Bibliotheek Hasselt Limburg: lezen, leren en (be)leven

META Nummer 2024/4

Bibliotheek Hasselt Limburg: lezen, leren en (be)leven

Geschreven door Maxine Lynch
Gepubliceerd op 11.06.2024
IMPORTANT
IMPORTANT

Bibliotheek Hasselt Limburg (BHL) vind je in hartje Hasselt, waar het bruist van het stadsleven. Wij brachten een bezoek aan de hoofdstad van de smaak om in gesprek te gaan met (voormalig) bibliothecaris Miet Withofs en directeur Martine Balcer. Miet geniet sinds kort van een welverdiend pensioen na jaren actief te zijn geweest in de bibliotheeksector en de verschillende bibliotheekverenigingen. Het interview eindigde – op ware gastvrije Limburgse wijze – met een broodjeslunch en een rondleiding door het hele gebouw. Een bezoekje waard!

Kunnen jullie meer vertellen over BHL en wanneer jullie er begonnen zijn?

Martine: BHL kent een lange geschiedenis. Het was net na de oorlog, in 1946, toen de Provinciale Wetenschappelijke Bibliotheek (PWB) opgericht werd. Dat om de culturele achterstand in Limburg weg te werken. Enkele jaren later zag ook de Provinciale Bibliotheek Limburg (PBL) het licht. Het mooie aan dat verhaal is dat die later geëvolueerd is naar de eerste openbare bibliotheek avant la lettre, want deze bibliotheek vormde het basismodel van het bibliotheekdecreet van 1978.

De bibliotheekwerking vond tot eind jaren zeventig een onderkomen in een aantal begijnenhuisjes in het begijnhof van Hasselt. In de jaren tachtig verhuisde deze bibliotheek naar het gebouw waar we nu zitten, midden in het centrum van Hasselt. In 1982 werd de Stedelijke Bibliotheek Hasselt (SBH) opgericht, met de hoofdbibliotheek in de grootste deelgemeente Kuringen. Het decreet van 1978 was bepalend voor dit initiatief.

Miet: In die naoorlogse periode was er geen hogeschool of universiteit in Limburg en dus ook geen daaraan gekoppelde bibliotheek. De wetenschappelijke bibliotheek diende als aanvulling voor studenten, zodat ze ook in hun eigen provincie collecties konden raadplegen. In die tijd was er sprake van een braakliggend landschap, en de provinciale bibliotheek vulde de bovenbouw van de openbarebibliotheeksector in. Dat heeft de ontwikkeling van een kwaliteitsvol netwerk van openbare bibliotheken gestimuleerd. Toen ik in 1994 startte als bibliothecaris bij SBH had de bibliotheek al elf filialen en bestond er een aanvullende samenwerking tussen de stedelijke en provinciale bibliotheken.

Je moet over de eigen muur durven bewegen en soms ook de eigen visie aanpassen voor het grotere belang

Martine: Het was toen dat ik – als beleidsadviseur kunst en cultuur voor de provincie Limburg – Miet leerde kennen. Naar aanleiding van het decreet van 1978, opereerde de provinciale bibliotheek als de centrale openbare bibliotheek, die heel wat kleine bibliotheken hielp om hun werking op te starten en verder te ontplooien. Niet veel later kreeg ik na de oppensioenstelling van de vorige directeur van het provinciebestuur de vraag om directeur te worden van de PBL.

De twee Hasseltse bibliotheken werden steeds meer complementair. In 2018 werd de PBL overgenomen door de stad Hasselt en werden de twee bibliotheken samengevoegd tot Bibliotheek Hasselt Limburg.De naam werd zorgvuldig gekozen: in de eerste plaats is het een bibliotheek voor Hasselt, maar de centrale werking voor de regio blijft zichtbaar en zit in het DNA van deze bibliotheek.

