Van klas tot schat. Schoolerfgoed: veldtekening, uitdagingen en kansen

META Nummer 2024/8

Van klas tot schat. Schoolerfgoed: veldtekening, uitdagingen en kansen

Geschreven door Winand Van Meerbeek
Gepubliceerd op 17.12.2024

Interview met Joris Colla (KADOC) en Kim Descheemaeker (Liberas)

IMPORTANT

KADOC-KU Leuven en Liberas organiseerden bij de jaarovergang van 2023 naar 2024 een pilootbevraging over schoolerfgoed in de ruime regio Gent en de Limburgse mijnstreek. Winand Van Meerbeek (KADOC) ging met Kim Descheemaeker (Liberas) en Joris Colla (KADOC) in gesprek over die bevraging, de resultaten en hun toekomstplannen rond schoolerfgoed.

Jullie hebben een pilootbevraging uitgevoerd over schoolerfgoed. Maar wat valt er allemaal onder die term?

Kim: Schoolerfgoed is heel gevarieerd en omvat zowel onroerend, roerend als immaterieel erfgoed. Bij het onroerend erfgoed gaat het natuurlijk in de eerste plaats over het schoolgebouw, maar bijvoorbeeld ook over de speelplaats, een kapel op de site van de school, de stallingen van een landbouwschool enzovoort. Het roerend erfgoed bestaat uit heel uiteenlopende collecties objecten, gaande van oude wandplaten over opgezette dieren voor biologieonderwijs en andere didactische materialen die gebruikt worden in de klas, tot zelfs de turntoestellen. Ook het archief en de bibliotheek behoren tot het roerend erfgoed. Het archivalisch materiaal in scholen is heel breed. Het gaat bijvoorbeeld om leerlingendossiers en vergaderverslagen, maar evengoed om menu’s van het schoolrestaurant of foto’s van schoolreizen. Het bibliothecair erfgoed omvat de boeken en tijdschriften die de school bewaart, maar ook eigen publicaties, zoals nieuwsbrieven van de school of krantjes van het oudercomité of de leerlingenraad. En dan is er nog het immaterieel erfgoed. Dat omvat gebruiken en tradities op school die van generatie op generatie doorgegeven worden, zoals de honderddagenviering of Chrysostomos. Onze bevraging was gericht op schoolerfgoed dat in de scholen zelf bewaard wordt. Erfgoed dat in een school ontstaan is, kan natuurlijk elders terechtgekomen zijn, zoals bij een erfgoedorganisatie of bij privépersonen. Maar daar lag onze focus dus niet op.

Joris: Omdat al die erfgoedcategorieën onderling verbonden zijn, kozen we bij de bevraging voor een integrale aanpak. De verschillende erfgoedsoorten kwamen allemaal aan bod. Per onderdeel van de enquête hebben we duidelijk gedefinieerd wat we ermee bedoelden, met voorbeelden. We zijn er ons immers van bewust dat medewerkers van scholen niet altijd vertrouwd zijn met het onderscheid tussen de verschillende erfgoedcategorieën.

IMPORTANT
Panoramisch zicht op het gebouwencomplex van het jozefietencollege in Melle, 1877. Foto: KADOC-KU Leuven, verzameling foto’s: KFA17659

Hebben jullie de indruk dat de scholen die definities goed begrepen? Dat het voor hen duidelijk was wat er allemaal onder viel?

Joris: We openden de bevraging met een brede, algemene toelichting over schoolerfgoed en gingen daarna stap voor stap in op de specifieke categorieën erfgoed. Per categorie peilden we naar het door scholen bewaarde erfgoed en naar hun erfgoednoden. Uit de antwoorden leidden we alvast af dat de respondenten toch echt wel mee waren. Natuurlijk zijn sommige erfgoedcategorieën herkenbaarder dan andere, dat merkten we ook al bij eerdere bevragingen in andere sectoren. Bij onroerend erfgoed kunnen mensen zich meestal gemakkelijk iets voorstellen, terwijl men vaak minder vertrouwd is met immaterieel erfgoed. En als het om archieven gaat, beseffen mensen niet altijd dat ook digitale bestanden daar deel van kunnen uitmaken.

Voor wie is schoolerfgoed belangrijk en waarom?

