Fantasies of the Library van Anna-Sophie Springer en Etienne Turpin (2016) laat je de bibliotheek bekijken vanuit een creatief en artistiek oogpunt.
Fantasies of the Library van Anna-Sophie Springer en Etienne Turpin (2016) laat je de bibliotheek bekijken vanuit een creatief en artistiek oogpunt.
De bibliotheek – althans de openbare – is al lang meer dan een verzameling goed geordende boeken: we houden tentoonstellingen, voorleesnamiddagen en workshops, we nodigen schrijvers uit, leren bezoekers hoe ze met een pc of een smartphone moeten omgaan, enzovoort. Maar toch blijft de kern precies die verzameling boeken, liefst geordend volgens een gangbaar schema: ieder boek staat bij andere die over hetzelfde gaan, maar is een eenheid op zich.
Dat is niet zo in de bibliotheken die in dit boek aandacht krijgen: de Prelinger Library in San Francisco of de bibliotheek van het Warburg Institute in Londen. Boeken staan er in brede categorieën naast elkaar, niet omdat ze over hetzelfde onderwerp gaan, maar omdat ze in elkaars nabijheid creatieve ideeën in gang kunnen zetten. De volgorde kan ook herschikt worden als dat nieuwe ideeën kan opleveren.
Een goed voorbeeld van hoe je met een andere blik naar de collectie kunt kijken, is wat Julia van Haaften in de zeventiger jaren van de vorige eeuw in de New York Public Library (NYPL) deed. Het behoorde niet tot de politiek van de NYPL om foto’s te verzamelen, maar Van Haaften legde zich daar niet bij neer: ze ging op zoek in de collectie naar allerlei boeken die wel degelijk foto’s bevatten, en dat bleken er heel wat te zijn. Aanvankelijk bracht ze die bijeen in een bibliografie en een tentoonstelling, maar uiteindelijk leidde dat tot de oprichting van een heel nieuwe afdeling binnen de NYPL.
Een ander, meer bizar voorbeeld, is wat Joe Orton en Kenneth Halliwell deden: ze stalen boeken uit een bibliotheek, kleefden grappige of schunnige foto’s en teksten op de flappen en plaatsten ze daarna stiekem terug. Ze werden daarvoor veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, maar de boekcovers die ze zo creëerden, gelden sindsdien als kunst.
In het boek zijn twee duidelijke paradigma’s te onderscheiden. Aan de ene kant staan figuren als Foucault, Borges, Flaubert en Malroux. Die verwacht je ook in een boek met een alternatieve kijk op de boekenwereld. Aan de ander andere kant vinden we Melvil Dewey met zijn Dewey Decimal Classification en … Generaal Stumm, een personage uit Robert Musils roman De man zonder eigenschappen.
Voortdurend wordt naar al deze personen verwezen. Dewey staat model voor de bibliotheek waarin alle boeken een vaste orde krijgen op basis van zijn schema, waardoor ze geen creativiteit toelaten. Generaal Stumm gaat in de bibliotheek op zoek naar een soort spoorwegplan waarmee alle mogelijke verbindingen tussen gedachten duidelijk gemaakt kunnen worden. Het wordt een ontgoocheling en als hij naar de cataloguszaal geleid wordt, staat het wenen hem nader dan het lachen: allemaal bibliografieën, dat wil zeggen boeken over boeken, en geen zinnig boek om te lezen.
Stumm staat model voor wie in de bibliotheek vastliggende relaties wil vinden. Verbanden zijn echter geen objectief gegeven; je moet ze zelf op een creatieve manier maken. Maar zelfs iemand als Dewey kunnen we creatief benaderen.
Hij had namelijk ook een firma die bibliotheekmeubilair verkocht en het boek bevat een aantal foto’s uit de catalogus ervan uit 1890. Het zijn vreemdsoortige, maar ingenieuze boekenstandaarden, die uit hun functionele context gelicht als kunstobjecten beschouwd kunnen worden. Ze krijgen hun plaats in een fotoreportage over “reading rooms, reading machines”, of: Dewey zoals je hem nog niet zag.
Het boek heeft een heel eigen, bevreemdende structuur. Op de recto-zijde staat het centrale essay, dat echter plots onderbroken wordt op het einde van pagina 49 om plaats te maken voor de genoemde fotoreportage. Op pagina 99 loopt de centrale tekst dan gewoon voort. Op de verso-zijde staan in kleinere druk verschillende interviews over de genoemde bibliotheken, maar ook over e-boeken en e-tijdschriften: de “curational space” is ook digitaal mogelijk.
Interessant zijn in dit verband een aantal foto’s uit de ScanOps van Andrew Wilson Norman. Wanneer boeken gescand worden voor Google Books gebeurt het weleens dat er een foto mee opgeslagen wordt waarop een hand of een vinger te zien is van diegene die de scans gemaakt heeft. Wilson heeft die verheven tot kunst door ze uit hun context te lichten. Ze tonen een verrassende en op zich esthetische menselijke aanwezigheid in Googles gedigitaliseerde bibliotheek.
Het vraagt inspanning om je in deze wereld te verplaatsen, om de vertrouwde kijk op bibliotheken los te laten en het fascinerende idee van de bibliotheek als curational space toe te laten. Eén enkele lectuur zal daarvoor wellicht niet volstaan, temeer omdat het centrale essay van Anna-Sophie Springer doorspekt is met verwijzingen naar vooral Franse filosofen uit het laatste kwart van de twintigste eeuw. De structuur van het boek zelf is op zich ook al een alternatieve kijk op hoe een boek er moet uitzien.