Miet: Er werd toen de keuze gemaakt om SBH af te bouwen en dat kwam zeker hard aan, vooral door de initieel bruuske bezuiniging en de daaropvolgende coronacrisis. Voor het nieuwe stadsbestuur was de keuze om de twee vestigingen – waarvan BHL de grootste en SBH de derde grootste bibliotheek van Limburg was – naast elkaar te laten bestaan niet toekomstgericht. Andere gebieden moesten ook de kans krijgen om zich te ontwikkelen. Dat kan nu gemakkelijker vanuit het gekozen organogram, omdat de werking veel beter gespreid kan worden over het hele grondgebied en er in de toekomst veel gemakkelijker een nieuwe richting gekozen kan worden.

Door die fusie tot BHL kreeg de sector het ideale model: een grote bibliotheekwerking met verschillende invalshoeken die openbaar of voor iedereen toegankelijk zijn. Dat vind ik een sterk punt, want iedereen kan hier opzoekingen komen doen, ook op wetenschappelijk niveau.

Martine: BHL heeft dus een drieledige functie. Naast een wetenschappelijke bibliotheek en een openbare bibliotheek, functioneren we ook als een (erkende) erfgoedbibliotheek (n.v.d.r.: tijdens een rondleiding in de erfgoedbibliotheek lieten ze de collectie Limburgensia en enkele bijzondere stukken zien. Een aanrader om deze eens te komen raadplegen!) Omdat we een lokale, regionale én Vlaamse werking hebben, kunnen we sterk inzetten op onze drieledige opdracht en een meerwaarde bieden aan onze bibliotheekgebruikers.

Het is wel een hele zoektocht geweest om die rol opnieuw goed te bepalen. Wat is de rol van een grotere bovenbouwbibliotheek – die een goed uitgebouwd netwerk heeft van plaatselijke openbare bibliotheken – in een provincie die eigenlijk verstoken geweest is van stedelijke ontwikkeling? Hoe passen onze erfgoedcollecties en wetenschappelijke collecties in een bibliotheek met een bredere opdracht?

IMPORTANT

Niet alleen de werking is belangrijk, ook het gebouw waarin de bibliotheek zich bevindt. Hoe zit dat bij BHL?

Martine: Dit gebouw dateert van 1978. Het is door architect Paul Felix, die bekendstaat om zijn brutalistische architectuur, dat het gebouw er vrij nieuw uitziet en tijdloos aandoet, ook al dateert het van vijftig jaar geleden. Rond de eeuwwisseling kreeg het gebouw een renovatie waarbij we veel meer ramen en openbare ruimtes voorzien hebben, om te lezen, te verblijven, te werken en te beleven. In de toekomst moeten we blijven nadenken over hoe we onze werking kunnen organiseren en welke aangepaste ruimte en inrichting daarvoor nodig is. Ik denk hierbij nu aan de digi- en taalpunten, die een zichtbare plek vragen en die momenteel niet altijd goed ingebed zijn in de huidige indeling van de bibliotheek.

Miet: Dat is juist het waardevolle aan dit gebouw: het kan steeds mee veranderen. Het is een kwaliteitsvol gebouw dat aangepast kan worden aan de tijden en noden. Maar dat is een uitdaging voor Martine en haar team, zij heeft nog voldoende tijd en energie (lacht).

Martine: Het gebouw en de huidige inrichting werken momenteel niet drempelverlagend genoeg. Als je de bibliotheek binnenkomt, heb je de afdeling informatie waar je een heel groot aanbod informatieve collecties kunt raadplegen. Pas als je verder loopt of de trap opgaat, kom je de fictieboeken, het leescafé of de jeugdbibliotheek tegen en dat geeft een heel andere sfeer. We zouden in een herinrichtingsplan de openbare functies veel meer moeten benadrukken vanaf het binnenkomen.

Als we inzetten op extra infrastructuur, dan moet die vooral complementair en doelgroepgericht zijn. In Kuringen komt er binnenkort een familiebibliotheek. Die zal samen met een deel van de stedelijke basisschool, de buitenschoolse opvang en de lokale kunstwerking in een nieuw gebouw zitten. Het aanbod van de familiebibliotheek in Kuringen en het aanbod van BHL zullen elkaar mooi aanvullen, en we hopen ons collectiebeleid naar een hoger niveau te tillen. Door de integratie van deze verschillende functies, krijg je een interessante wisselwerking.

