De inspirerende uitdagingen van een eeuwenoud archief

META Nummer 2024/3

De inspirerende uitdagingen van een eeuwenoud archief

Geschreven door Hanno de Vries, Joke Verfaillie, Annelies Somers, Tineke Van Gassen
Gepubliceerd op 30.04.2024
IMPORTANT
Gerestaureerd charter uit 1435 op maat verpakt. Rijksarchief Gent, Chronologisch Supplement Wyffels, nr. 695.

Charters zijn wellicht dé klassieke archieven bij uitstek. Door hun ouderdom en hun herkenbare materiële vorm spreken ze tot de verbeelding van een groot publiek. Toch slagen archieven er niet altijd in om een ruimere kring van onderzoekers en geïnteresseerden een hedendaagse weg te wijzen naar de chartercollecties. Het Rijksarchief Gent wil hier graag verandering in brengen via het REIGN-project dat in 2023 van start ging. Daarin staan de Gentse collecties charters van de graven en gravinnen van Vlaanderen centraal.

Het archief van de graven en gravinnen van Vlaanderen staat bekend als de Trésor de Flandre: de tresorie of oorkondenschat van Vlaanderen. Met meer dan 4000 documenten in het Gentse depot (jaren 1086-1559) is het ook letterlijk een schat voor liefhebbers van de middeleeuwen en vroegmoderne tijd. De collectie bevat echter heel wat meer documenttypes dan enkel charters en is relevant voor een ruimer geografisch gebied dan het oude graafschap Vlaanderen. De stukken bevatten waardevolle informatie over gebieden waar de Vlaamse graven en gravinnen om politieke, economische of dynastieke redenen mee in contact stonden.

IMPORTANT
De oude verpakking van een zegel in een sigarenkistje. Rijksarchief Gent.

Wie op de website van het Rijksarchief naar deze collectie op zoek gaat, zal echter moeite hebben de charters boven water te krijgen. Dat heeft te maken met de complexe verhuisgeschiedenis van het archief. De huidige ordening in vier artificiële delen is het gevolg van omzwervingen vanaf de zestiende eeuw langs onder meer Rupelmonde, Rijsel, Parijs, Wenen, Brussel en Gent. Aan het einde van het ancien régime werden heel wat archieven van het oude graafschap bewaard in Gent bij de Raad van Vlaanderen, het hoogste justitiecollege van het graafschap. Rond het midden van de negentiende eeuw werden pogingen ondernomen om de stukken overzichtelijk bij elkaar te brengen. Van een geïntegreerde aanpak was evenwel geen sprake. Drie delen zijn vernoemd naar hun inventarisator: het fonds Saint-Genois (1843-1846), het fonds Gaillard (1854- 1855) en het chronologisch supplement Wyffels (1958). Het vierde deel is het Oostenrijks fonds (1853), vernoemd naar het gegeven dat deze stukken een tijd in Oostenrijk verbleven en pas rond 1900-1902 terugkeerden naar België.

Het archievenoverzicht op de website van het Rijksarchief vermeldt deze inventarissen wel, maar slechts één ervan (het chronologisch supplement Wyffels) kan daar al geraadpleegd worden. De Belgische taalwetgeving schrijft namelijk voor dat de overheid communiceert in de taal van het gewest. In Oost-Vlaanderen zou dat in het Nederlands moeten zijn, terwijl de negentiende-eeuwse inventarissen opgesteld zijn in het Frans. Wie die toegangen toch online wil consulteren, kan voorlopig terecht bij Google Books. Beide elementen, namelijk het fragmentarische karakter van en de taal waarmee de huidige fondsen beschreven zijn, vormen een deel van de uitdaging van het REIGN-project.

Conserveren en digitaliseren

In de aanloop naar het REIGN-project was een bijzondere rol weggelegd voor het Fonds Baillet Latour. Deze non-profitorganisatie verstrekt subsidies aan culturele en maatschappelijke initiatieven. Dankzij de financiële ondersteuning van dit fonds heeft het Rijksarchief de afgelopen jaren de Gentse Trésor de Flandre laten reinigen, vlakken, restaureren en herverpakken. Dat laatste was zeker geen overbodige luxe: tot dan werden veel charters nog in gevouwen toestand bewaard in klassieke blikken of kartonnen charterdozen, maar ook in provisorische middelen die toevallig het passende formaat hadden, zoals sigarendozen of zelfs verpakking van tl-verlichting.

IMPORTANT
Oude verpakking van charters. Rijksarchief Gent.

