Afscheid van de archiefsector: Eddy Put met pensioen

META Nummer 2024/6

Afscheid van de archiefsector: Eddy Put met pensioen

Geschreven door Jelena Dobbels
Gepubliceerd op 08.10.2024
IMPORTANT
Foto’s: © Algemeen Rijksarchief, Bart Boon.

Na een rijkgevulde carrière neemt Eddy Put afscheid van de archiefsector. Het moment om even terug te kijken én vooruit te blikken op nieuwe uitdagingen.

Hoe ben je in de archiefsector beland?

Ik promoveerde in 1987 en werkte nadien nog een jaar aan de KU Leuven als monitor, waarbij ik vooral studenten begeleidde. In 1989 kon ik starten in het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Dat was een hele switch van dagelijkse contacten en begeleidingsmomenten met heel wat studenten naar een ‘kluizenaarsbestaan’ als archivaris en onderzoeker (lacht). Opnieuw hele dagen in het archief duiken, beviel me wel. Ik werkte eerst op het archief van het Ministerie van Justitie, en nadien op dat van de Raad van Brabant. Dat was ook de periode waarin de digitale overgang startte: werken met WordPerfect was een revolutie.

Een belangrijk moment was mijn verhuizing naar het Rijksarchief in Leuven. Daar volgde ik het (ver)bouwproject van de huidige site op. Dat betekende heel wat werfvergaderingen volgen en nadien veel praktische aspecten regelen voor de ingebruikname van het depot, de leeszaal en de werkruimtes. Daarnaast werkte ik op verschillende domeinen, onder andere de inventarisatie van parochiearchieven, die in grote aantallen in bewaring gegeven werden.

Een derde luik startte in 2014. Toen Chantal Vancoppenolle wegens ziekte uitviel, verving ik haar als hoofd van de Vlaamse Rijksarchieven. Dat ben ik tot mijn pensioen blijven doen. Daardoor had ik wat meer administratief werk en werd de onderzoekscomponent opnieuw wat kleiner. In mijn carrière begeleidde ik qua onderzoek drie doctoraatsstudenten en een aantal projecten, waaronder de Thesaurus of Early Modern Archival Sources (TEMAS) en PARDONS. De combinatie van meer administratieve, praktische aspecten met het archief- en onderzoekswerk vond ik best aangenaam.

Velen kennen jou ook als professor Put. Je gaf les en begeleidde de stages en thesissen van heel wat archivarissen uit de Vlaamse archiefsector. Hoe startte jouw onderwijsparcours?

Vanaf 1999 combineerde ik mijn werk in het Rijksarchief inderdaad met lesgeven aan de KU Leuven. Ik probeerde studenten geschiedenis via een keuzevak warm te maken voor archivistiek (lacht). Vanaf 2000 was ik ook betrokken bij de interuniversitaire master-na-master Archivistiek. Daar gaf ik eerst samen met Gustaaf Janssens een vak over de theorie, praktijk en methodologie van archivistiek, nadien deed ik dat met Godfried Kwanten en de laatste jaren alleen. De combinatie met mijn werk in het Rijksarchief was – zeker die eerste jaren – best pittig. Maar door les te geven over zaken waar ik dagelijks mee bezig was in het Rijksarchief, heb ik zelf ook veel geleerd. En ik heb er ook plezier aan beleefd! Ik heb het steeds prettig gevonden om studenten via concrete voorbeelden en verhalen inzichten bij te brengen.

IMPORTANT

Toen ik dit jaar met pensioen ging, miste ik wel een aantal zaken. Samenwerken met collega’s bijvoorbeeld. Maar als ik eerlijk ben, miste ik het lesgeven het meest. Toen de KU Leuven me vroeg om nog een jaar les te geven als emeritus met opdracht, heb ik dan ook niet getwijfeld!

Een mooie carrière! Zag je de voorbije 35 jaar veel evoluties in de archiefsector?

