Zeg niet bibliotheek, maar kenniscentrum. Dat was tien jaar geleden het uitgangspunt toen de bibliotheken in de West-Vlaamse centrumstad Roeselare samensmolten tot één geheel. Van meet af aan was duidelijk dat het gloednieuwe ARhus niet alleen de traditionele bibliotheekwerking in de Rodenbachstad zou verzekeren, het moest een innovatief en toekomstgericht kenniscentrum worden. Niets minder dan ‘de bibliotheek van de toekomst’. Maar hoe doe je dat? Hoe zorg je ervoor dat de houdbaarheidsdatum van een instituut – dat nota bene al sinds mensenheugenis bestaat – anno 2024 niet hopeloos verstreken is? Hoe blijf je in een steeds complexere samenleving de spreekwoordelijke rots in de branding voor de burger van wie de wereld al eens – of steeds meer? – op zijn kop dreigt te staan? Ook voor ARhus, dat dit jaar zijn tiende verjaardag viert, was het een proces van uitproberen, bijsturen en weer doorgaan. De toekomst tegemoet.
In wezen is een bibliotheek een plek waar kennis gedeeld wordt door middel van aan de tijd aangepaste technologieën. Een organisatie die via een uitgebreid netwerk de vinger aan de pols houdt van wat er in de wereld beweegt en gevalideerde informatie tot dicht bij de burger brengt.
Denk maar aan de legendarische bibliotheek van het oude Alexandrië bijvoorbeeld, waar kennis op papyrusrollen vergaard werd en wetenschappers, schrijvers en filosofen volop evoluties en inzichten uitwisselden. Toegegeven, een toegankelijk instituut kon de bibliotheek toen allerminst genoemd worden. Daar kwam pas halfweg de negentiende eeuw verandering in, toen kennis niet langer tot de privileges van de happy few behoorde, maar een grotere groep mensen via openbare bibliotheken toegang kreeg tot deze informatie.
Terwijl de basisdienstverlening er voor een bibliotheek traditioneel in bestaat om boeken te verzamelen en uit te lenen, maakte ARhus het van in het prille begin tot zijn missie om ervoor te zorgen dat mensen kunnen ‘lezen’. En dat op alle mogelijke manieren. Inzetten op geletterdheid in de brede betekenis van het woord dus, afhankelijk van de context die in de loop van de tijd verandert. Want ook de wereld rondom ons blijft niet eeuwig dezelfde.
Dat ARhus zich van bij de start het label ‘kenniscentrum’ aanmat, was een bewuste keuze. Het creëerde immers een momentum om aan de burger die bredere kijk op geletterdheid te kunnen uitleggen. Door af te stappen van de klassieke benaming van bibliotheek – al te snel vereenzelvigd met louter boeken – werd de buitenwereld als het ware verplicht om na te denken over het wezen van de organisatie en zich af te vragen waar een kenniscentrum precies voor staat. Tien jaar later heeft die strategie haar vruchten afgeworpen: het brede publiek heeft intussen de vertaalslag gemaakt, waardoor het steeds minder nodig is om die ruimere invulling van een bibliotheek uit te leggen. Kennisdeling, netwerk en technologie, maar ook nabijheid, toegankelijkheid en bovenal vertrouwen zijn de bouwstenen die het geraamte van ARhus vormen. Het zijn bij wijze van spreken de legoblokjes waarmee gebouwd wordt. En een innovatieve organisatie is er eentje die vlot speelt met deze blokken. Die flexibel genoeg is om met die mix aan blokjes nieuwe constructies te bouwen wanneer dat nodig is.
Want in essentie draait innoveren niet om het veranderen of uitvinden van steeds weer nieuwe bouwstenen. Maar wel om het leggen van nieuwe verbindingen tussen de bestaande, om zo de basisopdracht van de organisatie op een relevante manier te blijven vervullen ondanks de veranderende context.
Dat ARhus zijn basisopdracht zo breed interpreteerde, bleek van meet af aan een magneeteffect te hebben: de vragen van onderwijsinstellingen, gezondheidsorganisaties en bedrijven aan het adres van het jonge kenniscentrum om samen te werken waren legio. De verschillende uiteenlopende projecten die zich aandienden, bleken de ideale manier te zijn om gaandeweg een goed zicht te krijgen op het lokale spelersveld. Ze toonden aan welke behoeften er zoal in de regio waren en op welke manier ARhus daarbij een betekenisvolle rol zou kunnen spelen.