Kwaliteitsvolle infrastructuur blijft belangrijk en vormt de basis. Maar we breken ook graag in in bestaande gebouwen of bestaande (digitale) werkingen, zoals scholen (Bib op School), woonzorgcentra, kinderopvangen of lokale dienstencentra. De bedoeling is dat we in bestaande infrastructuur onderdelen van onze werking herbergen zodat we doelgroepen die normaal niet naar de bibliotheek komen, ook kunnen bereiken. Dat maakt ons aanbod erg laagdrempelig en vormt een mooie tegenhanger voor het aanbod in de grote bibliotheekomgeving.

Miet: De openbarebibliotheeksector vraagt dat tegenwoordig. Een ‘derde plek’ waar die aspecten beter zichtbaar zijn, kan beter doorleefd en meer beleefd worden.

IMPORTANT

Hoe belangrijk vinden jullie lobbyen?

Martine: Ik vind het spijtig dat de Vlaamse overheid het concept van een bibliotheek, onze werking en betekenis zo fel losgelaten heeft. En toch waren we zo belangrijk tijdens de coronacrisis! Gelukkig spreekt het lokaal bestuur zich wel uit over de waarde die de bibliotheek heeft en hoe verankerd die bibliotheek moet zijn binnen de gemeenschap.

Miet: Dat de voormalige regering de subsidies van de VVBAD wegnam, valt niet te begrijpen. Een sector heeft een bovenbouw en een gedeelde visie nodig. Op dit moment moeten we meer voor de sector vechten en werken dan in de vorige eeuw. Dat terwijl er nu juist meer behoefte is aan samenwerking om de nieuwe maatschappelijke rollen en uitdagingen te kunnen aanpakken. Dat moet zowel op regionaal als op nationaal vlak, met Wallonië, en internationaal met Nederland en Europa. Ik ben blij dat Jessica Jacobs in het bestuur van het European Bureau of Library, Information and Documentation Associations (EBLIDA) zit, want uiteindelijk moet dit alles tot Europa doordringen.

De beleidsmakers moeten zorgen dat de openbare bibliotheek eenzelfde concept blijft over heel Vlaanderen, maar eigenlijk ook wereldwijd. Zo kunnen gemeenten niet zomaar iets beslissen en bijvoorbeeld bepaalde waardevolle aspecten achterwege laten. Werken op maat van de gemeente of lokale gemeenschap is noodzakelijk, maar er moet ook een bovenlokale gemeenschappelijke basis zijn. Er zijn nu eenmaal een aantal basisvoorwaarden waaraan elke bibliotheek zou moeten voldoen, denk maar aan leesbevordering. Het is daar dat Vlaanderen over moet waken. Daarom hebben we dat ook opgenomen in het VVBAD-memorandum Hoe bouwen we samen aan een sterke informatiesector in Vlaanderen?.

Martine: Daar wordt momenteel hard aan gewerkt door de VVBAD. Er zijn nu genoeg voorbeelden in Vlaanderen die bewijzen dat die nieuwe rol en die maatschappelijke verankering van de bibliotheek noodzakelijk is. Lezen, leren, ontwikkelen en beleven maken deel uit van wat een mens nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen en te leven.

Miet: Goed geïnformeerd worden, is ook een belangrijke. Een van de nadelen van het internet is dat alles versnipperd en volatiel wordt en dat de grote verhalen minder zichtbaar zijn. De informatiestroom in onze maatschappij beweegt op een razendsnel tempo en iedereen moet aan de juiste informatie kunnen. Ook de lokale overheid moet up-to-date zijn met hoe we (digitale) informatie bewaren. De digitale wereld wordt nog te weinig aangestuurd, en er bestaat daar nog veel meer versnippering, verwarring of vervalsing dan in de papieren wereld. De bibliotheek moet informatie open én zuiver houden en minstens Vlaanderen moet die waarde erkennen.

