Sinds de dood van Boudewijn Büch (zie META 2024/2) is er in Nederland geen groter liefhebber van boeken en bibliotheken dan de Nederlands-Roemeense schrijfster Mira Feticu. In haar Geheugen, geschiedenis, beschaving (2023) geeft ze een “lofzang op de bibliotheek”, zoals de ondertitel luidt.
Lezen
Mira Feticu werd geboren in Roemenië en groeide op in een dorp onder de communistische dictatuur, met alle onhebbelijkheden die daarbij horen, onder andere censuur van schrijvers en boeken. Toen ze ging studeren, waren werken uit de wereldliteratuur lang niet zomaar toegankelijk. In Nederland leerde ze de taal zo goed dat ze dichteres en romanschrijfster werd. Feticu is een veelvraat als het om lezen gaat. Haar niet te stillen leeshonger doet haar zelfs de Van Dale lezen (voorlopig alleen tot de C).
God op de Olympus
Tien jaar werkte ze in de Haagse openbare bibliotheek. Het beeld dat ze ervan schetst, is niet zonder meer positief. Ze kreeg er blijkbaar alleen maar te maken met toxisch leiderschap. De baas is steevast iemand die het personeel minacht, geen verstand heeft van boeken, politiek benoemd is, zijn vrouw bedriegt waar ze bij staat en het vrouwelijk personeel als zijn persoonlijke harem beschouwt. Hij zit op de hoogste verdieping als een god op de Olympus en daalt daar alleen van af om in nutteloze vergaderingen te schelden op de medewerkers of om (liefst jonge) vrouwen te versieren. Voor het gemeentebestuur is de bibliotheek niets meer dan een leuke plaats om een receptie te houden.
Elke bibliotheek heeft een Dieter
Haar sympathie gaat uit naar (sommige) collega’s en (sommige) bezoekers; niet naar de ouders die hun kinderen in de jeugdafdeling droppen om buiten een jointje te roken, maar naar de echte boekenliefhebbers en de daklozen die er komen omdat het er warm is. En dan is er ook nog Dieter, iemand met een verstandelijke beperking die voortdurend vraagt om een afbeelding af te drukken van iets wat hij mooi vindt. Iedere bibliotheek heeft een Dieter, schrijft Feticu. Dat klopt, meer nog: ik heb de collega’s altijd voorgehouden dat je maar een goede bibliotheek bent als je er zo eentje hebt. Het liefst zou Feticu zien dat de bibliotheek een werkplek is van schrijvers en wetenschappers, maar daar heeft het bestuur geen oog voor. Schrijvers worden er enkel uitgenodigd om een lezing te geven, niet om er te werken. De baas is niet geïnteresseerd in schrijvers, maar in statistieken. De ‘vrienden van de bibliotheek’ zijn een stel oude, welgestelde, arrogante dames en heren die voordeeltjes krijgen door te sponsoren, maar verder geen voeling hebben met de bibliotheek.
Apen met een iPhone
Feticu ergert zich het meest aan het feit dat niemand beseft welke schatten er in de bibliotheek te vinden zijn en dat boeken zomaar weggegooid worden. Onder het voorwendsel dat “alles toch digitaal wordt” investeert de overheid ook niet meer in boeken. Op den duur worden we allemaal apen met een iPhone. Als er afgevoerd wordt op basis van uitleenstatistieken, verdwijnen uiteindelijk alle culturele schatten en blijft er alleen nog een verschraald aanbod over. Waarom moeten we die boeken weggooien? Je kunt ze toch schenken aan bewaarbibliotheken, aan bibliotheken in Oost-Europa, Azië of Afrika? Het lijkt logisch, maar de praktijk is complexer dan Feticu denkt. Een container boeken blijft in Congo op de kade staan rotten, omdat de douane wil dat eerst iemand invoerrechten op die gratis boeken betaalt. In Ethiopië kunnen boeken alleen maar binnen als ze op een goedgekeurde lijst staan. Universiteitsbibliotheken stellen een eindeloze lijst op van titels die ze zouden willen kopen of krijgen en leggen die dan voor aan de overheid. Als gratis boeken geleverd worden zonder dat er een ‘vraag’ is, zonder dat ze ergens op die lijsten staan dus, zijn ze in de ogen van de overheid bedoeld voor de zwarte markt. Wie ze aanneemt, wordt bestraft als illegale trafikant.
Erfgoed
De ergernis van Feticu over het weggooien van boeken kan ik me goed inbeelden. Ik heb ook altijd geprobeerd erfgoed verantwoord af te voeren. Dat resulteerde in het opstellen van lijsten en het gezeul met zware dozen door Antwerpen naar de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, in het trotseren van de security in de KB, in fietstochten door Leuven met een zak boeken naar de universiteitsbibliotheek of naar KADOC, of van thuis naar Sportimonium in Hofstade. De collega’s verklaarden me gek en ze hadden nog gelijk ook. Ik kan veel sympathie voelen voor Feticu als ze beschrijft hoe ze in Roemenië zware zakken boeken van het station naar huis sleept over een afstand van 7 km. Van boeken houden, heeft zijn prijs.
Herkenbaar
Wie lang in een bibliotheek werkte, herkent de situaties en typetjes die Mira Feticu beschrijft, ook de kleine vreugdemomenten en de frustraties; soms, maar hopelijk niet altijd, inclusief de arrogante baas. Wie oneliners over bibliotheken zoekt, heeft er hier een boek vol van, want Mira Feticu kan niet nalaten haar liefde voor bibliotheken en haar visie op wat een bibliotheek moet zijn de wereld in te schreeuwen.