“Ik is een ander” is een legendarische uitspraak van de Franse dichter Arthur Rimbaud uit 1871. Ze kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, maar zoals ik de quote versta, gaat ze over ontmoeting, de band en ook de spanning tussen het ik en de ander. In dit stuk wil ik nader ingaan op de ontmoetingsfunctie van de openbare bibliotheek.
Menselijk contact
Aan het begin van de zomer vorig jaar had ik op een zonnig terras afgesproken met een medewerker van de bibliotheek waarvan ik voor mijn pensionering bibliothecaris was. Uiteraard spraken we over de huidige werking van de bibliotheek. Er is heel wat veranderd. Een belangrijke vernieuwing is het zelfuitleensysteem en de ermee gepaard gaande uitbreiding van de openingsuren. Daardoor is er aan de balie meestal nog maar één personeelslid aanwezig. “Ik fungeer vooral als menselijk contact”, zei de medewerker. Toen ik hem vroeg wat hij daarmee bedoelde, kwam ik te weten dat hij de nieuwe situatie toch eerder als contactarm beschouwt.
Vroeger, toen ik nog samen met hem uitleningen deed, waren we altijd met twee aan de balie, en liep er een vrijwilliger rond om boeken weg te zetten en om mensen te helpen. Er was veel interactie, tussen de medewerkers onderling, met de bezoekers en met de vrijwilligers. Dat is nu duidelijk minder het geval.
Is dat een achteruitgang? Dat hangt af van hoe je het bekijkt. De bibliotheek is heel wat extra uren open, en is dus beter toegankelijk. Er is meer tijd vrijgekomen voor het organiseren van activiteiten. In zekere zin is het vooral een verschuiving. De klemtoon in de bibliotheekwerking ligt nu meer op het betrekken van de gebruiker. Daarbij is er uiteraard ook heel wat communicatie. En ontmoetingsmogelijkheid uiteraard.
Ik wil dit verder uitwerken door eerst in te gaan op wat ontmoeting is, dan op de bibliotheek als openbare ruimte en ten slotte uitgebreid op de specificiteit van de ontmoetingsfunctie van de openbare bibliotheek en op het idee van de bibliotheek als derde plek.
Ontmoeting als de kern van ons bestaan
In zijn boek De ontmoeting : Een filosofie ziet Charles Pépin ontmoeting als de kern van ons bestaan. Ontmoetingen laten ons zien wie we zijn en openen de wereld voor ons. Ik heb de ander nodig, in de ontmoeting met de ander ontmoet ik mezelf. Om te worden wie ik ben, moet ik wie ik niet ben ontmoeten.
In die zin is de uitspraak van Rimbaud te verstaan: ik heb de ander nodig, in de ontmoeting met de ander ontmoet ik mezelf. De opvatting van Pépin (en bij uitbreiding die van Rimbaud) is veeleisend. Vaak komen we daar niet echt aan toe in ons contact met de ander. In de bibliotheek is menselijk contact ook in verschillende graden aanwezig.
De bibliotheek als (semi-)openbare ruimte
Om over ontmoeting in bibliotheken te spreken moeten we eerst het begrip ‘openbare ruimte’ afbakenen. Openbare ruimte is plaats die voor iedereen toegankelijk is: een straat, een plein, een park. De bibliotheek behoort evenwel eerder tot de semi-openbare ruimte, dat is ruimte die vooral betreden wordt door deelnemers, bezoekers of consumenten. Hiertoe behoren winkelcentra, cultuurcentra, en dus ook bibliotheken.