Archief van de gevangenis van Brussel en Vorst (gedeeltelijk) gered

META Nummer 2024/5

Archief van de gevangenis van Brussel en Vorst (gedeeltelijk) gered

Geschreven door Harald Deceulaer
Gepubliceerd op 03.09.2024
IMPORTANT

In META 2019/9 verscheen het artikel ‘De wanhoop van de archivaris: het archief van de Brusselse gevangenissen’, waarin opgeroepen werd tot een oplossing voor het historisch archief van de gevangenis van Vorst. Dat werd toen nog ter plekke in zeer slechte omstandigheden bewaard. Vijf jaar later is er eindelijk een (gedeeltelijke) oplossing.

Tienduizenden mannen en vrouwen kwamen en komen op een bepaald moment in hun leven in de gevangenis terecht, in de 19de, 20ste en 21ste eeuw. Gevangenisarchieven staan toe om deze donkere periode in hun leven te reconstrueren, maar bevatten ook een stuk sociale geschiedenis. Bekijken wie opgesloten wordt, zegt veel over de veranderende normen van de hele samenleving. De gevangenis is steeds de laatste schakel in een lang maatschappelijk-juridisch selectieproces: niet iedereen die sociale of ethische normen overtreedt, werd en wordt opgesloten. De manier waarop schuld, straf en boete bepaald worden, verschilt sterk in ruimte en tijd. Tot 1912 werden bijvoorbeeld kinderen opgesloten in Belgische gevangenissen. In de late 19de eeuw werden tienduizenden personen naar de gevangenis gestuurd door politierechtbanken, omdat ze boetes niet konden of wilden betalen. Wie deze pijnlijke geschiedenis wil onderzoeken en beschrijven, moet puzzelstukken en sporen in archieven kunnen verzamelen.

Documenten die in gevangenissen gecreëerd worden, zijn een onderdeel van de machtsuitoefening van de staat over individuen. De Franse filosoof Michel Foucault heeft al lang geleden geargumenteerd dat gevangenissen naast plaatsen van opsluiting ook centra van kennisproductie zijn. Vanuit een vrijwel alomvattende disciplinerende aandacht voor de gedetineerden werd sinds de 19de eeuw een enorm aantal registers, formulieren, steekkaarten en dossiers aangelegd om gevangenen te registreren, te classificeren en te reguleren. De modellen hiervoor werden opgelegd door de overheid: elke gevangenis ontving standaardformulieren en registers die ingevuld moesten worden.

Zo werd een schat aan informatie aangelegd over de gedetineerden: niet alleen de naam en de inschrijvingsdata, het vonnis en de duur van opsluiting, maar bijvoorbeeld tot 1920 ook een fysieke beschrijving. Vanaf de jaren twintig van de 20ste eeuw volgden foto’s en ‘antropologische dossiers’, die een ‘wetenschappelijke’ analyse van de misdadiger nastreefden. Lichamen en schedels werden gemeten, en er werd gepeild naar familiale achtergrond, scholingsgraad, opvoeding, religie, karakter, militaire dienst, beroep, juridische voorgeschiedenis, vrijetijdsbesteding en gezin.

Na de vrijlating van de gevangenen verloren deze documenten echter snel hun administratieve nut. Zeker na enkele decennia hadden deze gegevens geen enkele betekenis meer voor de instelling. Archieven werden daarom verwaarloosd, vernietigd of bewaard in vochtige ruimten, ten prooi aan schimmel, ratten, muizen of duiven. Deze verwaarlozing van het archief van gevangenissen impliceert een fundamenteel gebrek aan historisch respect voor wie ‘anders’ of ‘afwijkend’ was.

IMPORTANT
Medewerkers van de firma Object Care halen het archief uit de gevangenis van Vorst. © Marjan De Block.

