‘Gemiddelde Belgische loopbaan duurt nog geen 35 jaar’, kopte de VRT onlangs. Het artikel maakt vervolgens de vergelijking met Nederland, waar datzelfde gemiddelde bijna 44 jaar bedraagt. Met de kanttekening dat bij onze noorderburen beduidend meer mensen deeltijds werken. Dat beeld kan ik wel bevestigen als ik op mijn werkplek in Den Haag om mij heen kijk. Je ziet alle mogelijke leeftijden en vrijwel niemand werkt voltijds. Wat overigens mee verklaart waarom de ‘vrijmibo’, de vrijdagmiddagborrel met collega’s, het afgelopen decennium plaatsgeruimd heeft voor de ‘domibo’.
Maar wat het artikel niet benoemt en daarmee nauw samenhangt, is dat loopbanen in Nederland ook veel gevarieerder zijn. Nederlandse collega’s maken sneller en vaker de overstap naar een andere functie, naar een andere organisatie of naar een andere overheidslaag of zelfs de privésector. En worden daartoe aangemoedigd door hun managers, in de overtuiging dat iedereen baat heeft bij nieuwe rollen, ervaringen en inzichten. Zo heb ik zelf in de voorbije zes jaar al drie verschillende functies uitgeoefend. Waarbij telkens een nieuwe wereld openging.
Het contrast met België is groot. Waar loopbanen vlakker en saaier zijn. Waar iedereen vaak jaren of soms zelfs decennia op dezelfde stoel zit. Waar het halen van het weekend en het halen van het pensioen de ultieme streefdoelen worden. Dat alles geldt nog meer voor overheidsadministraties, waar jobzekerheid lange tijd als dé grote troef uitgespeeld werd. Met als resultaat dat velen in een gouden kooi vastzitten.
Ook managers die op jongere leeftijd de top bereiken en elke volgende loopbaanstap als een stap opzij én terug ervaren. Maar weet ook dat hét moment aangebroken is om dat diep ingesleten patroon te doorbreken. Jobzekerheid is gegarandeerd door de nog steeds krappe arbeidsmarkt. Praktijkervaring en houding worden even belangrijk als een diploma. Hybride werken betekent dat je minder vaak, maar verder kunt pendelen. Nieuwe generaties hechten meer belang aan werkgeluk. En ook overheden creëren meer mogelijkheden om binnen de eigen organisatie van baan te veranderen.
Natuurlijk verwacht ik niet dat iedereen morgen zijn baan opzegt. Maar waarom niet klein beginnen? Zo organiseert het Nationaal Archief regelmatig ‘snuffelstages’, waarbij je enkele uren of dagen bij andere afdelingen kunt meedraaien. Misschien kunnen we als informatie- en archiefsector iets gelijkaardigs organiseren, over organisaties heen?