“In onze bibliotheek moeten meer rechtse en Vlaams-nationalistische boeken een plaats krijgen”, sprak Guy D’haeseleer (Forza Ninove) daags na zijn overwinning in Ninove. Meteen schoot een bataljon bibliotheekmedewerkers in een kramp, inclusief ondergetekende. Het ongemak zit voor velen niet zozeer in de politieke ideologie die naar voren geschoven werd, maar in de nogal dwingende formulering van een subsidiërend bestuur. Want we bevinden ons al jaren op een hellend vlak waarbij personen en groeperingen druk uitoefenen op wat er wel en niet in de collectie mag staan. Om het met cijfers te zeggen: in de Verenigde Staten (VS) steeg het aantal unieke titels dat uit bibliotheken verwijderd moest worden met 92 procent (2022-2023).
Openbare bibliotheken zijn een van de weinige publieke ruimtes waar bezoekers van erg divers pluimage elkaars pad kruisen. Elke politieke kleur, leeftijd, inkomensgrens en religieuze gezindheid vloeit hier samen. Bibliotheken vormen een dwarsdoorsnede van de maatschappij, telkens gekleurd door lokale accenten. Van deze demografische realiteit ben je je als collectievormer heel erg bewust. Want uiteenlopende bezoekers betekenen ook uiteenlopende meningen. We trachten een zo inclusief mogelijke thuis te bieden, maar tegelijkertijd is het onvermijdelijk dat we daarmee soms mensen tegen de borst stuiten.