De opkomst van AI-tools specifiek gericht op academisch schrijven heeft de manier waarop studenten en onderzoekers hun werk benaderen aanzienlijk veranderd. Voor studenten en onderzoekers vormt het verdedigen van hun bachelor- of masterproef, of het publiceren van een onderzoeksartikel in een wetenschappelijk tijdschrift, vaak het sluitstuk van hun onderzoek. Niet iedereen is van nature een vlotte schrijver; schrijven in een andere taal dan de moedertaal vormt vaak een struikelblok. En niet iedereen kan rekenen op familie en vrienden om inhoudelijk en taalkundig het werk na te lezen.
De lancering van ChatGPT eind november 2022 heeft voor veel studenten en onderzoekers een grote hulp betekend. Ze kunnen generatieve AI-tools gebruiken om tekst aan te passen of te vertalen, spelling en grammatica te controleren, een titel te suggereren, de schrijfstijl aan te passen naar een wetenschappelijkere vorm, en meer. Wat je wel en niet mag laten doen door een AI-tool bij een academische opdracht zal contextafhankelijk zijn. Daarnaast zet ook de instelling waaraan je studeert of werkt de krijtlijnen uit voor het gebruik van AI-tools. Het is daarom raadzaam om zeker de richtlijnen van je eigen instelling te raadplegen.
Studenten en onderzoekers vragen zich af of het gebruik van ChatGPT als schrijfhulp plagiaat is. De vraag is eenvoudig, maar het antwoord is dat niet. Plagiaat kan worden vermeden door te verwijzen naar het werk van anderen (bijvoorbeeld een tijdschriftartikel, een boek of een internetbron) in je eigen werk. Door een bronvermelding toe te voegen, maak je het voor de lezer mogelijk om het gerefereerde werk gemakkelijk terug te vinden en geef je credits aan de auteur. Wanneer je geen bronvermelding toevoegt, pleeg je met andere woorden plagiaat.
Een AI-gegenereerde tekst is geen letterlijke combinatie van stukjes tekst: de inhoud is nieuw. De output van een AI-systeem presenteren als je eigen werk zonder vermelding van een bron is plagiaat. Sommige tools zullen een bron weergeven, maar ze kunnen ook hallucineren en een onbestaande bron verzinnen. Het is de taak van de student en onderzoeker om de bronnen te verifiëren en deze ook effectief zelf door te nemen.
Maar wat als je de AI-tool gebruikt om je zelfgeschreven teksten wat te verbeteren, bijvoorbeeld wanneer je in een andere taal dan je moedertaal schrijft? Mogelijk herkennen plagiaatdetectietools dat als plagiaat, maar dat is dan een vals positief resultaat. Dat gebeurt doordat de schrijfstijl en opbouw van de tekst herschreven wordt met woorden en zinnen die vaker voorkomen in het large language model waarop de AI-tool gebouwd is.
Tot slot, hoewel AI-tools aanzienlijke voordelen bieden voor studenten en onderzoekers, is het essentieel om hun gebruik op een verantwoorde manier in te zetten, altijd rekening houdend met de richtlijnen van de instelling en het belang van correcte bronvermelding. (Voor deze tekst is dat het UGent Ufora leerpad ‘Generatieve AI: van leren tot creëren’, van Mit Leuridan, professor Jefrey Lijffijt en professor Orphée De Clercq.)