Kim: Schoolerfgoed kan voor iedereen van betekenis zijn, want bijna iedereen in België is naar school gegaan. Daardoor heeft iedereen op een of andere manier een band met dat erfgoed: het is iets wat veel mensen herkennen. Door met schoolerfgoed aan de slag te gaan, kunnen gemeenschappen met elkaar verbonden worden en mensen dichter bij elkaar komen. Het eigen schoolerfgoed bepaalt ook mee de identiteit van een school. Een school kan haar erfgoed immers gebruiken om zich op een bepaalde manier te profileren. Tot slot vormt schoolerfgoed voor onderzoekers natuurlijk een essentiële bron om te begrijpen hoe ons onderwijs geëvolueerd is door de tijd heen.

Joris: Door het grote pedagogische potentieel is schoolerfgoed zeker belangrijk voor de scholen zelf. Het kan ingezet worden om te werken aan sleutelcompetenties, zoals burgerschap, cultureel bewustzijn, historisch bewustzijn, zelfbewustzijn of sociaal-relationele competenties. Schoolerfgoed is voor de leerlingen meestal erg herkenbaar en is bovendien heel nabij, wat in een tijd van maximumfacturen niet onbelangrijk is. Leerkrachten kunnen het inzetten in de klas om heel uiteenlopende thema’s aan te snijden. Het kan daarbij ook gaan om beladen onderwerpen, zoals koloniale geschiedenis of genderverhoudingen in het verleden. Schoolerfgoed kan soms best wel ‘schuren’. De inzet van het eigen schoolerfgoed in de klas vereist natuurlijk wel dat er voldoende aandacht besteed wordt aan erfgoedzorg, zodat scholen weten welk erfgoed ze in huis hebben en het in goede staat blijft. Anders is het niet evident om het in de klas te gebruiken.

IMPORTANT
Liberas zet sterk in op erfgoededucatie, onder meer door het hele schooljaar Erfgoedklasbakken aan te bieden. Foto: Liberas

Jullie hebben een bevraging uitgevoerd in twee regio’s. Waarom zijn jullie juist tot die bevraging gekomen? Wat was het opzet en wat wilden jullie bereiken?

Kim: De voorbije jaren ontvingen we zowel bij Liberas als bij KADOC verschillende vragen van scholen: “Wat moeten we nu eigenlijk precies met ons schoolerfgoed doen? Hoe moeten we ermee omgaan?” Liberas heeft ook al enkele initiatieven rond schoolerfgoed georganiseerd, zoals de uitbouw van een educatief aanbod of een samenwerking in het kader van een jubileumviering.

Joris: In KADOC hebben we aanknopingspunten met het thema vanuit onze collectie, die bijvoorbeeld de archieven van de katholieke onderwijskoepel en een beperkt aantal schoolarchieven omvat. Daarnaast zetten we in het verleden al verschillende projecten op. Zo organiseerden we tussen 2008 en 2011 een bevraging over schoolarchieven in de katholieke secundaire scholen in het bisdom Antwerpen. Tussen 2019 en 2021 hebben we samen met Cultureel Erfgoed Annuntiaten Heverlee het project Slimerfgoed.be uitgevoerd en in 2022 brachten we een tentoonstelling over schooltoneel. Ook zetten we structureel in op erfgoededucatie. We merkten daarbij steeds opnieuw dat scholen veel vragen over hun erfgoed hebben, maar dat het voor hen niet evident is om ermee aan de slag te gaan. Ze hebben te weinig mensen, middelen en expertise. Zeker op dat laatste vlak kan de erfgoedsector een belangrijke rol spelen.

Kim: Die rol betreft zowel de zorg voor schoolerfgoed als het gebruik ervan in de klas, waar vooral in het lager onderwijs vraag naar is. In het derde en vierde leerjaar wordt dikwijls aandacht besteed aan hoe het vroeger was en hoe kinderen vroeger naar school gingen. Maar scholen vinden het heel moeilijk om de koppeling te maken naar hun eigen school, hun eigen verleden en hun eigen erfgoed.

Joris: Om als erfgoedorganisaties optimaal te kunnen inspelen op de verwachtingen van scholen, wilden we een beter zicht krijgen op het erfgoed dat ze bewaren en op de noden die ze op dat vlak ondervinden. Daarom hebben we de pilootbevraging uitgevoerd. ‘Piloot-’, omdat we anders dan in eerdere projecten zowel het basisonderwijs – dat het kleuter- en lager onderwijs omvat – als het secundair onderwijs wilden bevragen én een integrale erfgoedbenadering hanteerden. Maar ook omdat we deze bevraging zien als een eerste stap. Aangezien het onderwijsveld enorm groot is en het initiatief haalbaar moest zijn binnen onze reguliere werking, kozen we er namelijk voor om ons te richten op twee specifieke regio’s waar we al enkele contacten hadden en die een goede mix boden van stedelijke en ruralere gebieden. Concreet kozen we voor de ruime regio Gent (gemeenten De Pinte, Destelbergen, Evergem, Gent, Laarne, Melle, Merelbeke en Sint-Martens-Latem) en de Limburgse mijnstreek (gemeenten As, Beringen, Genk, HeusdenZolder, Houthalen-Helchteren en Maasmechelen). In totaal schreven we 260 basisscholen en 158 secundaire scholen aan. Om de bevraging uit te voeren, werkten we samen met FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, Cultureel Erfgoed Annuntiaten Heverlee en ECRU Erfgoed. Werkplaats immaterieel erfgoed bood input over het immaterieel erfgoed.