Ja, toch wel. Binnen het Rijksarchief was er een belangrijke evolutie qua publieksvriendelijkheid. In de jaren 1980 mocht je al tevreden zijn als je in het Rijksarchief in het Nederlands bediend werd. De klant was toen duidelijk geen koning. Die attitude heb ik wel echt zien veranderen.

Ik moet hier toch ook de communautaire conflicten naar aanleiding van de staatshervorming aanhalen. In 2009 was er de actualisering van de Archiefwet en in 2010 kwam er een Vlaams Archiefdecreet, dat deed alsof er geen Archiefwet bestond. De Belgische staat en de Vlaamse Gemeenschap spanden toen een aantal rechtszaken tegen elkaar aan. Er stonden toen heel wat collega’s lijnrecht tegenover elkaar in een aantal beladen symbooldossiers: wie mag bepalen wat er bewaard moet worden, om maar één voorbeeld te noemen. Dat is complexe materie, maar het is goed dat dit intussen juridisch uitgeklaard is en dat er samenwerking is in de selectiecommissies. Mensen zoals Quincy Oeyen (Digitaal Archief Vlaanderen, Vlaamse overheid) en voormalig Rijksarchivaris Karel Velle speelden daarin een belangrijke rol.

Daarnaast is er ook op het vlak van digitalisering veel veranderd, zowel het digitaliseren van analoog archiefmateriaal als het bewaren en ontsluiten van born-digital archieven. Op dat laatste domein speelt het Rijksarchief absoluut (nog) niet de rol die andere nationale archieven opnemen. Dat moeten we erkennen, maar de middelen moeten er vooral zijn. Het kader van het Rijksarchief is nu kleiner dan vijftig jaar geleden, terwijl het takenpakket enkel toegenomen is door alle digitale ontwikkelingen. De politiek moet daarin een keuze maken: het kan niet dat de instelling steeds meer moet doen, met steeds minder middelen.

Dat laatste kwam ook aan bod in een gezamenlijk persbericht van de VVBAD en de Association des Archivistes Francophones de Belgique (AAFB). Zij roepen het Rijksarchief op om, als toonaangevende speler in de sector, de aanzet te geven voor samenwerking en bundeling van de krachten over de bestuursgrenzen heen wat digital-born archieven betreft.

Dat is een nobel streven, en zoals ik zei wil het Rijksarchief de rol die het daarin vandaag speelt, vergroten. Als daar de nodige middelen tegenover staan. En er worden vandaag al stappen gezet. Zo zijn er onder meer gesprekken met de FOD Beleid en Ondersteuning (BOSA) om dat voor de federale overheid aan te pakken. Samenwerking zoeken met de gemeenschappen, gewesten, provincies en gemeenten kan, maar iedereen heeft zijn eigen manier van werken. Dat moet allemaal op elkaar afgestemd worden. Het Rijksarchief heeft in Vlaanderen bijvoorbeeld een heel andere positie dan in Wallonië. Daar is de instelling voor de gemeenten hét aanspreekpunt, terwijl dat in Vlaanderen veel minder het geval is door de rol die het Facilitair Bedrijf opneemt en het groot aantal erfgoedspelers. Ik zie wel dat er vandaag al veel meer samenwerking is dan pakweg twintig jaar geleden.

Ik heb nogal wat favoriete archieven

Het Rijksarchief is een federale wetenschappelijke instelling (FWI). In tegenstelling tot bij andere archieven (stadsarchieven, (inter)gemeentelijke archieven, privaatrechtelijke archieven en dergelijke) is die wetenschappelijke component en onderzoeksfunctie dus erg uitgesproken. Wat zijn op het vlak van onderzoek de belangrijkste uitdagingen voor het Rijksarchief?

