Bijna dertig jaar de boerenstiel in beeld, dat is de erfenis van het televisiemonument Voor boer en tuinder, uitgezonden van 1959 tot 1988 door de publieke omroep. In al die jaren betraden de camera’s van het programma menig boerenerf, en (voor het eerst!) verschenen boeren uit alle hoeken van Vlaanderen voor de microfoon om hun verhaal te doen of hun mening te uiten. Een unieke getuige dus van een periode waarin de landbouwsector een ongeziene transformatie doormaakte. Al die tijd bewaard in het archief van VRT en nu volop ontsloten dankzij het erfgoedproject Boeren op de buis, waarbij het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) en VRT samen met een ruim netwerk van partners aan de kar trokken om dit audiovisueel erfgoed opnieuw in de kijker te plaatsen.
Op 4 oktober 1959 zond de openbare omroep de allereerste Voor boer en tuinder uit. Er was al het Internationale Landbouwmagazine dat landbouwreportages van over heel de wereld vertoonde, maar Hein Nackaerts, werknemer bij Boerenbond, zag dat er grote nood was aan een eigen landbouwmagazine afgestemd op de landbouw in Vlaanderen. Naar analogie van diverse openbare omroepen in Europa, waaronder de BBC, zag Voor boer en tuinder in 1959 het levenslicht, dankzij een samenwerking tussen Boerenbond en de toenmalige BRT.
Hein Nackaerts stond in voor de regie tot 1978 en vormde een gouden trio met presentator Arthur ‘Tuur’ Tollenaere en cameraman Ernst Vantomme. Het drietal betrad boerenerven over heel Vlaanderen, om zo de laatste actualiteiten en de nieuwste ontwikkelingen in de sector te bespreken en in beeld te brengen. Het programma kon rekenen op een trouw kijkerspubliek. Niet alleen boeren en tuinders zaten om de twee weken op zondagnamiddag voor hun televisiescherm. Het programma over het boerenleven en het platteland boeide ook ‘de gewone mens’ en stedelingen. Het programma was in die beginjaren vooral een studioprogramma met presentator, gasten en opgenomen reportages.
Naast ‘levenskunst’ wilde men boeren ook nieuwe en technische inzichten meegeven. Op het moment dat Voor boer en tuinder voor het eerst op televisie kwam, had de gemiddelde Belgische boer enkele koeien en een klein lapje grond om voor zichzelf te produceren. In die zin was het programma een belangrijk medium om de boeren ervan te overtuigen om te investeren en mee op de kar van de modernisering te springen.
Er werden regelmatig prijskampen en zelfs modeshows georganiseerd in de studio. Hoewel de live-uitzendingen niet meer bewaard zijn, vinden we in het fotoarchief van VRT studiofoto’s uit die periode terug. Aanvullend geven de scripts uit die periode ons inzicht in hoe het programma er toen uitzag. Gelukkig zijn de meeste reportages uit die periode wel bewaard gebleven. Later evolueerde het programma naar een volledig afgewerkt programma met een opgenomen presentatie ergens te velde, waardoor het studiogedeelte zo goed als verdween.
Het programma was maar liefst 29 jaar lang op de buis en onderging vanzelfsprekend heel wat veranderingen. Zo maakte het in 1972 de overstap van zwart-wit- naar kleurentelevisie en ook het team achter het programma veranderde na verloop van tijd. Na bijna 20 jaar gaven pioniers Arthur Tollenaere en Hein Nackaerts de fakkel door aan een nieuwe ploeg. De presentatie kwam in 1978 in handen van André Smout. Hij was op dat moment hoofd van de pr-dienst van Boerenbond en bleef tot 1983 het gezicht van het programma. Dirk Everaert werd de nieuwe regisseur
De thematische verbreding van het programma werd met die wissel versneld doorgevoerd. Weg van de puur schoolse voorlichting kwam er meer aandacht voor het platteland in ruime zin, ontspanning en human interest. Voor boer en tuinder evolueerde qua klemtoon in die periode naar ‘Over boer en tuinder’. De stuurgroep, met afgevaardigden uit alle geledingen van de landbouwsector, bepaalde vanaf dan steeds meer de inhoud van het programma. Na André Smout volgde Wittie Beks hem gedurende een jaar op als presentator. Daarna was de jonge Paul D’Hoore aan de beurt om het programma te presenteren. Dat deed hij tot het programma eindigde in 1988. De zoektocht naar nieuwe formules samen met het veranderende medialandschap en de start van VTM leidden ertoe dat na 29 jaar het doek viel over dit iconische programma bij de publieke omroep. Het materiaal van de 485 afleveringen bleef al die tijd bewaard in het VRT-archief.