Ik heb mij steeds geëngageerd in de sector voor verschillende verenigingen, zowel voor de Bibliotheekvereniging Limburg (BVL), de VVBAD als de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC). Netwerken en verbinding zoeken is ontzettend belangrijk. Je moet over de eigen muur durven bewegen en soms ook de eigen visie aanpassen voor het grotere belang.

Martine: Dat was een heel groot engagement, Miet. Dat mag gerust gezegd en onderstreept worden. Zo heb ik Miet ook leren kennen, in haar rol als vertegenwoordiger van de BVL. Je mag je niet enkel focussen op je eigen werking en belangen.

IMPORTANT
Martine Balcer (links) en Miet Withofs (rechts)

Hoe belangrijk is de BVL voor jullie?

Miet: De BVL bestaat al heel lang. De lokale bibliotheken werkten uit noodzaak samen. Al vroeg voelde het provinciale niveau – in de kleinste provincie van Vlaanderen – de noodzaak om die samenwerking te ondersteunen. Van een trekkende stedelijke kracht was geen sprake en dus vulden de provincie en de provinciale samenwerking die rol in. Er heerst een Limburggevoel, omdat er geen grote steden of dominante bibliotheken zijn.

Martine: Dat zit ook in het DNA van heel veel structuren in Limburg.

Miet: Bij de BVL zie je dat Limburgers aan één koord trekken of als één stem spreken: samen sterker. De provincie heeft dat Limburggevoel ook altijd gestimuleerd en bevorderd.

Martine: De provincie heeft daar een heel belangrijke rol in gespeeld. We mogen niet vergeten dat de provincie Limburg veel betekend heeft op het vlak van beleidsontwikkeling in de cultuuren bibliotheeksector. Dat is dikwijls zeer inspirerend geweest voor het Vlaamse cultuur- en bibliotheekbeleid.

Hoe kijken jullie verder naar evoluties in de bibliotheeksector?

Miet: Ik vind dat de slinger misschien wat te ver doorgeslagen is met al de verantwoordelijkheden af te schuiven op de lokale besturen. Soms kunnen gemeenten dat goed aan, maar bij andere (kleinere) gemeenten is er niet altijd voldoende inzicht. Bepaalde zaken moeten op een hoger niveau gestimuleerd worden, zoals de aanpak van de dalende taalontwikkeling in Vlaanderen. Dat moet Vlaanderen op korte termijn aanpakken door die rol proactief aan de bibliotheken door te spelen. De bibliotheeksector voelt zo’n maatschappelijke evoluties snel aan – door het directe contact met de burgers – en wil er snel op inspelen, maar het beleid volgt niet altijd. Daarom zou ik tegen beleidsmakers willen zeggen om beter te kijken naar wat er in bibliotheken gebeurt en dat te volgen of stimuleren.

Martine: Het landschap zal de komende jaren sterk veranderen,bijvoorbeeld door de toename van gedeeld gebruik en het samenbrengen van verschillende werkingen uit het erfgoedveld en het sociaal-culturele veld. Ook gemeentelijke fusies komen er nu op grote schaal aan en dat zal ook een enorme impact hebben op de verschijningsvorm van bibliotheken. Hopelijk brengt dat opnieuw het debat op gang van wat een bibliotheek moet zijn en welke opdracht die heeft.

Miet: Door het Bibliotheekdecreet is de sector een heel fijnmazig netwerk geworden. Nu moeten we zorgen dat de mazen in het net niet te groot worden, de nabijheid blijft heel belangrijk. Niet enkel de grote steden moeten een sterk netwerk en een sterke werking hebben, maar ook de kleinere gemeenten. We moeten daarover blijven waken, hierop vanuit alle sectoren blijven hameren en de nieuwe rollen van bibliotheken erkennen.

IMPORTANT

Martine, jij vervangt Miet als bestuurslid van de VVBAD. Wat hoop je bij te dragen?

Martine: Miet heeft hier altijd het belang van onderstreept. Het is en blijft belangrijk dat er genoeg mensen zijn die zich inzetten voor de sector en de sectorale ontwikkelingen op de voet volgen. Ik hoop dat ik kan bijdragen op het vlak van de erkenning van de maatschappelijke waarde en de rol van bibliotheken. De verschijningsvorm kan verschillen, maar de impact moet zichtbaar en duurzaam zijn.

