Depotprojecten
Behoudens een aantal interessante keynotes over het spanningsveld tussen fysieke en digitale collecties – met name ook de totaal andere beleving in de Arabische wereld waar fysieke collecties door diverse fatwa’s (door islamitische rechtsgeleerden geformuleerde adviezen, n.v.d.r.) pas in de achttiende eeuw doorbraken en mede daardoor tot op vandaag nog steeds de leesvorm bij uitstek blijven ten koste van digitale verspreiding – passeerden vooral tal van grootschalige depotprojecten de revue, waarbij onder bibliothecarissen uiteraard naast de veiligheid en het beheer vooral budgetten en de altijd sturende metadata voor heel wat vragen en debat zorgden.
Zo werd naast Kuopio duiding verschaft rond het op stapel staande grootschalige depotproject van de Bibliothèque nationale de France (BnF) in Amiens, de nieuwe depotbouwplannen van de universiteit van Leipzig, het in 2022 gezamenlijk door de Deense Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Museum geopende depot in Vinge met ruimte voor maar liefst 116 km collectie en uiteraard het in die wereld iconische Australische CAVAL, waarbij diverse universiteiten en onderzoeksinstellingen al sinds 1978 hun fysieke collecties gezamenlijk beheren.
Het gaat een mens al snel duizelen bij de budgetten die telkens weer in de miljoenen euro’s lopen, maar wars van investeringsbudgetten werkt de opeenstapeling van voorbeelden wel inspirerend naar werkvormen toe. Het relativeert ook soms. Zo brachten de Zwitserse collega’s Tanja Vogel en Mike Märki niet alleen het good practice-verhaal van de Zwitserse Cooperative Storage Facility in Büron, waar een zestal onderzoeksinstellingen ruim 3 km collectie gezamenlijk beheren.
Ze benadrukten ook de druk op het businessmodel waarbij de partners 1 Zwitserse frank per boek per jaar betalen, puur voor de opslag. Zodra er ook enige dienstverlening op die collecties voorzien moet worden, neemt die prijs aanzienlijk toe. Ook in Australië, waar de opslagprijs ongeveer 3,6 Australische dollar per boek per jaar bedraagt, leeft diezelfde druk. Op de vraag naar het prijskaartje voor deselectie kon niet direct een antwoord gegeven worden. Een beetje zoals de Europese Unie (EU) geen procedure had voor een Brexit, maar dan in bibliotheekland.
Het typeert en siert de Zwitserse collega’s vooral dat ze zich niet beperkten tot een goednieuwsshow en ook heel open communiceerden over het gevecht met zilvervisjes, die sinds eind jaren tachtig overal in Europa hun opwachting maakten. Iedereen met een collectie van enige omvang worstelt ermee en meer dan monitoring en valletjes zetten met voor mens en boek onschadelijke kakkerlakken-gel kunnen we voorlopig niet doen.
Problemen en gevaren
Te veel budget creëert soms ook problemen. Dat is alvast mijn interpretatie van het verhaal dat een aantal Noorse collega’s brachten omtrent de digitaliseringspraktijk van de Noorse nationale bibliotheek. Sinds 2006 en versneld sinds 2020 lopen daar massadigitaliseringslijnen waarbij alles – lees alles – gedigitaliseerd wordt. Aan selectiecriteria doen ze niet, het budget is er en dus doen ze alles. Het digitale archief groeit naar rato van een drietal petabytes per jaar. Alle Noren kunnen alles consulteren.
Het stond in schril contrast met de situatie waarbij een collega uit Firenze – waar ze ook wel wat erfgoed beheren met enige waarde – moest afhaken voor de conferentie, omdat er onvoldoende budget voorhanden was voor deelname.
Wat ook tot nadenken stemde, is de toekomstvisie van uitgevers als Springer Nature die bij monde van Niels Peter Thomas aanstipten dat de toekomst ligt bij door artificiële intelligentie (AI) geschreven werken. Elke titel uit de collectie kan samengevat worden in x woorden of y minuten luisterboek. De eerste volledig door AI geschreven monografieën zijn ondertussen een half decennium oud, we zijn toe aan het volledig voor de lezer geïndividualiseerde boek. Zonder een doemdenker te willen zijn en vooral met veel voluntarisme omtrent de mogelijkheden van dat alles, moeten de Googles en bubbelfilters van deze wereld ons toch doen nadenken over de impact van dat alles op het wetenschapsbedrijf en de kennisverwerving. En dus ook op het (wetenschappelijk)bibliotheekwezen.