Na die eerste verkennende jaren werd weliswaar ook duidelijk dat de vraag het aanbod oversteeg. Nu alle puzzelstukken op tafel lagen, was het een kwestie van de opdracht – zowel wat mensen als middelen betreft – haalbaar te houden. De veldtekening die zich tijdens de eerste twee beleidsperiodes afgetekend had, bleek daarbij een uiterst dankbaar instrument. Want doordat het ondertussen helder was uit welke hoek de vragen vooral kwamen, was het mogelijk om een evenwicht te creëren tussen enerzijds de basisopdracht van ARhus en anderzijds een aantal focuspunten geënt op het lokale DNA van Roeselare.
Dat alles vanuit de sterke zin voor ondernemerschap die zo kenmerkend is voor Roeselare en zijn omgeving – denk maar aan Brouwerij Rodenbach, de vroegere Bank van Roeselare enzovoort. Zo kon een sterke projectwerking uitgebouwd worden en werden alternatieve financieringsbronnen aangeboord – dat alles om een van de voortrekkersrollen binnen het Vlaamse bibliotheeklandschap in te nemen.
Van een alles aantrekkende magneet evolueerde ARhus zo tot een wezen met een duidelijk gezicht. Keuzes maken was daarbij onvermijdelijk.
In het beleidskader 2022-2026 werd het lokale DNA dus mee in aanmerking genomen bij het bepalen van zeven inhoudelijke werven. Zo wordt er enerzijds werk gemaakt van taal- en leesbevordering, door bijvoorbeeld het organiseren van auteurslezingen, samenleesavonden, voorleesmomenten, de langste boekentafel, enzovoort. Anderzijds kreeg ARhus van de Stad Roeselare het mandaat om een stadsbreed beleid rond digitale geletterdheid (of e-inclusie) te ontwikkelen, wat tot dusver resulteerde in initiatieven als de Veiliger Internet Week, Tournée digitale, Beleggerscafé, De wondere wereld van gaming of de lancering van een charter en samenwerking met heel wat lokale partners tegen digitale uitsluiting. Beide werven krijgen de komende jaren prioritaire aandacht. Het zijn immers belangrijke middelen om de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van burgers te versterken.
Ook de samenwerking met het onderwijs wordt stevig uitgebouwd met een uitgebreid programma aan klasbezoeken en projecten, zoals Boekstart voor kleuters, de Techniekacademie, STEMpact, het Rrradio Rodenbachproject of het Interreg-project (een project binnen het interregional cooperation programme van de EU, n.v.d.r.) Social Integration of Refugees through Education and Self Employment (SIREE).
Door daarnaast nauwe contacten te onderhouden met organisaties die dicht bij kwetsbare groepen staan, wordt geprobeerd om noden of drempels onder de Roeselaarse bevolking te detecteren. Zo kan de werking van ARhus hierop afgestemd worden, opdat de organisatie voor iedereen in de samenleving van betekenis kan zijn. Vaak blijken het ARhus Café of de zalen en ateliers die ter beschikking gesteld worden daarbij een troef om op een laagdrempelige manier mensen met elkaar te verbinden en kennisdeling te faciliteren. Ook de fijnmazige wijkwerking is in dat opzicht belangrijk: naast de hoofdbibliotheek in het centrum van Roeselare zorgt een aangepaste dienstverlening in drie kleinere afdelingen in de deelgemeenten ervoor dat iedereen zich welkom voelt.
Die van onderuit aangestuurde werking is een van de stokpaardjes van ARhus, dat ernaar streeft om als een cocreatieve organisatie zoveel mogelijk in handen te geven van de burger zelf (voor zover die dat uiteraard wenst). Een voorbeeld hiervan is de jongerenwerking #HACK, die gegroeid is vanuit een nood bij lokale jongeren om hun talenten te ontdekken en verder te ontwikkelen.
Tot slot is er ook een sterke focus op gezondheidsvaardigheden. Een meer dan logische keuze als je weet dat Roeselare de thuisbasis is van AZ Delta, een van de grootste en nieuwste ziekenhuizen van Vlaanderen. Vertrekkende vanuit die context werd er de voorbije jaren een netwerk uitgebouwd met verschillende zorginstellingen, om te werken rond preventie, het aanscherpen van gezondheidsvaardigheden en het dichten van de gezondheidskloof (bijvoorbeeld Iedereen gezondheidsvaardig, de HerstelAcademie, Week van de Beweging, Stresstival, enzovoort).
Dat kennis daarbij niet louter via boeken gedistribueerd wordt, toont het voorbeeld van de FibriCheck-app die enkele jaren geleden tijdens de Week van het Hartritme uitgetest werd. In tijden waarin de smartphone nog niet zo alomtegenwoordig was als vandaag en de app enkel op doktersvoorschrift te gebruiken was, konden bezoekers van ARhus hun hart ermee laten screenen. Aanwezige artsen van AZ Delta analyseerden de resultaten, gaven extra informatie of verwezen door. Het werd een overdonderend succes met ellenlange wachtrijen.
