Wie op de website van het Rijksarchief naar deze collectie op zoek gaat, zal echter moeite hebben de charters boven water te krijgen. Dat heeft te maken met de complexe verhuisgeschiedenis van het archief. De huidige ordening in vier artificiële delen is het gevolg van omzwervingen vanaf de zestiende eeuw langs onder meer Rupelmonde, Rijsel, Parijs, Wenen, Brussel en Gent. Aan het einde van het ancien régime werden heel wat archieven van het oude graafschap bewaard in Gent bij de Raad van Vlaanderen, het hoogste justitiecollege van het graafschap. Rond het midden van de negentiende eeuw werden pogingen ondernomen om de stukken overzichtelijk bij elkaar te brengen. Van een geïntegreerde aanpak was evenwel geen sprake. Drie delen zijn vernoemd naar hun inventarisator: het fonds Saint-Genois (1843-1846), het fonds Gaillard (1854- 1855) en het chronologisch supplement Wyffels (1958). Het vierde deel is het Oostenrijks fonds (1853), vernoemd naar het gegeven dat deze stukken een tijd in Oostenrijk verbleven en pas rond 1900-1902 terugkeerden naar België.
Het archievenoverzicht op de website van het Rijksarchief vermeldt deze inventarissen wel, maar slechts één ervan (het chronologisch supplement Wyffels) kan daar al geraadpleegd worden. De Belgische taalwetgeving schrijft namelijk voor dat de overheid communiceert in de taal van het gewest. In Oost-Vlaanderen zou dat in het Nederlands moeten zijn, terwijl de negentiende-eeuwse inventarissen opgesteld zijn in het Frans. Wie die toegangen toch online wil consulteren, kan voorlopig terecht bij Google Books. Beide elementen, namelijk het fragmentarische karakter van en de taal waarmee de huidige fondsen beschreven zijn, vormen een deel van de uitdaging van het REIGN-project.
Conserveren en digitaliseren
In de aanloop naar het REIGN-project was een bijzondere rol weggelegd voor het Fonds Baillet Latour. Deze non-profitorganisatie verstrekt subsidies aan culturele en maatschappelijke initiatieven. Dankzij de financiële ondersteuning van dit fonds heeft het Rijksarchief de afgelopen jaren de Gentse Trésor de Flandre laten reinigen, vlakken, restaureren en herverpakken. Dat laatste was zeker geen overbodige luxe: tot dan werden veel charters nog in gevouwen toestand bewaard in klassieke blikken of kartonnen charterdozen, maar ook in provisorische middelen die toevallig het passende formaat hadden, zoals sigarendozen of zelfs verpakking van tl-verlichting.