Wat we als maatschappij koesteren als waardevol archief, dan wel achteloos weggooien of laten beschimmelen in vergeten kelders, is niet louter een historische, maar ook een ethische discussie, doordrongen van macht en sociale normen. Archieven zijn doorgaans overheidsinstellingen, die top-down narratieven en hiërarchieën reflecteren, sommige realiteiten documenteren, maar andere verwaarlozen. Beslissingen om documenten te bewaren of te vernietigen zijn dus allesbehalve neutraal, net als keuzes om bepaalde archiefbestanden te inventariseren, te digitaliseren of te bestuderen, dan wel om ze als ‘niet prioritair’ te beschouwen. De Franse filosoof Serge Margel spreekt in dat verband terecht van een “dispositif discursif de légitimation, un discours qui divise et sépare les objets, entre le légitime et l’illégitime, le pertinent et l’impertinent, le signifiant et l’insignifiant”. Verne Harris, Zuid-Afrikaans archieftheoreticus en voormalig archivaris van Nelson Mandela, gebruikte in zijn recentste boek net als Serge Margel de metafoor ‘geesten’ voor personen die onzichtbaar gemaakt worden in archieven en de maatschappij: “the dispossessed, the ones excluded and in other ways oppressed by apparatuses of power, the ones considered to be (and being made) both invisible and expendable.”

Het archief dat tot 2023 bewaard werd in de gevangenis van Vorst is om meerdere redenen uitzonderlijk. Het gaat niet alleen terug tot 1910, toen de instelling haar deuren opende. Het archief van de oudere gevangenis van Brussel werd er ook bewaard, voor de periode 1818-1909. Daarnaast is de gevangenis van Vorst een van de weinige instellingen waar ook vrouwen opgesloten werden. Ondanks het evidente historische belang van deze twee eeuwen gevangenisarchief, was het gedurende vele decennia een zorgenkind. Vreselijke bewaaromstandigheden, schimmelexplosies, duiven en ratten bemoeilijkten de overdracht van het archief. Gedurende lange jaren vroeg het Rijksarchief aan Justitie om dat archief te laten behandelen tegen schimmel en over te dragen, maar alle e-mails, brieven en klachten vielen op een koude steen

In 2022-2023 kon toch een overeenkomst gesloten worden met Justitie, waardoor een doorbraak gerealiseerd werd. De opsluitingsregisters werden gered: ze werden behandeld met gammastraling om de schimmel te doden, gereinigd en overgebracht naar het Rijksarchief in Brussel (Vorst). De inventaris is pas gepubliceerd. Toch zal deze overdracht geen schoonheidsprijs winnen, en blijft er een wrange nasmaak. De individuele opsluitingsdossiers waren immers te zwaar aangetast om gered te worden.

Documenten zijn kwetsbaar. Hun bewaring en ontsluiting in een archief is niet vanzelfsprekend. Archieven komen niet vanzelf tot stand; om ze te bewaren, te redden, over te dragen, te inventariseren en digitaal doorzoekbaar te maken, is veel toewijding en engagement nodig: tijd, middelen, energie en aandacht.

De overdracht en inventarisatie van de Brusselse gevangenissen vormt zowat het sluitstuk van de campagne rond het archief van de gevangenissen waarmee het Rijksarchief begonnen is in de jaren negentig. Het archief van vrijwel alle Belgische gevangenissen voor de 19de en 20ste eeuw is nu overgebracht en geïnventariseerd. De basisontsluiting is gebeurd: het archief van het hele penitentiaire landschap van België is in kaart gebracht. Daarom kan nu het interessantste werk beginnen: de verdere ontsluiting, het vergroten van de digitale doorzoekbaarheid en natuurlijk: het eigenlijke onderzoek.

Bibliografie

Harald Deceulaer, ‘De wanhoop van de archivaris: het archief van de Brusselse gevangenissen. Een stand van zaken, en een perspectief naar een oplossing?’, Meta. Tijdschrift voor Bibliotheek & Archief, 2019, 9, p. 10-15.

Harald Deceulaer, Inventaris van het archief van de gevangenis van Brussel en Vorst, 1818-2001, Brussel, 2024. 

Harald Deceulaer, ‘Geschiedenis en archief van de Brusselse gevangenissen (16de-20ste eeuw): een stand van zaken’, Vlaamse Stam, 60, 3, juli-september 2024, p. 273-282. 

Harald Deceulaer, Gert De Prins en Pierre-Alain Tallier, Inventaris van het archief van de gevangenis van Sint-Gillis, 1855-1991, Brussel, 2019.

Verne Harris, Ghosts of archive. Deconstructive intersectionality and praxis, Londen en New York, 2021.

Serge Margel, Les archives fantômes. Recherches anthropologiques sur les institutions de la culture, Parijs, 2013.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be