Dertig jaar lang capteerde Voor boer en tuinder een van de meest diepgaande transformaties die de landbouwsector gekend heeft. Het is een uniek tijdsdocument met een bijzondere erfgoedwaarde en eindeloos veel potentieel om mee aan de slag te gaan: van het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek tot musea, of als historische achtergrond voor verschillende hedendaagse problematieken. Redenen genoeg dus voor VRT en CAG om de handen in elkaar te slaan en samen een project in te dienen in het kader van de oproep ‘Inhaalbeweging digitale collectieregistratie’ van minister van Cultuur Jan Jambon, gefinancierd met Europees relancegeld.
Het project bracht een ruim en divers partnernetwerk uit de erfgoedsector samen, met organisaties die elk op hun beurt hun expertise en netwerk konden inzetten. Musea (’t Grom, Dru!f Overijse, Fruitbelevingscentrum Stroopfabriek Borgloon, Lochristi Sierteeltmuseum en Collectie Bulskampveld) en (audiovisuele) archieven (CINEMATEK, KADOC-KU Leuven en VRT), maar ook instellingen uit de landbouwsector (Agentschap Landbouw en Zeevisserij, Boerenbond, Landelijke Gilden en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO)) waren betrokken partijen. Het project liep van januari 2022 tot december 2023. Een paar jaar geleden kon VRT de registratie van alle films afronden, zodat er een overzicht was van alles wat er in de filmkelder bewaard werd. Van de 485 afleveringen van Voor boer en tuinder waren er 234 nog niet gedigitaliseerd. Kathleen Bertrem trok vanuit VRT aan de kar van Boeren op de buis, het project dat daarvoor zou zorgen: “Omdat we in een tijdspanne van twee jaar misschien niet alles zouden kunnen renoveren en digitaliseren, maakten we samen met CAG een selectie van honderd films om in dit project te digitaliseren, en beslisten we om spraakherkenning in te zetten. Film digitaliseren vraagt kennis, tijd en middelen. De film moet bijvoorbeeld vooraf gecontroleerd worden. Zijn de filmlassen nog in orde? Als dat niet het geval is, moet elke filmlas vervangen worden. Anders kan de film niet op de scanner gelegd worden.”
Harry De Smedt en Elsy Raemdonck zijn de twee VRT-collega’s die alle afleveringen van Voor boer en tuinder door hun handen lieten gaan. Harry: “Een voor een controleerden we de honderd geselecteerde films. Eigenlijk hebben we maar een aantal films gezien waarvan de lassen compleet opgedroogd waren. Maar de meeste afleveringen waren dankzij de goede bewaring in feite nog wel in erg goede staat.” Die goede staat van de film bood opportuniteiten. Elsy: “De geselecteerde afleveringen waren sneller klaar (digitaal) dan verwacht. Er was dus nog speelruimte om een blik te werpen op de niet-geselecteerde afleveringen. Dat waren meestal korte reportages en geen afleveringen van bijvoorbeeld een halfuur. Die combinatie van factoren zorgde er uiteindelijk voor dat we beslisten om ook de resterende reportages mee op te nemen in het project. Dat was voor ieder van ons een meevaller.”
Voor het project werd Lore Van Humbeeck als projectmedewerker bij CAG aangeworven. “Voor mij was het nieuwe materie, maar ik kon steunen op de uitgebreide expertise die over het onderwerp aanwezig is bij CAG. Bovendien had CAG met Cinema Rural net een internationaal project afgerond over landbouwfilms. Ik moest dus zeker niet van nul beginnen.” Lore had als taak om het project uit te voeren en de basis daarvoor lag in het bekijken en gedetailleerd beschrijven van de afleveringen. “Alle afleveringen bekijken en beschrijven was een titanenwerk”, zegt Lore. “Voor CAG was het vooral belangrijk dat de beschrijvingen gedetailleerd genoeg waren en vooral dat ze genoeg aandacht hadden voor de verschillende landbouwkundige aspecten en details. Op die manier kunnen we maximaal inzetten op toekomstig hergebruik van de beelden.”
