Voordat er sprake was van automatisering, zorgden bibliotheken vooral via het publiceren van catalogi voor de ontsluiting van de collectie. Ook in de Boekentoren van de Universiteitsbibliotheek Gent was dat de manier van werken. Zo verschenen er in de jaren 1960 en 1970 tal van catalogi. Als werkinstrument voor onderzoekers waren vooral de opeenvolgende edities van de tijdschriftencatalogus van de Universiteit Gent (UGent) cruciaal, aangezien tijdschriften hét kanaal bij uitstek vormden – en nog steeds vormen – van het lopende wetenschappelijk onderzoek (UBC000114). Als thuisbasis van een van de grootste erfgoedcollecties in de Lage Landen investeerde de Universiteitsbibliotheek Gent echter ook sterk in de aanmaak van catalogi van diverse collectietypes. Frans Vandenhole maakte bijvoorbeeld catalogi van de veilingcatalogi 1615-1914 (UBC.000096), van de almanakken en kalenders (UBC.000109) en van de nieuws-, vak- en kiesbladen (UBC.000176). Greta Milis-Proost publiceerde een inventaris van de kaarten en globes (UBC.000108). Naast tal van wetenschappelijke publicaties beschreef Albert Derolez de handschriftencollectie (UBC.000105). Catalografisch was het huzarenstuk van de reeks ongetwijfeld de Catalogus van de boeken gedrukt voor 1600 aanwezig op de Centrale bibliotheek van de Rijksuniversiteit Gent (Gent, 1979). De twee lijvige delen werden samengesteld door Jérome Machiels. Dat deze titanenklus opgepikt werd, was vooral op het conto te schrijven van Machiels’ medewerking aan het monumentale naslagwerk Belgica typographica. De Gentse collecties mochten niet ontbreken en daarom ving Machiels de onderneming aan, die uiteindelijk tien jaar in beslag zou nemen.
In de herfst van 1969 werd van wal gestoken met het opsporen van alle publicaties gedrukt voor 1601 die zich op de planken van de Boekentoren bevonden. De oogst was groter en rijker dan de steekkaarten deden vermoeden: een 700-tal incunabelen (drukken tot en met 1500) en ongeveer 13.500 zestiende-eeuwse drukken. Deze werden summier beschreven, met inbegrip van bibliografische referenties en enkele praktische indexen (drukkers en uitgevers, herkomst, soort boekband). De eruditie van Machiels als bibliograaf staat buiten kijf, maar vooral de volharding om jarenlang dit gevecht aan te gaan, verdient alle respect. Machiels benadrukte hoe het ook hoofdbibliothecaris Van Acker typeerde om hiervoor mensen en middelen vrij te maken. Niet alleen is de uitgegeven catalogus als pdf te consulteren via de online catalogus van de Universiteitsbibliotheek Gent, ook de effectieve resultaten van Machiels’ traject in de jaren 1970 zijn vandaag integraal ontsloten via lib.ugent.be.
Synchroon met de automatisering verschoof de taak van de Universiteitsbibliotheek Gent vanaf de jaren 1980 steeds meer naar het toegang verlenen tot wetenschappelijke informatie, in welke vorm dan ook of waar die zich ook bevond. In die jaren deed ook in de Boekentoren de automatisering haar intrede. De werkdruk inherent aan de omschakeling maakte dat de beschrijving en ontsluiting van erfgoedcollecties naar het achterplan verschoven. Aanvankelijk werden bijna uitsluitend nieuwe aanwinsten ingevoerd. Vervolgens werd vanaf 2000 de uitleenadministratie geautomatiseerd waarbij alle werken die aangevraagd werden voor consultatie of ontlening door twee speciaal daarvoor aangeworven medewerkers ingevoerd werden. Het betrof natuurlijk voor alles recente wetenschappelijke literatuur. De toenmalige conservatoren van het kaartenkabinet en van de handschriftenzaal pleitten er meteen voor om ook van start te kunnen gaan met het registreren van de historische collecties. Het jaar erop begon in de kaartenzaal de invoer van de cartografische verzameling en later volgde ook een deel van de muntencollectie. In de handschriftenzaal stak men van wal met de summiere invoer van de voor consultatie opgevraagde oude drukken en handschriften.
De gehanteerde regels voor het beschrijven van oude drukken gingen terug op de Handleiding bij de beschrijving van oude en bijzondere drukken van Elly Cockx-Indestege. Het was voor het team op dat ogenblik allemaal behoorlijk nieuw. Het gebrek aan ervaring en het feit dat voorheen haast exclusief hedendaagse drukken beschreven werden, lieten sporen na in de kwaliteit van de beschrijvingen.
De bibliotheek bleef zoeken naar oplossingen. Zo was ze ook betrokken bij het Short Title Catalogus Vlaanderen-project (STCV) dat vanuit Antwerpen opgestart werd. Er werd ook voorzien in de voor medewerkers noodzakelijke STCV-opleiding. Gaandeweg werden de beschrijvingen uitgebreider en werden ook drukkers, herkomsten en informatie over boekbanden opgenomen. Maar het bleef roeien met de riemen die ze hadden. Met op dat ogenblik nog letterlijk miljoenen niet ingevoerde items en een beperkt personeelskader, bleef het steeds weer een gevecht om tijd en ruimte te kunnen maken voor de aanmaak van arbeidsintensieve dieptebeschrijvingen. Het is en blijft een kwestie van prioriteiten. Het hielp ook niet dat er geen overheidsmiddelen beschikbaar waren voor de werking als erfgoedbibliotheek. Een euvel waar pas sinds de recentste aanpassingen in het erfgoeddecreet verandering in kwam. De politieke besluitvorming volgde eind 2023 gelukkig in hoge mate de adviezen van de beoordelingscommissies, waardoor de erfgoedsector kon rekenen op een grote extra financiële injectie voor de beleidsperiode 2024-2028.