IMPORTANT

Hoe werd de enquête verspreid? En zijn jullie tevreden over de respons?

Joris: De enquête werd door Liberas en KADOC uitgestuurd naar alle basis- en secundaire scholen in de pilootregio’s. Ook de partners en de onderwijskoepel Katholiek Onderwijs Vlaanderen maakten de bevraging bekend. Verder zorgden we voor enkele herinneringen. De uiteindelijke responsgraad was 14,4 procent. We merkten dat veel scholen overbevraagd waren en, hoewel ze op zich wel wilden meewerken, niet de tijd vonden om de bevraging in te vullen. Met dat in gedachten zijn we tevreden over de respons. De antwoorden geven goede indicaties over het erfgoed dat aanwezig is in scholen, en de daarmee verbonden noden.

IMPORTANT
Beeld van een tekenklas in de IVG-School in Gent, die een geschiedenis van 125 jaar heeft. Er zijn verschillende reeksen postkaarten bewaard, die een mooi beeld geven van het schoolleven. Foto: Liberas

Hoe is de huidige situatie op het terrein? Wat zijn de grootste noden die uit de bevraging naar voren gekomen zijn?

Kim: Scholen geven zelf aan dat hun grootste noden zich bevinden bij het onroerend en immaterieel erfgoed en bij de objecten. Onroerend erfgoed springt er het meest uit. Wellicht zorgt het spanningsveld tussen de historische waarde van schoolgebouwen en de noden die scholen hebben om op een eigentijdse manier onderwijs te verstrekken ervoor dat ze daar meer vragen over hebben. Bovendien vergt de zorg voor onroerend erfgoed grote budgetten, waardoor scholen veel vragen hebben over subsidiemogelijkheden. Wat roerend erfgoed betreft: 61 procent van de scholen met erfgoedobjecten in huis heeft noden daarrond. Zij willen vooral ondersteuning krijgen over selectie en waardering, het opmaken van een inventaris en herbestemming. Dat laatste hangt wellicht samen met de ruimte die collecties objecten innemen. Rond het immaterieel erfgoed heeft de helft van de respondenten die gebruiken en tradities signaleerden, nood aan ondersteuning en expertise. Wellicht omdat immaterieel erfgoed in de samenleving nog iets minder bekend is, en dat men niet altijd goed weet hoe je daarmee kunt omgaan. Voor archieven en bibliotheken is de vraag naar ondersteuning wat lager, ongeveer 35 procent voor elk van beide categorieën. Maar vanuit het perspectief van het erfgoed denken we dat er niettemin heel wat noden zijn op het vlak van documentair erfgoed.

Joris: Wat de archieven betreft, zien we dat alle scholen, op een na, aangeven historisch archief te bewaren. Het gaat dan vooral om papieren archief, maar ook om audiovisueel en digitaal materiaal. Het digitaal archief beschouwt men op dit moment wel nog duidelijk meer als lopende administratie. Verder gaat het niet alleen om archief van de eigen school. In 15 procent van de gevallen bewaart men ook papieren archief van voormalige scholen die ooit door een fusie opgegaan zijn in de huidige school. In 30 procent van de gevallen wordt papieren archief van met de school verbonden organisaties – ik denk dan bijvoorbeeld aan een oudercomité of een oud-leerlingenbond – bewaard. Er is dus heel wat archiefmateriaal aanwezig in de bevraagde scholen, maar slechts één papieren archief is volledig geïnventariseerd, twee zijn dat gedeeltelijk. Geen enkel papieren archief is volledig geordend, vier zijn dat gedeeltelijk. Hoewel slechts een derde van de scholen noden rapporteert, zien we dus dat er vanuit het standpunt van erfgoedzorg wel degelijk grotere uitdagingen zijn. Daar is echt wel verdere sensibilisering nodig.