De restauratie- en conserveringswerkzaamheden werden uitgevoerd door de Nederlandse firma Van Waarde in de jaren 2019-2021. Geïnteresseerden konden het wedervaren van ‘de Gentse charters op reis’ volgen via nieuwsberichten en verslagen op de website en Facebookpagina van het Rijksarchief. Vanwege de diverse formaten was de herverpakking echt maatwerk. De omvang van het archief nam er spectaculair door toe: van een compacte 23 lopende meter naar bijna het dubbele (40,8 meter) voor het fonds Saint-Genois. Uiteraard was wat extra depotruimte slechts een kleine opoffering voor de duurzame bewaring van deze topstukken.

De restauratie en herverpakking vormde voor het Gentse Rijksarchief meteen de aanleiding om een grondig recollement van het bestand uit te voeren: een volledige controle waarbij de heridentificatie en de materiële staat van alle charters in beeld gebracht werd. Daarbij werden ook andere bijzonderheden geregistreerd, zoals dorsale aantekeningen, die in de regel niet in klassieke archieftoegangen vermeld worden. Daarnaast werd de chartercollectie volledig gedigitaliseerd in het atelier van het Algemeen Rijksarchief in Brussel.

Hiermee is de tijd aangebroken voor de volgende stap: het opstellen van nieuwe, uniforme beschrijvingen voor de charters, en het op een toegankelijke wijze presenteren van de beelden aan de gebruikers. Het REIGN-project ambieert een goede en hedendaagse ontsluiting van deze vier deelcollecties van de graven en gravinnen van Vlaanderen.

Ontsluiten met oog voor context en inclusiviteit 

De huidige toegangen tot de deelcollecties weerspiegelen de bewogen geschiedenis die de chartercollectie doorgemaakt heeft. Drie van de vier inventarissen dateren uit een tijd waarin de archiefwetenschap nog in de kinderschoenen stond. Het is dan ook niet verwonderlijk dat naar huidige maatstaven een en ander valt aan te merken op hun kwaliteit.

IMPORTANT
Gerestaureerd charter uit 1288 op maat verpakt (detailopname zegel). Rijksarchief Gent, Fonds Gaillard, nr. 712-713.

Allereerst is de afbakening van de vier fondsen tamelijk arbitrair. Historicus en archivaris Jules de Saint-Genois vatte als eerste het werk aan en richtte zich voornamelijk op de politieke oorkonden. Een decennium later identificeerde Victor Gaillard de grafelijke herkomst van heel wat stukken van eerder financiële, juridische en administratieve aard. De beschrijvingen in de inventarissen zijn van wisselende kwaliteit en variëren van rudimentair tot zeer uitvoerig. Dikwijls vormen die laatste een regestenlijst, dat wil zeggen een chronologisch geordende opsomming van de rechtshandelingen die in de afzonderlijke charters vastgelegd zijn. Dat is overigens niet zo bijzonder: ook in Nederland werden chartercollecties lange tijd zo beschreven. Deze methodiek verhoudt zich slecht tot de principes en inzichten van de moderne archivistiek, die sinds het einde van de negentiende eeuw gemeengoed geworden zijn. De Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven van Muller, Feith en Fruin uit 1898 leert ons dat naast inhoud ook andere aspecten vermeld dienen te worden, zoals de functie van het document, de context van zijn creatie in relatie tot het handelen van de archiefvormer en de samenhang met andere bestanddelen binnen het archief.

Recenter is de aandacht voor gender en inclusiviteit. Ook in dat opzicht ademen de vier bestaande toegangen de geest van hun tijd. Er wordt bijvoorbeeld consequent gesproken over comtes de Flandre, terwijl er talloze comtesses optreden in de documenten. Toen de geschiedschrijving zich nog beperkte tot hoofdzakelijk politieke en militaire gebeurtenissen, werd dat niet als een probleem ervaren. De opkomst van de sociale geschiedenis genereerde meer aandacht voor bijkomende vormen van machtsuitoefening en met name voor de rol van de vrouw op tal van maatschappelijke terreinen.

IMPORTANT
Gerestaureerd charter uit 1435 op maat verpakt. Rijksarchief Gent, Chronologisch Supplement Wyffels, nr. 695.