Dankzij de connecties met AZ Delta kon de nodige expertise in huis gehaald worden om de burger op een laagdrempelige manier te sensibiliseren rond hartritmestoornissen en het gebruik van apps voor ‘serieuze’ doeleinden, zoals het capteren van gezondheidsdata. Bovendien hadden de deelnemers er alle vertrouwen in dat de verkregen informatie relevant was en dat de resultaten ook niet zomaar te grabbel gegooid zouden worden. Het instituut bibliotheek heeft door de eeuwen heen immers een ijzersterke reputatie als betrouwbare partner opgebouwd.
Tijden veranderen en digitale vaardigheden winnen anno 2024 steeds meer terrein. Onder meer binnen een domein als gezondheid. De smartphone vond ondertussen genoegzaam ingang, maar digitale uitsluiting loert om de hoek. En de uitdaging voor ARhus – en bij uitbreiding elke bibliotheek of organisatie – bestaat er dan ook in om zich tijdig aan te passen aan deze veranderende context en de basisdienstverlening – kunnen ‘lezen’ – te blijven waarborgen. Het leidde ertoe dat ARhus dit jaar met steun van de Programmatorische Federale Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie en de Koning Boudewijnstichting het project Naar een e-inclusieve zorg opstart. Gericht op het bevorderen van digitale gezondheidsvaardigheden zal het project eHealth-innovaties via een netwerk van bibliotheken, Digipunten en huisartsen in de kijker zetten bij de burger. Daarnaast worden ook tools ontwikkeld waarmee thuiszorgdiensten en woonzorgcentra hulp en ondersteuning kunnen bieden aan kwetsbare groepen met beperkte digitale vaardigheden.
Oog hebben voor het lokale weefsel is met andere woorden belangrijk bij het bepalen van de rol die je als bibliotheek of kenniscentrum kunt spelen. Betekent dit dat je die kennis ook allemaal zelf in huis moet hebben? Allerminst. Belangrijker is om de expertise te gaan zoeken waar ze aanwezig is. Bij het ziekenhuis of de zorginstelling in de buurt wanneer het om de Week van de Beweging, Hartritme of NAH (niet-aangeboren hersenletsel) gaat. Bij een opleiding als Digital Arts & Entertainment van Hogeschool West-Vlaanderen (Howest) wanneer het om virtual en augmented reality draait. Maar evengoed bij lokale ondernemers wanneer er coaches gezocht worden voor een project met jonge starters.
ARhus profileert zich daarom uitdrukkelijk als een draaischijf van informatie midden in de samenleving in haar geheel, en niet louter binnen het domein cultuur en vrije tijd. Het begrip ‘kennis’ is vandaag complexer geworden en kan vaak niet meer zomaar gevat worden door boeken. Daarom is het als kenniscentrum of bibliotheek noodzakelijk om een breed, sectoroverschrijdend netwerk uit te bouwen met specialisten die wél die kennis beheersen en een wisselwerking – in beide richtingen – mogelijk maken.
De bibliotheek als Rolodex van de maatschappij, zeg maar: het apparaat met roterende fiches waarbij je met een draai aan het wiel de informatie vindt die je zoekt. Maar waarin je – als toeleverancier dan, en niet als afnemer van kennis – bij wijze van spreken ook zelf je gegevens kunt achterlaten voor wie ze kan gebruiken.
Dat is de reden waarom ARhus bijvoorbeeld in 2017 op vraag van werkgeversorganisatie VOKA het initiatief nam om TRansformers te lanceren, een lerend netwerk rond innovatie en transformatie. Een tweetal keer per jaar worden professionals uit diverse sectoren – van de bedrijfswereld over de gezondheidssector tot de culturele sector – samengebracht om te netwerken en via inspirerende lezingen kennis uit te wisselen over wat de toekomst kan of zal brengen.
Haast onvermijdelijk kom je dan bij een trending topic als artificiële intelligentie (AI) uit. Toekomstmuziek? Nee, het is belangrijk om je nu al te omringen met experten die vooruitblikken naar deze evoluties, zodat je als organisatie weet op welke manier je je businessmodel zult moeten aanpassen om over tien of twintig jaar relevant te blijven. Innoveren door een andere constructie te bouwen met de aanwezige legoblokjes, weet je nog.
Een teamoverschrijdende werkgroep binnen ARhus buigt zich daarom nu al proactief over de vraag op welke manier AI een meerwaarde kan betekenen binnen de werking. Er worden licenties aangekocht om verschillende AI-tools uitgebreid te testen en alle medewerkers krijgen de kans om informatiesessies rond de werking van generatieve AI en prompting te volgen.