IMPORTANT
Klasfoto genomen in de meisjesschool van de zusters Ursulinen in Heusden (Limburg), 1918. Foto: KADOC-KU Leuven, beeldarchief Ursulinen van het bisdom Hasselt: 161

Het beheer van digitale schoolarchieven is wellicht ook een grote uitdaging?

Kim: Inderdaad. Voor het digitaal archief geldt dat er in slechts 31 procent van de gevallen een gecentraliseerde bewaring is. We hebben ook gepeild naar het gebruik van digitale platformen. Enerzijds gaat het om algemene toepassingen, zoals Microsoft 365 of Google Drive, en anderzijds om specifieke onderwijsplatformen, zoals Smartschool. Zowat alle scholen gebruiken een of meerdere digitale platformen. Daarnaast hebben ze meestal ook een of meerdere socialemediakanalen en een eigen website. Met het oog op langetermijnarchivering is het belangrijk om een beter zicht te krijgen op de informatie die zich op die platformen, socialemediakanalen en websites bevindt. Wat moet daarvan permanent bewaard worden en hoe kan dat duurzaam gebeuren?

Jullie vroegen scholen ook om zichzelf een score te geven voor erfgoedzorg. Hoe ziet hun rapport eruit?

Kim: De respondenten geven zichzelf voor erfgoedzorg gemiddeld drie op tien. Geen goed cijfer dus. Het overgrote merendeel (90 procent) van de scholen heeft ook geen erfgoedverantwoordelijke. Scholen beseffen nochtans wel dat ze soms schatten bewaren. Waarom kunnen ze daar niet meer voor doen? Wel, dat komt, zoals we eigenlijk al een beetje vermoedden, enerzijds door een gebrek aan mensen, aan middelen en ook wel aan ruimte. Erfgoedzorg is natuurlijk geen kerntaak van scholen en ze ontvangen geen financiering die daar specifiek voor bestemd is. Anderzijds wordt ook een gebrek aan expertise vaak aangehaald. En dat is iets waar wij als professionele erfgoedorganisaties een belangrijke rol in kunnen spelen. We hebben absoluut niet de ambitie om onderwijserfgoed in onze eigen depots te centraliseren, maar willen scholen advies en ondersteuning bieden, zodat ze hun eigen erfgoed zelf in goede omstandigheden kunnen bewaren en beheren.

IMPORTANT
Naar aanleiding van Erfgoeddag 2022, met als thema Erfgoeddag maakt school, liep in aprilaugustus 2022 in KADOC de tentoonstelling Op de planken. Schooltoneel. Foto: KADOC-KU Leuven, © Danny Brison

Gebruiken veel scholen eigenlijk hun erfgoed, bijvoorbeeld in de klas?

Joris: Op het einde van de bevraging informeerden we naar het gebruik van het schoolerfgoed. Daarbij gaf slechts een beperkt aantal scholen, 16 procent, aan het eigen schoolerfgoed te gebruiken in de lessen. Ze zien nochtans in dat er een groot pedagogisch potentieel aanwezig is. Maar om dat echt te kunnen benutten, hebben ze vooral nood aan inspirerende voorbeelden, aan inzetbare methodieken en tools om leerkrachten te ondersteunen om in de klas aan de slag te gaan met het eigen schoolerfgoed én aan een sterker draagvlak daarvoor binnen de school. Het is opvallend dat heel wat scholen, iets meer dan 40 procent, aangeven dat ze wel al publieksgerichte activiteiten rond het eigen schoolerfgoed georganiseerd hebben. Meestal gebeurt dat bij jubilea, gaat het om tentoonstellingen of om deelname aan evenementen zoals Open Monumentendag en Erfgoeddag. Een derde van de scholen geeft aan noden te hebben op het vlak van publiekswerking. Net zoals voor het onroerend erfgoed zijn ze vooral geïnteresseerd in informatie over subsidiemogelijkheden.

IMPORTANT

Wat vonden jullie de meest frappante bevindingen uit de bevraging?