Na de import van alle nieuwe digitale afleveringen en reportages in het Media Asset Management System (MAM) paste het VRT-archief spraakherkenning toe. Dat legt een extra laag op de content en maakt research nog gemakkelijker.
Hein Nackaerts was van 1959 tot 1978 betrokken bij het programma en hield in die jaren een bijzonder waardevol papieren archief bij. Dat archief is bewaard bij KADOC-KU Leuven binnen het Boerenbondarchief. Omdat het een bijzonder waardevol archief is met een schat aan informatie over het ontstaan en de begindagen van het programma, werd er in samenspraak met KADOC voor gekozen om dat hele archief te digitaliseren. Na het inscannen, koppelden we vervolgens de 352 archiefmappen aan hun respectievelijke aflevering in de Cinema Rural-filmdatabank van CAG. Zo kan de bezoeker meteen het bijbehorende archief digitaal raadplegen. Papieren bronnen uit de periode na 1978 vonden we in het archief van VRT. Daar werden 108 scripts gedigitaliseerd. Ook die scans koppelden we daarna aan de betreffende aflevering in onze databank
“De informatie die we terugvonden in de papieren archieven ging over de dagelijkse werking van de productieploeg en het tot stand komen van de afleveringen. Dat is van onschatbare waarde om de doelstellingen en strategieën van het programma in het juiste historische kader te begrijpen”, zegt Sven Lefèvre, stafmedewerker bij CAG. “De status van het programma binnen de landbouwgemeenschap in die tijd kan moeilijk overschat worden. Daarom hebben we tijdens het project negen personen geïnterviewd die op de een of andere manier betrokken geweest zijn bij het programma. Zo kregen we inzicht in het belang van de interpersoonlijke relaties, maar vernamen we ook sappige en levendige anekdotes die bij het maken van zo’n programma komen kijken.”
Van bij het begin van het project was het expliciet de bedoeling om participatief te werk te gaan met dit audiovisuele erfgoed. Door de contacten met de landbouwgemeenschap wisten we dat Voor boer en tuinder vandaag nog steeds een prominente plek heeft in de herinnering van velen. Samen met de museale partners van het project organiseerde CAG daarom participatieve kijksessies. Op uitnodiging kwamen kleine groepjes van oudere landbouwers (m/v) samen om onder begeleiding naar fragmenten van Voor boer en tuinder te kijken.
Verspreid over de vijf provincies organiseerde CAG vijf sessies, elk met een eigen thematische focus naargelang de klemtoon van het inrichtende museum. Tijdens de workshop in het Fruitbelevingscentrum in Borgloon bespraken de deelnemers vooral de afleveringen rond fruitteelt, en in ’t Grom vooral die rond de groenteteelt. CAG peilde naar hun eigen herinneringen aan het programma en of de deelnemers al dan niet zelf keken. Deze methodologie had bijkomende voordelen. “Tijdens de sessies werden heel wat mensen of locaties uit de aflevering herkend, wat waardevolle informatie opleverde voor de beschrijvingen van de afleveringen”, zo blikt Lore Van Humbeeck terug. “We merkten dat de fragmenten vaak goede gespreksstarters waren voor groepsgesprekken over de eigen ervaringen en herinneringen. Zo ontdekten we dat dit audiovisuele erfgoed erg compatibel was om aan mondelinge geschiedenis te doen.”
Verschillende landbouwers in de participatieve sessies benadrukten dat het programma goed illustreert hoe de landbouwsector gedurende de decennia aan een hoog tempo getransformeerd is. Ze konden alleen maar concluderen dat dit beeldmateriaal vandaag een belangrijke historische waarde heeft en dat de consulteerbaarheid ervan zeer wenselijk is.
Uiteraard vind je alle beschrijvingen van Voor boer en tuinder bij VRT. En alles wat bij VRT bewaard wordt, stroomt ook door naar hetarchief.be van meemoo. Zo kan het brede publiek grasduinen in de content van VRT. Dankzij de samenwerking met CAG zijn de metadata verrijkt met landbouwgerelateerde termen en namen van boeren en locaties waar opnames plaatsvonden. Alle informatie is eveneens beschikbaar in de Cinema Rural-filmdatabank van CAG. Die databank fungeert als een hub waar alle gegevens samenkomen en onderling tussen verschillende partners uitgewisseld kunnen worden. CAG maakt gebruik van EBUcore-XML om de gegevens uit te wisselen. Zo is er bijvoorbeeld ook een uitwisseling met de databank van de European Rural History Film Association (ruralfilms.eu) waar de gegevens van historisch bewegend beeld over landbouw uit verschillende Europese landen verzameld worden.
