Na een rijkgevulde carrière neemt Eddy Put afscheid van de archiefsector. Het moment om even terug te kijken én vooruit te blikken op nieuwe uitdagingen.
Hoe ben je in de archiefsector beland?
Ik promoveerde in 1987 en werkte nadien nog een jaar aan de KU Leuven als monitor, waarbij ik vooral studenten begeleidde. In 1989 kon ik starten in het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Dat was een hele switch van dagelijkse contacten en begeleidingsmomenten met heel wat studenten naar een ‘kluizenaarsbestaan’ als archivaris en onderzoeker (lacht). Opnieuw hele dagen in het archief duiken, beviel me wel. Ik werkte eerst op het archief van het Ministerie van Justitie, en nadien op dat van de Raad van Brabant. Dat was ook de periode waarin de digitale overgang startte: werken met WordPerfect was een revolutie.
Een belangrijk moment was mijn verhuizing naar het Rijksarchief in Leuven. Daar volgde ik het (ver)bouwproject van de huidige site op. Dat betekende heel wat werfvergaderingen volgen en nadien veel praktische aspecten regelen voor de ingebruikname van het depot, de leeszaal en de werkruimtes. Daarnaast werkte ik op verschillende domeinen, onder andere de inventarisatie van parochiearchieven, die in grote aantallen in bewaring gegeven werden.
Een derde luik startte in 2014. Toen Chantal Vancoppenolle wegens ziekte uitviel, verving ik haar als hoofd van de Vlaamse Rijksarchieven. Dat ben ik tot mijn pensioen blijven doen. Daardoor had ik wat meer administratief werk en werd de onderzoekscomponent opnieuw wat kleiner. In mijn carrière begeleidde ik qua onderzoek drie doctoraatsstudenten en een aantal projecten, waaronder de Thesaurus of Early Modern Archival Sources (TEMAS) en PARDONS. De combinatie van meer administratieve, praktische aspecten met het archief- en onderzoekswerk vond ik best aangenaam.
Velen kennen jou ook als professor Put. Je gaf les en begeleidde de stages en thesissen van heel wat archivarissen uit de Vlaamse archiefsector. Hoe startte jouw onderwijsparcours?
Vanaf 1999 combineerde ik mijn werk in het Rijksarchief inderdaad met lesgeven aan de KU Leuven. Ik probeerde studenten geschiedenis via een keuzevak warm te maken voor archivistiek (lacht). Vanaf 2000 was ik ook betrokken bij de interuniversitaire master-na-master Archivistiek. Daar gaf ik eerst samen met Gustaaf Janssens een vak over de theorie, praktijk en methodologie van archivistiek, nadien deed ik dat met Godfried Kwanten en de laatste jaren alleen. De combinatie met mijn werk in het Rijksarchief was – zeker die eerste jaren – best pittig. Maar door les te geven over zaken waar ik dagelijks mee bezig was in het Rijksarchief, heb ik zelf ook veel geleerd. En ik heb er ook plezier aan beleefd! Ik heb het steeds prettig gevonden om studenten via concrete voorbeelden en verhalen inzichten bij te brengen.