Hoe ben je in de bibliotheeksector beland?
Een beetje onverwacht, maar tegelijkertijd ook heel bewust. Na mijn studie Germaanse filologie ging ik via een journalistenexamen aan de slag bij de krant Het Belang van Limburg. Ik deed daar alles, van vliegende reporter over eindredacteur tot senior writer en uiteindelijk redactiechef.
Topjob, maar het nieuws stopt nooit, en mijn werk nam mijn hele leven in beslag. Ik kon me ook steeds moeilijker identificeren met de veranderende nieuwsmedia – steeds sneller en spectaculairder. Na een sabbatjaar wist ik dat ik een andere weg moest inslaan, al had ik geen concreet plan. Tot de vacature voor stafmedewerker communicatie en publiekswerking in de bibliotheek van mijn eigen stad Genk opdook.
In hoeverre heeft je studie je voorbereid op je huidige job?
Ik heb taalkunde en literatuur gestudeerd, ik houd dus een solide basis over aan de Germaanse filologie. Het mooie in mijn huidige job is dat heel veel sporen uit mijn leven nu samenlopen. De culturele en academische bagage van mijn studie is daar zeker bij, maar een bibliotheek is vandaag zoveel meer.
Mijn jaren als chiroleider zijn minstens even relevant bij bijvoorbeeld het organiseren van evenementen of bij het omgaan met jongeren. In de bibliotheek zijn we soms ook straathoekwerker of psycholoog. Aan mijn journalistieke jaren houd ik een breed netwerk over. En het allerbelangrijkste voor mij: ik moet mijn engagement in een job kunnen leggen. Ik wil het gevoel hebben dat wat ik doe, ook voor anderen iets betekent.
Hoe zie je het beroep van bibliothecaris evolueren?
Dat ligt in de lijn van wat ik net al antwoordde. Bibliotheken spelen vandaag een cruciale maatschappelijke rol, als ontmoetings- en leerplek, als betrouwbare informatiebron, als digipunt, als partner in een gemeente of stad als het gaat over leesvaardigheid, … Ik hoop dat er bevlogen mensen blijven opstaan die al die rollen opnemen.
Mijn eigen bibliothecaris, Geertje Descheemaeker, heeft op dat vlak veel verdiensten; in Genk, maar ook in de brede sector. Van haar heb ik geleerd dat een bibliotheek een sociaal laboratorium is voor de diverse en soms complexe samenleving van vandaag. Bibliothecarissen zijn essentieel voor de identiteit van onze sector.
Ik ben ongerust als ik zie hoe dat vak – net als de hele cultuur- en welzijnssector – onder druk staat. Ik huiver van het model waarbij bibliothecarissen overkoepelende managers worden op een hoger niveau in een gemeentelijke organisatie. We mogen niet toelaten dat bibliothecarissen geen tijd, ruimte en nabijheid meer hebben om de vinger aan de pols houden vanop de werkvloer.
Wat was je motivatie om lid te worden van de redactieraad van de Wegwijzer voor bibliotheken en documentatiecentra?
Ik kan sowieso moeilijk ‘nee’ zeggen als er een interessante vraag komt. Het ligt helemaal in mijn straatje: nadenken over relevante thema’s en beleidskwesties, en die toepasbaar en zinvol vertalen in heldere teksten. Schrijven en redactiewerk blijven passies.
We hebben vanuit onze bibliotheek ook een traditie om bovenlokaal te denken, en om in zoveel mogelijk domeinen en werkgroepen actief te zijn, als we daar iets kunnen betekenen. In de redactieraad zitten mensen uit verschillende sectoren. Samen met de gesprekspartners die we zoeken voor de artikels, levert dat een heel verrijkende uitwisseling en een schat aan inspiratie op.
Wat raad je jonge mensen aan die zich willen engageren in de vereniging?
Gewoon doen. Ik weet dat we het allemaal druk hebben, maar het levert zoveel op als je in een werkgroep of een overlegplatform ervaringen kunt uitwisselen en je blik kunt verbreden. Ik werkte vroeger in een heel harde en concurrentiële professionele omgeving. Wat ik zo mooi vind aan de informatiesector, is dat we allemaal écht collega’s zijn die van elkaar willen leren en elkaar beter maken. Dat moeten we koesteren.