie, worden bibliotheken plekken waar mensen belonging (leren) voelen en op een comfortabele manier anderen ontmoeten. Tijdens mijn onderzoek hoop ik bibliotheekmedewerkers geïnspireerd te hebben om kritisch naar hun collecties te kijken en na te denken over dekolonisatie en inclusiviteit. Door een diverse collectie aan te bieden, uitnodigende ruimtes te creëren en activiteiten te organiseren die mensen samenbrengen, versterken de Brusselse bibliotheken het gevoel van verbondenheid. Deze inspanningen zijn een inspirerend voorbeeld van hoe culturele instellingen kunnen bijdragen aan een inclusieve en rechtvaardige samenleving, hoewel er nog veel werk te doen is om dat ideaal te realiseren. Zoals Katherine Rundell treffend schreef: “Als hoop een ding met veren is, dan zijn bibliotheken de vleugels.”¹⁰

Literatuurlijst

¹ Rundell, K. (2019), Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs. Amsterdam: Luitingh Sijthoff. (p 58).

² Rundell, K. (2019), Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs. Amsterdam: Luitingh Sijthoff. (p 64).

³ Vertovec, S. (2007). ‘Super-diversity and its implications’. Ethnic and racial studies 30 (6), 1024- 1054. Vertovec, S. (2019). ‘Talking around super-diversity’. Ethnic and Racial Studies 42 (1), 125-139.

⁴ Moens, P. (2023). Een blik op Brussel 2023. Toelichtingsnota. [report]. Brussel: Agentschap Binnenlands Bestuur.

⁵ Van den Bossche, S., & A. Klomberg. (2020). Jeugdliteratuur door de lens van etnisch-culturele diversiteit. Stichting Lezen.

⁶ De Bruijn, Y., Emmen, R.A.G. & J. Mesman. (2021a). ‘Ethnic diversity in children’s books in the Netherlands’. Early Childhood Education Journal 49, 413–423. De Bruijn, Y., Emmen, R.A.G. & J. Mesman. (2021b). ‘What do we read to our children? Messages concerning ethnic diversity in popular children’s books in the Netherlands’. SN Soc Sci 1, 206.

⁷ Nsayi, N. (2022). Dochter van de dekolonisatie. Berchem: Epo Uitgeverij

⁸ Peterson, M. (2023a). ‘Libraries as felt spaces: Atmospheres, public space and feelings of dis/comfort. Emotion, Space and Society 49, 100986. Peterson, M. (2023b). ‘Public Libraries and Spaces of Micro Connection in the Intercultural City’. Central and Eastern European Migration Review 12 (1), 65-79.

⁹ Williamson, R. (2020). ‘Learning to belong: Ordinary pedagogies of civic belonging in a multicultural public library’. Journal of Intercultural Studies 41 (5), 543–558.

¹⁰ Katherine Rundell (2019), Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs, p 64.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be