Net zoals er bij elke omwenteling kritische vragen opduiken, is dat bij de komst van AI niet anders. Zullen we als mens nog wel het verschil kunnen maken tegenover die superslimme computers? Het antwoord is ja. Want hoe ‘slim’ een computer ook kan zijn als het gaat om het in een mum van tijd verwerken van complexe data, het ontbreekt de machine aan de sociale vaardigheden, de creativiteit en het empathische vermogen die een mens uniek maken.
Door de komende jaren volop in te zetten op die (21e-eeuwse) menselijke vaardigheden, zoals samenwerken, communiceren, kritisch, creatief en probleemoplossend denken, en dat te combineren met de rekenkracht van computersystemen, wordt geen artificiële intelligentie, maar wel augmented intelligence gecreëerd. Eén en één die samen drie vormen.
De chirurg die met behulp van AI bepaalde patronen kan herkennen in duizenden resultaten – die hij zelf nooit kan waarnemen – zal hierdoor misschien een accuratere behandeling kunnen voorstellen aan zijn patiënten. De technologie tilt zijn intelligentie naar een hoger niveau.
Vertaald naar een bibliotheekomgeving zal AI ongetwijfeld bepaalde processen van ARhus kunnen optimaliseren, waardoor er bij medewerkers meer ruimte vrijkomt om datgene te doen waarin ze net uitblinken: de dienstverlening aan de bezoeker. Want als de coronaperiode iets duidelijk gemaakt heeft, is het wel hoe belangrijk fysieke ontmoeting blijft in een gedigitaliseerde wereld. Het is de reden waarom ARhus overtuigd is van het belang van een decentrale werking, met verschillende afdelingen waar de burger terechtkan voor een kwaliteitsvolle, fysieke dienstverlening. Met een ARhus Café ook, waar de gemoedelijke sfeer, inclusief leesvoer, gezelschapsspelletjes en speelgoed voor de allerkleinsten, ervoor moet zorgen dat de spreekwoordelijke stap naar de bibliotheek sneller gezet is.
De bibliotheeksector is een groeisector, maar het is zaak om steeds een stap voor te zijn. Om de toekomst te omarmen. Hoewel het een dikke eeuw geleden wellicht ondenkbaar was, schrijven we vandaag de dag ook niet meer met lei en griffel en vinden we dat intussen de normaalste zaak van de wereld. Het wordt ongetwijfeld een gelijkaardig scenario met AI en de verdere digitalisering van de samenleving.
Er staan ons kortom boeiende tijden te wachten, maar het zal ons niet zomaar in de schoot geworpen worden. Het vraagt moeite om te blijven (vooruit)kijken naar wat leeft in de samenleving en daar telkens een aangepast aanbod voor te ontwikkelen. Om naast het distribueren van boeken andere manieren te zoeken die kennisdeling en -uitwisseling mogelijk maken.
Het vereist tegelijkertijd een kritische blik, om bijvoorbeeld ook stil te staan bij het duurzaamheidsaspect van AI. Het zal inspanningen vergen om alle medewerkers mee op de kar te krijgen. En om ervoor te zorgen dat het onderwijs nieuwe generaties burgers de juiste vaardigheden aanleert om bewust en kritisch met alle nieuwe evoluties om te gaan. Geen evolutie zonder revolutie. En zijn bibliotheken als draaischijf van de samenleving dan ook niet ideaal geplaatst om een voedingsbodem te creëren voor dat boeiende discours? Hier in ARhus denken we alvast van wel.
Het verhaal van ARhus start in 2002, het jaar waarin de Roeselaarse bibliotheken De Vriendschap en Albrecht Rodenbach fusioneren. In 2007 sluiten de Stad Roeselare en de Vlaamse regering een stadscontract af voor de ontwikkeling van een ‘Nieuwe Openbare Bibliotheek Roeselare als Kennis-, Informatie- en Leercentrum’. Het jaar daarop wordt de vzw Het Portaal opgericht om uitvoering te geven aan dat contract. Sinds 2013 is deze verzelfstandigde entiteit zowel bestuurlijk, inhoudelijk als zakelijk verantwoordelijk voor de werking van het kenniscentrum.
Op 21 februari 2014 opent het gloednieuwe ARhus ‘Albrecht Rodenbach open kenniscentrum’ officieel de deuren. De naam bevat niet alleen de eerste twee letters van de Roeselaarse schrijver Albrecht Rodenbach, maar zinspeelt ook op de Griekse mythologische figuur Argus. Met zijn honderd ogen is de alziende reus een metafoor voor de manier waarop ARhus met een brede blik naar de samenleving kijkt.
Bovendien staat het ‘hus’ in de naam – voor wie een woordje West-Vlaams spreekt – voor ‘huis’, een kwinkslag om aan te geven dat ARhus een plek wil zijn waar iedereen welkom is en zich thuis voelt.