Alfabetisch ordenen is een tweede natuur in bibliotheken en archieven, maar hoe komt dat dan? Judith Flanders zocht het uit in haar boek A place for everything : the curious history of alphabetical order (2020).
Niet vanzelfsprekend
In de lagere school hebben we allemaal het alfabet geleerd, met versjes, liedjes van Kapitein Winokio of, zoals in ons geval, onder de niet aflatende dreiging van een paar rake klappen van de meester. Alfabetisch ordenen lijkt dan ook iets vanzelfsprekends, maar dat is het pas echt sinds het begin van de twintigste eeuw. Zelfs telefoonboeken waren oorspronkelijk niet eens alfabetisch. Heel lang waren andere manieren van rangschikken gangbaar: hiërarchisch, geografisch of chronologisch. Opstellers van boekenlijsten vonden het bijvoorbeeld normaal dat bijbeluitgaven eerst kwamen, gevolgd door geschriften van de kerkvaders, daarna theologische traktaten, enzovoort. Officiële documenten werden vaak in de eerste plaats ingedeeld volgens de streek waar ze gemaakt waren. Boekenlijsten konden ook wel gerangschikt zijn op datum van ontvangst. Een alfabetische ordening betekende ook lange tijd niet dat men rekening hield met alle letters in een naam of een titel: tot de tiende eeuw was het al mooi als men de eerste letter als rangschikkend element nam. Langzamerhand speelden ook volgende letters een rol. Het zou duren tot de zeventiende eeuw vooraleer er volledig alfabetische bibliotheekcatalogi opgesteld werden.
Geschiedenis tussen de regels
Judith Flanders zocht dat allemaal in detail uit. Maar hoe schrijf je een geschiedenis van alfabetisch rangschikken en welke bronnen moet je dan bekijken? Je moet natuurlijk bestuderen hoe rangschikkingen in boeken gemaakt werden, maar eigenlijk kun je dat niet vertrouwen. Zo hadden middeleeuwse kopiisten de gewoonte om de werken die ze overschreven naar hun hand te zetten, ze opnieuw in te delen zoals zij dachten dat het moest zijn. Soms kun je ook veel leren uit terloopse opmerkingen in bijvoorbeeld de inleiding van een boek waarin de auteur uitlegt hoe en waarom hij alfabetisch ordent, omdat dat nog vrij onbekend was. Schilderijen tonen hoe belastingontvangers of bankiers hun documenten rangschikken door ze in zakjes te stoppen of aan koorden op te hangen en dergelijke meer. De geschiedenis van de meubelkunst illustreert dan weer hoe men op zoek ging naar allerlei hulpmiddelen om documenten te ordenen en hoe men vernuftig ontworpen schrijfmeubilair fabriceerde met veel lades en opbergvakjes. Al vlug kom je dus uit bij wat schijnbaar niet veel met de inhoud van de documenten te maken heeft: drager (perkament of papier), schrijfgerief, boekbinderij, kopieerateliers en drukkunst.