Die positie als onderzoeksinstelling is een moeilijke spagaat. In tegenstelling tot veel andere buitenlandse nationale archieven, ressorteert het Rijksarchief niet onder de eerste minister, maar onder het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO) en is het dus een wetenschappelijke instelling. Binnen het Rijksarchief zelf staat onderzoek al heel lang ter discussie: sommigen zijn heel blij dat er ruimte is om zelf onderzoek te doen, anderen willen enkel focussen op de kerntaak van de archiefwerking (bewaren en ontsluiten) en het informatiebeheer.

Ik vind dat onderzoek gekoesterd moet worden, maar dat de nadruk daarbij moet liggen op archivistische projecten, die bijvoorbeeld brontypologie bestuderen, nieuwe ontwikkelingen voor de ontsluiting van born-digital archieven, de mogelijkheden van artificiële intelligentie (AI) voor de ontsluiting van archieven, enzovoort. Puur historisch onderzoek is uiteraard interessant, maar naar mijn mening niet de corebusiness van het Rijksarchief. Dat wordt ook aan universiteiten gevoerd. Het Rijksarchief moet in samenwerking met die universiteiten het bronmateriaal ontsluiten, zodat er historisch onderzoek op kan gebeuren. Dat brengt me bij het belang van ontsluiten. Voor mij is dat ook wetenschappelijk onderzoek: persoonsen instellingsarchieven inventariseren, is fundamenteel wetenschappelijk werk. Daar wordt aan universiteiten soms aan voorbijgegaan. Maar dat is onderzoek dat ander wetenschappelijk onderzoek faciliteert en mogelijk maakt, en bijgevolg extreem belangrijk.

In zijn afscheidswoord gaf Karel Velle aan dat het Rijksarchief ook een belangrijke erfgoedtaak heeft. Hoe zie jij dat?

Bij het begin van de erfgoedbeweging in de jaren 1990 was ik – zoals vele historici en archivarissen – nogal sceptisch. In de loop der jaren is mijn standpunt gemilderd. Ik zie de emotionele betekenis van archief als erfgoed wel in. Maar met een belangrijke kanttekening: archief mag niet gereduceerd worden tot erfgoed. Dat is maar één dimensie van archief, en dat wordt helaas vaak vergeten.

Omdat erfgoed een Vlaamse bevoegdheid is, is het voor een federale instelling zoals het Rijksarchief ook niet altijd evident om een erfgoedtaak op te nemen. Toch zitten er in de Vlaamse Rijksarchieven tientallen kilometers Vlaams erfgoed! Daar wordt vanuit Vlaanderen aan voorbijgegaan, door de focus op de privaatrechtelijke archieven en op de erfgoedwerking van Vlaamse stads- en gemeentearchieven. Voor de bestuurlijk-administratieve archiefwerking is er intussen een samenwerkingsovereenkomst tussen het Rijksarchief en de Vlaamse overheid. Dat zou wat mij betreft ook zeker nuttig zijn voor afstemming over de erfgoedwerking. Misschien komt dat er in de toekomst?

In de erfgoedsector staan aspecten zoals meerstemmigheid en diversiteit steeds centraler. Speelt dat ook in het Rijksarchief?

Binnen het Rijksarchief wordt er de laatste jaren ook meer aandacht besteed aan een meerstemmige benadering van het verleden. Door bepaalde actoren die vroeger geen stem hadden, of weinig aan bod kwamen, nu wel meer naar de voorgrond te brengen. Het REIGN-project is daar een voorbeeld van. Dat focust op de chartercollectie van de graven en gravinnen van Vlaanderen (1086-1559), en belicht dus ook de vrouwelijke actoren. Ook het project Resolutie-Metissen levert belangrijk werk, door de individuele en algemene dossiers in kaart te brengen, waardoor metissen die geboren werden binnen de context van de Belgische kolonisatie hun moeilijke levensloop kunnen reconstrueren.