Relevant in dat opzicht is het Gender Equality Plan van het Rijksarchief, dat in 2023 opgesteld werd en dat onder andere de integratie van de genderdimensie in onderzoeksprojecten aanmoedigt. Het eerste gevolg hiervan is nu al zichtbaar: het archief van de graven werd omgedoopt tot het ‘archief van de graven en gravinnen van Vlaanderen’. De uitgangspunten van het Gender Equality Plan worden ook toegepast bij het inventariseren van archieven. Bij de nieuwe beschrijvingen van de Trésor de Flandre zal de rol van vrouwelijke actoren benoemd worden binnen het grafelijk bestuursapparaat, net zoals dat voor mannelijke actoren gebeurt. Er waren diverse rollen waarin vrouwen konden optreden: als oorkonder, als getuige, als (mede)zegelaar, vanuit hun rol als echtgenote, moeder of regentes voor een minderjarige troonopvolger. De manier waarop archieven benoemd en toegankelijk gemaakt worden, beïnvloedt de blik van onderzoekers en is dus belangrijk om tot een breder, correcter en genuanceerd beeld te komen over de middeleeuwse samenleving.

Onderzoeken en beschrijven

De beschikbaarheid van de kwalitatieve digitale beelden en de vaststelling dat voor een goede, hedendaagse toegankelijkheid meer nodig is dan een simpele vertaling van de oude inventarissen, hebben geleid tot het REIGN-project. Het project wordt gefinancierd door BRAIN-be 2.0 (een programma van de federale overheid voor wetenschappelijk onderzoek), is in 2023 van start gegaan en heeft een looptijd van vier jaar. Vanuit Nederlands perspectief is dat opmerkelijk, omdat archiefdiensten daar niet gezien worden als onderzoeksinstituten. In België behoort het Rijksarchief tot de federale wetenschappelijke instellingen. Dat impliceert dat naast onder meer verwerven, bewaren, valoriseren en ontsluiten van archieven, de instelling ook de opdracht heeft om zelf onderzoek uit te voeren en hierover te publiceren. De afstand tussen de academische wereld en de archiefsector is bijgevolg kleiner dan in Nederland. 

Zo is het REIGN-project niet enkel gericht op het verbeteren van de toegankelijkheid, maar ook op het vergaren van inzichten over het archief. Het REIGN-project wil een actieve bijdrage leveren aan de kennis van het bestuur van het graafschap Vlaanderen. Men richt zich daarbij met name op archiefvorming en eigentijdse inzichten over de organisatie van het archief. Het project situeert zich op het snijvlak van archivistiek en geschiedwetenschap

IMPORTANT
Tijdlijn met verhuisbewegingen en actuele verspreiding van de grafelijke oorkondencollectie.

Wat betekent dat concreet? Om met de archivistiek te beginnen: zoals eerder vermeld, worden alle documenten opnieuw beschreven naar hedendaagse normen. De blauwdruk hiervoor wordt ontwikkeld in een steekproef van tweehonderd documenten – vijf procent van het totale bestand – waarbij de bestaande beschrijvingen tegen het licht gehouden worden en verbeterpunten in kaart gebracht worden. Die betreffen naast de hierboven genoemde aspecten over context en gender ook kwesties zoals standaardisatie en de nuance van vaktermen (bijvoorbeeld de generieke term ‘akte’ tegenover de specifieke term ‘schepenbrief’). De ingrediënten voor de nieuwe beschrijvingen worden niet alleen ontleend aan de bestaande vier inventarissen en de analyse van de stukken, maar ook aan de studie van de oude orde. Dat laatste wordt gehaald uit vormkenmerken, dorsale aantekeningen en overzichten die in de voorbije eeuwen door verschillende instanties in hun hoedanigheid als beheerder van (delen van) het archief opgesteld werden. Daarmee betreden we het terrein van de historische wetenschappen.

Multidimensionaal presenteren

Hiervoor kwam al aan bod dat de charters in de bestaande vier toegangen niet in hun context beschreven worden, maar eerder in eendimensionale lijsten van stukken (‘platte inventarissen’). In zo’n geval is het verleidelijk om de bestaande indeling in vier afzonderlijke fondsen op te heffen en ze te vervangen door één geïntegreerd fonds met een logische structuur volgens vorm en inhoud. Dat zou betekenen dat de stukken omgenummerd moeten worden én dat een concordans vervaardigd moet worden om de bruikbaarheid van bestaande verwijzingen in wetenschappelijke publicaties niet te verliezen. Hiervan is echter om verschillende redenen afgezien. Onderzoekers zijn inmiddels gewend aan de bestaande indeling en het werken met concordansen wordt ervaren als omslachtig. Dankzij moderne technologieën zijn er uitstekende alternatieven beschikbaar, die ons bovendien dichter bij de context van creatie brengen dan de klassieke inventaris met zijn achteraf bedachte structuur.