Miet: De sterkte van Martine is dat zij die verbinding kan leggen tussen de verschillende soorten bibliotheekwerking, denk maar aan erfgoed. We zetten er in de openbarebibliotheeksector nog te weinig op in om samen te werken met andere sectoren en beleidsgerichte domeinen.

Martine: Doe inderdaad zo weinig mogelijk alleen. Als je iets kunt doen met een partner, dan versterkt dat je maatschappelijk draagvlak. Inspirerende voorbeelden kunnen op dat vlak nieuwe zuurstof geven aan bibliotheken die met hun werking erg geïsoleerd geraakt zijn. Sommige situaties in een aantal gemeenten zijn erg schrijnend; denk maar aan de problemen met de personeelsbezetting, een tekort aan middelen, openingsuren die beknot worden …

Miet: Er zal altijd overlap zijn binnen de sector, maar vul elkaar aan. Dat is veel efficiënter. Onder impuls van VVBAD-voorzitter Kevin Linsingh zet de VVBAD in op de bredere informatiesector en dat is belangrijk om de sector open te trekken.

Miet, zijn er zaken in je carrière waar je best trots op bent?

Miet: Ik vind het fijn dat je op een bepaald moment de keuze kunt maken om echt in te zetten op een bepaald project of een bepaalde doelgroep. Ik heb zo heel leuke dingen mogen doen, zoals het project De Wondere Pluim, waarbij kinderen een verhaal schrijven over een bepaald onderwerp. Dat ging niet over correct taalgebruik, maar gewoon over kinderen (ook met een migratieachtergrond) de kans geven om een verhaal te vertellen. Het is mooi om te zien hoeveel impact het heeft als je kinderen bewust met taal, verhalen en lezen laat omgaan. Het is de impact van de kleine zaken waar ik het meest trots op ben!

Martine: Ik kan dat alleen maar onderschrijven. Er is in de bestaansjaren van SBH een heel mooie, fantastische werking uitgebouwd.

IMPORTANT

Heb je tips voor collega’s uit de sector?

Miet: Een tip die ik wil meegeven is om altijd een plan B en C te hebben. Als het bestuur niet akkoord gaat met plan A, zorg er dan voor dat je meteen een plan B op tafel kunt leggen. Op een gegeven moment lag de grondige vernieuwing van alle filialen op tafel, maar door de crisis in 2008 werd dat plan van tafel geveegd. Omdat we geen filialen konden vernieuwen, hebben we een bibliotheektruck in het leven geroepen – wat ook een fikse besparing was. Dat om te vermijden dat we achteruitgingen of onaangepast waren aan de tijd en noden op dat moment.

Je moet je beleidsmakers perspectief kunnen geven. Zo zagen ze dat die bibliotheektruck een effectief middel was om in de scholen binnen te raken, want die connectie transformeerde uiteindelijk tot Bib op School. Je moet continu aanvoelen wat er kan en wat er leeft, om dan daaruit het beste te halen. Dat is in Hasselt vrij goed gelukt, mede dankzij de twee bibliotheken die elkaar konden aanvullen.

Ik heb nooit op de voorgrond willen staan, maar ik vind wel dat je vernieuwing moet steunen, ook al ga je niet honderd procent akkoord. Ik heb projecten waar ik persoonlijk niet achter stond toch gesteund, omdat dat nu eenmaal een kans was. En als er zich een kans voordoet, dan moet je die gewoon grijpen en steunen – ook al is het niet de béste oplossing. In zo’n geval ga je maar voor de tweede beste oplossing. Dat is altijd mijn instinct geweest: steun wat kan en wat het geheel dient, want dat is belangrijk!

Martine: Miet heeft dat bijzonder goed gedaan. We hadden ooit de mooiste bibliotheektruck van de Lage Landen en nu is er Bib op School. En dan mogen we Miet haar inzet voor de sector, in zowel Limburg als Vlaanderen, zeker niet vergeten!

IMPORTANT

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be