IMPORTANT

Ik ben wel van mening dat je daar als archivaris niet op een krampachtige manier mee moet omgaan. Bepaalde termen die in het verleden gebruikt werden, worden vandaag als denigrerend beschouwd en worden nu niet meer gehanteerd. Ik vind niet dat je die moet weggommen en retroactief aanpassen. Zo doe je onrecht aan het archief. Er moet wel over gesproken worden, en ik denk dat het vooral belangrijk is dat we voldoende contextualiseren met welke blik en vanuit welke positie de archiefvormer een bepaald archief aangemaakt heeft. Dat leert ons iets over de toenmalige tijdsgeest. De nieuwe archiefbeschrijvingsstandaard Records in Contexts (RiC) biedt op het vlak van contextualisering bijvoorbeeld zeker mogelijkheden, al is dat wel een zeer tijdsintensief proces.

We hadden het al over jouw rol in het opleidingslandschap. Hoe kijk jij naar de recente aanpassingen in diverse archiefopleidingen?

Het afschaffen van de interuniversitaire master-na-master Archivistiek en van de graduaatsopleiding Informatiebeheer aan de Erasmushogeschool Brussel (EhB) is bijzonder jammer. Zeker in een tijd waarin archivarissen broodnodig zijn, om analoog én digitaal materiaal langdurig te bewaren, te ontsluiten en te contextualiseren. In tijden van fake news en alternative facts zijn het archivarissen die als factcheckers kunnen optreden en aangeven wat authentiek is.

Het is positief dat er binnen een aantal erfgoedopleidingen nieuwe vakken en afstudeerpistes over archivistiek georganiseerd worden vanaf volgend academiejaar. Maar archivistiek mag niet verengd worden tot die erfgoeddimensie. Om terug te komen op het belang van meerstemmigheid: het is belangrijk dat toekomstige archivarissen tijdens hun opleiding in contact komen met alle aspecten van archivistiek, alle paradigma’s leren kennen. Daarom besteedde de master-na-masteropleiding aandacht aan zowel klassieke archivistiek, informatiebeheer als erfgoedpraktijken. Ik hoop dat die globale, brede visie in de toekomstige opleidingen toch voldoende aan bod kan komen.

Als je terugblikt op je carrière: zijn er zaken waar je bijzonder trots op bent?

Ik heb al heel wat aangehaald, maar ik wil de vrijwilligerswerking in het Rijksarchief toch graag nog vernoemen. Als je kijkt hoeveel de vrijwilligers in het Rijksarchief de voorbije twintig jaar hebben kunnen realiseren, dan is dat toch wel belangrijk. En dan heb ik het niet enkel over het inhoudelijk en praktisch werk dat zij verrichten – dat een enorme meerwaarde is voor het archief – maar ook over het gevoel van eigenwaarde, tevredenheid en respect dat veel vrijwilligers halen uit dat werk. Het mee opzetten van deze projecten is iets waar ik enorm veel voldoening uit gehaald heb.

En om af te sluiten: er gingen heel wat archieven door jouw handen. Is er een archief dat eruit springt voor jou?

Er eentje uitpikken is moeilijk. Ik heb nogal wat favoriete archieven, zoals dat van de Raad van Brabant (1427 – 1795). Dat is drie kilometer waanzinnige rijkdom! Maar ik wil ook het dagboek van aartsbisschop Matthias Hovius (1542-1620) en de missionarisbrieven in het archief van de Vlaamse jezuïeten vermelden. Ook de matrikels (inschrijvingsregister, n.v.d.r.) van de oude universiteit van Leuven spreken tot de verbeelding. Een tiental jaar geleden kwam een twintigtal Vesalius-specialisten van over de hele wereld langs om die matrikels in te kijken. Toen ze de naam van Andreas Vesalius (1514-1564) daarin terugvonden, kirden ze van blijdschap! En vele andere onderzoekers ondervinden dezelfde historische sensatie wanneer ze in deze matrikels sporen vinden van voorouders die aan de oude universiteit van Leuven studeerden.

Bedankt voor het interview, en geniet van je pensioen!

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be