IMPORTANT
Schematische voorstelling van de belangrijkste linked data op stukniveau: RiC-CM toegepast op Rijksarchief Gent, Fonds Saint-Genois, nr. 1319.

In de middeleeuwen werden de charters bewaard in speciale charterkoffers en kasten waarin ze thematisch ingedeeld werden. Stukken met betrekking tot hetzelfde thema of dezelfde correspondent werden bij elkaar in dezelfde lade bewaard. De inhoud van elke lade is beschreven in eigentijdse inventarissen die de graven en gravinnen van Vlaanderen van hun archief lieten maken. Het oudste exemplaar – enkele oudere fragmenten buiten beschouwing gelaten – dateert uit 1388 voor het deel van de grafelijke oorkondenschat dat in Rupelmonde bewaard werd. Opmerkelijk daarin zijn de vele symbolen en merktekens die aan lades toegekend werden. In de daaropvolgende eeuwen werden verschillende kopieën met aanvullingen, correcties en nieuwe inventarissen opgesteld, die de groei en de evolutie van de oorkondenschat weergeven. Vanuit archiefhistorisch perspectief is het interessant om na te gaan hoe die beschrijvingen corresponderen met de dorsalen op de stukken zelf. Op veel stukken zijn bovendien verschillende van die aantekeningen aan te treffen: inhoudelijke notities, cijfers, hier en daar een symbool en uiteraard sporen van nummers en stempels die getuigenis afleggen van achttiende- en negentiende-eeuwse archiefingrepen.

Archivarissen staan hier voor het dilemma welke ordening ze moeten kiezen. Volgen ze een van de oude ordeningen, die wellicht nooit voor het archief in zijn totaliteit gegolden heeft? Of ontwerpen ze iets nieuws? Het Rijksarchief Gent heeft besloten géén keuze te maken. Alle dorsale aantekeningen worden opgenomen in de beschrijving van de charters. Er wordt onderzocht in welke mate de beschrijvingen uit de eigentijdse inventarissen gekoppeld kunnen worden aan de overgeleverde charters in de collectie vandaag. Zo krijgen we inzicht in de thematische samenhang die door de tijdgenoten in de collectie gezien werd en kunnen we een betere inschatting maken van de omvang en evolutie van de oorkondenschat door de eeuwen heen en wat daar verhoudingsgewijs van overgeleverd is. Bovendien levert het Rijksarchief met dit project een bijdrage aan een jonge wetenschap als archival history, die de inrichting van informatiehuishoudingen en archiefbeheer in het verleden bestudeert.

IMPORTANT
Gerestaureerd charter uit 1297 op maat verpakt (detailopname, chirograaf). Rijksarchief Gent, Fonds Gaillard, nr. 744.

Om deze ontstaans- en beheerscontext in kaart te brengen en te bekijken hoe die geïntegreerd kan worden in de nieuwe beschrijvingen, onderzoekt het REIGN-project de mogelijkheden die de nieuwe archiefstandaard Records in Contexts – Conceptual Model (RiC-CM) biedt. Deze nieuwe, vooralsnog hoofdzakelijk theoretische standaard werd ontwikkeld door de International Council on Archives (ICA) tussen 2012 en 2016. Een eerste versie werd gelanceerd in 2021. Het model ambieert de integratie en harmonisatie van eerdere standaarden voor archiefbeschrijvingen, archiefvormers en functies, met sterke nadruk op de context waarin entities (te beschrijven via verschillende attributes) zich in diverse relations tot elkaar kunnen verhouden. Het REIGN-project zal met name voor de noties van archiefvormer en oude ordeningen onderzoeken hoe RiC-CM toegepast kan worden. Een digitale inventaris waarin de beelden gekoppeld zijn aan een multidimensionale beschrijving van de stukken is daarbij de vooropgestelde doelstelling. Informatie over archiefvormers en context zal op stukniveau gepresenteerd worden, in tegenstelling tot de klassieke, hiërarchisch gestructureerde inventaris waarin dergelijke informatie in de inleiding terug te vinden is. Het REIGN-project vormt als dusdanig een testcasus van hoe en op welke wijze de RiC-CM-principes te implementeren zijn bij het beschrijven van een chartercollectie.

Balans

Het project staat momenteel nog aan het begin en te verwachten is dat de grote resultaten pas de komende jaren zichtbaar zullen worden. Geïnteresseerden kunnen zich abonneren op de nieuwsbrief van het Algemeen Rijksarchief waarin regelmatig over het REIGN-project bericht wordt of bekijk de projectblog: reign-project.blog.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be