Joris: De enquêteresultaten maken heel duidelijk dat het erfgoed in onze scholen bijzonder rijk, divers en omvangrijk is. We kwamen bovendien echt wel enkele schatten op het spoor. Maar dat alles brengt ook enorme uitdagingen met zich mee. Zoals al gezegd: de wil om voor het eigen erfgoed te zorgen is er vaak in scholen, maar de context is niet optimaal. Ik denk dat wij als erfgoedorganisaties zeker een ondersteunende rol kunnen en moeten spelen, al zijn de mogelijkheden binnen onze reguliere werking natuurlijk beperkt. En wat ook wel opviel: we hebben op het einde van de bevraging nog even bij de scholen gepeild naar de bekendheid van een reeks erfgoedorganisaties, waaronder de partners van de bevraging, en van een aantal projecten. En daaruit blijkt toch dat scholen hun weg naar de erfgoedsector niet altijd vlot vinden. Wellicht zien ze soms door de bomen het bos niet meer. De bekendste erfgoedactor is de lokale heemkring. Regionale en zeker landelijke organisaties zijn veel minder bekend. En bij de projecten geldt ook dat daar nog ruimte is voor verbetering. Al zijn er een aantal initiatieven die de laatste jaren op kruissnelheid kwamen en intussen goed ingeburgerd zijn in de onderwijssector, zoals het Archief voor Onderwijs van meemoo of de Erfgoedweken en Erfgoedklasbakken van FARO.

Kim: Mij viel op dat het voor scholen niet gemakkelijk is om zelfs aan hun kerntaken te voldoen. Wanneer we bij de bevraging probeerden om een hogere responsgraad te behalen, werd soms expliciet gezegd: “We ontvangen hier de ene bevraging na de andere. We zouden graag meewerken, maar hebben gewoon geen tijd.” Gelukkig is er ook veel positief nieuws te melden. We hebben een aantal concrete contacten met scholen kunnen aanknopen en zijn opmerkelijke erfgoedgehelen en inspirerende projecten op het spoor gekomen. Heel wat zaken om de komende jaren verder mee aan de slag te gaan.

IMPORTANT
Affiche met informatie over de Simonnetschool in Sint-Martens-Latem, circa 1950- 1980. Foto: Liberas, nr. 22-9-26-1-05-06 (links) en Cover van Van 6 tot 12, het schooltijdschrift van de lagere jongensschool in EisdenTuinwijk, 1990. Foto: KADOC-KU Leuven, erfgoedbibliotheek: KYA1322 (rechts)

Wat zijn jullie verdere plannen rond schoolerfgoed?

Joris: In opvolging van de pilootbevraging vond in november een netwerkmoment plaats in beide regio’s die bevraagd werden, een in Basisschool De Griffel in Eisden bij Maasmechelen en een in het College Paters Jozefieten in Melle. Onderwijs- en erfgoedactoren kwamen er samen. We stelden de belangrijkste resultaten van de bevraging voor en gingen in gesprek over de zorg voor en inzetbaarheid van schoolerfgoed. Ook passeerden enkele good practices de revue en konden de deelnemers kennismaken met uniek schoolerfgoed. In Eisden stonden we stil bij de inrichting van een herdenkingsplek voor de collegebrand van 1974 in het Sint-Franciscuscollege in Heusden (Limburg) en maakten we kennis met het erfgoed van Basisschool De Griffel, gelegen in de Tuinwijk. De samenwerking tussen de school en de Stichting Erfgoed Eisden toont hoe lokale historische organisaties scholen kunnen ondersteunen bij de zorg voor hun erfgoed. In Melle leerden we de werking van de Gentse vzw De School van Toen kennen en ontdekten we het unieke erfgoed van het College Paters Jozefieten. De netwerkmomenten illustreerden de veelzijdigheid van schoolerfgoed en de vele mogelijkheden om ermee aan de slag te gaan.

Kim: We willen de volgende jaren vanuit Liberas en KADOC verder inzetten op het veld van school- en onderwijserfgoed, vanuit een breed partnerschap dat we momenteel aan het ontwikkelen zijn met landelijke en regionale erfgoedorganisaties. Ook met de onderwijskoepels willen we natuurlijk samenwerken. Als we de nodige middelen vinden, willen we graag nieuwe projecten over schoolerfgoed uitwerken. Op de eerste plaats willen we dat erfgoed verder en diepgaander in kaart brengen, onder meer door de bevraging ook in andere regio’s uit te voeren en door in te zetten op crowdsourcing. Verder willen we de banden tussen het onderwijs en de erfgoedsector versterken en een aantal innovatieve proeftuinen ontwikkelen rond zowel de zorg voor als het gebruik van schoolerfgoed. Zo hopen we enkele best practices te ontwikkelen en laagdrempelige tools uit te werken, bijvoorbeeld over waardering en selectie en pedagogische inzetbaarheid.

Het rapport met de volledige resultaten van de pilootbevraging, de gebruikte vragenlijst en de presentaties van het netwerkmoment in Eisden en Melle vind je terug op bit.ly/schoolerfgoed en op de websites van KADOC en Liberas.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be