Naar analogie met het subsidiereglement werkte Diantha Osseweijer, stafmedewerker digitalisering en erfgoedbank bij CAG, tijdens verschillende workshops onder de begeleiding van meemoo en LIBIS ook een use case uit op basis van het metadatamodel van de bestaande CAG-filmdatabank en de nieuwe OSLOstandaard (Open Standaarden voor Linkende Organisaties) van de Vlaamse overheid. De workshops waren erop gericht om toe te werken naar een bruikbare OSLO-modellering van de metadata in de CAG-filmdatabank. Omdat het datamodel van de CAGfilmdatabank gericht is op bewegend beeldmateriaal en niet op museale objecten, kwamen er op semantisch niveau problemen naar voren. Deze hindernissen werden gedocumenteerd en doorgegeven aan het Departement Cultuur, Jeugd en Media om zo verder te bouwen aan het verbeteren van de OSLO-standaard. In de praktijk zal CAG in zijn filmdatabank voor de uitwisseling van metadata verder werken met EBUcore.
Audiovisueel erfgoed verbindt, dat is duidelijk. Een brede waaier aan mensen en organisaties werkte gedurende het project op verschillende vlakken samen. Zonder hen zou het project nooit zijn volledige potentieel hebben kunnen bereiken. Om iedereen die op een of andere manier deel uitmaakte van het project te bedanken, organiseerden CAG en VRT samen met ILVO een wervelend slotevenement in de perszaal van VRT.
VRT NWS-journaliste Hilde Mertens – kwamen de belangrijkste facetten van het project aan bod, aangevuld met de ervaringen en verhalen van oud-medewerkers, en het belang en potentieel van dit audiovisueel erfgoed voor zowel de landbouwsector als de erfgoedpartners van het project. Als afsluiter volgde nog een ‘duo-kijksessie’ met minister van Landbouw Jo Brouns en Hanne Van Renterghem (ILVO) over de lessen die de hedendaagse landbouwsector kan trekken uit dit historische beeldmateriaal. In een interview uit Voor boer en tuinder uit 1974 kon minister Brouns zelfs zijn eigen grootvader in beeld zien.
Als klap op de vuurpijl was het slotevenement niet alleen een mooie afsluiter van het project, het was de ideale gelegenheid om aan te kondigen dat een gecureerd aanbod van afleveringen vanaf dan te zien zou zijn via VRT MAX. Dat goede nieuws werd veelvuldig opgepikt door de pers en kon rekenen op heel wat positieve reacties in de landbouwsector en daarbuiten.
Archief op VRT MAX plaatsen gaat niet in een-twee-drie. Archief is archief en vraagt vaak nog programmabewerking in een montagecel. Klank staat soms slechts op één spoor in plaats van twee, het geluidsniveau kan te laag zijn, een begingeneriek ontbreekt, enzovoort. Werk aan de winkel dus, maar het resultaat mag er zijn. Van dertig jaar Voor boer en tuinder vind je nu dertig afleveringen op VRT MAX. Deze selectie maakte VRT samen met CAG.
Vandaag kunnen we besluiten dat de doelen die we twee jaar geleden vooropstelden voor meer dan honderd procent gehaald zijn. Een audiovisuele bron als Voor boer en tuinder kan dankzij dit project een grote bijdrage leveren aan onderzoek, het agrarisch erfgoed en de landbouwsector in het algemeen. Ook land- en tuinbouwscholen zijn geïnteresseerd om dit materiaal in te kunnen kijken en als lesmateriaal te gebruiken. Daarom werken VRT en CAG nu samen met meemoo om deze collectie via Het Archief voor Onderwijs ook aan hen aan te bieden.
De unieke samenwerking in het project Boeren op de buis zorgde ervoor dat een programma waarvoor ooit een groot deel van de Vlaamse bevolking voor de beeldbuis zat, nu opnieuw uit de archieven kon herrijzen. Dertig jaar later kan het nu opnieuw kijkers op vele vlakken boeien.
Veel kijkplezier!