Een gelijkwaardige behandeling voor de erfgoedbibliotheken zit er voorlopig nog niet in en de apartheid waarbij ze enkel aanspraak kunnen maken op aanvullende middelen blijft behouden, maar het is een eerste cruciale stap. Het beleidsplan voor de erfgoedwerking van de Boekentoren werd gehonoreerd met een jaarlijkse enveloppe van 225.000 euro. Die middelen moeten en zullen zorgen voor een bredere erfgoedwerking en vooral ook voor een grotere zichtbaarheid van de bijzonder rijke en heterogene erfgoedcollecties.
Daar werd uiteraard niet op gewacht. De restauratie van het in 1992 als monument beschermde modernistische bibliotheekgebouw van Henry Van de Velde was het breekijzer waarmee vanaf het jaar 2000 gezocht werd naar middelen om de erfgoedcollecties beter te bewaren en te ontsluiten. Cruciale versneller in dat proces was het partnerschap met Google Books in 2007. Ondertussen werden met en dankzij Google ongeveer 230.000 boeken uit de collecties van de Universiteitsbibliotheek Gent beschreven, gedigitaliseerd en summier ontsloten. Met meer dan 140.000 unieke online bezoekers per dag voor de Gentse items is dat een ontsluiting zonder weerga. Een ander ijkpunt was de goedkeuring door de UGent van de budgetten voor de bouw van een nieuw ondergronds depot met een goed klimaat en de budgetten om de hele collectie een formaatberging te geven, alsook waar nodig van zuurvrije verpakking te voorzien. Een ongeëvenaarde inhaaloperatie naar behoud en beheer toe en voor de langetermijnbewaring van de collectie heel erg belangrijk.
De impact van deze grote bewegingen op de beschrijving van de oude drukken in de collectie was bijzonder groot. In het kader van het project met Google Books werden gedurende een aantal jaar extra mensen aangetrokken die bijzonder veel beschrijvingen maakten van drukken gepubliceerd vóór het laatste kwart van de negentiende eeuw. De tijdsdruk van de elkaar snel opvolgende zendingen voor digitalisering was groot, waardoor summiere beschrijvingen gemaakt werden. Maar er werd ook beslist om binnen het kleine team catalografen één iemand voltijds en exclusief in te zetten op de diepgaande beschrijving van oude drukken. Naast de werking van STCV, werd lange tijd werk gemaakt van een goede beschrijving van alle werken die geconsulteerd werden. In 2012 werd die methode losgelaten. Enerzijds werden geconsulteerde items per definitie gevonden door de gebruiker en anderzijds wilden we alle beschrijvingen van grotere gehelen op punt stellen. Als eerste kwam het fonds Reserve aan de beurt. De zogenaamde Reserve-collectie (zeldzame en waardevolle drukken) werd volledig ingevoerd. Precies omdat de oude drukken zo verspreid zitten over de hele collectie werd aansluitend beslist alle drukken van voor 1600 goed te beschrijven. Met andere woorden: Machiels revisited in the digital age.
In 2022 werd dit project voltooid, waarbij alle drukken tot en met 1600 uit de collecties van de Boekentoren ingevoerd werden in de Aleph-databank en ontsloten via de onlinecatalogus. Het biedt een uniek beeld op de aanwezige vroege drukken: Machiels’ catalogus bleek goed voor 12.302 beschrijvingen, gaande van lijvige meerdelige werken tot drukken waarvan slechts enkele fragmenten bewaard zijn. Dankzij Google Books is het overgrote deel van deze vroege edities in de onlinecatalogus volledig digitaal raadpleegbaar, met goede en gedetailleerde metadata. Zoals gebruikelijk bevat de collectie van heel wat uitgaven meerdere exemplaren. Dat is bij de Vlaamse drukken nog meer het geval dan bij buitenlandse drukken. Tijdens het gedetailleerd onderzoek bleken 70 beschrijvingen van Machiels van na 1600 te dateren, conform zijn vermoedens. Pijnlijke vaststelling is het verdwijnen van 31 werken sinds de publicatie van Machiels in 1979.
Tijdens het project werden een 400-tal werken geïdentificeerd als unieke exemplaren, maar dat cijfer is natuurlijk heel erg onderhevig aan voortschrijdende ontsluiting in tal van andere collecties. Laten we voluntaristisch de illusie koesteren dat het vanuit de University of St Andrews getrokken Preserving the World’s Rarest Books-project dat op termijn zal remediëren. Maar die Universal Short Title Catalogue (USTC) is momenteel nog te zeer een work in progress waardoor nog niet alle gegevens voorhanden zijn om edities met zekerheid als unicum te duiden. Bij de voorlopige unica in de collecties van de Universiteitsbibliotheek Gent bevinden zich uiteraard veel Gentse drukken. Een prachtig voorbeeld is Erasmus’ Leges Morales, in 1545 in Gent verschenen bij Joos Lambrecht (BIB.G.000193).
Naar inhoud zijn deze ingevoerde drukken heel divers, mede door de verscheidenheid van hun herkomst. Opvallend is het groot aantal humanistische werken, waarbij een hoofdrol weggelegd is voor Erasmusdrukken, zowel oorspronkelijk werk als tekstedities. Voor de hand liggend natuurlijk, gezien de cruciale rol van voormalig hoofdbibliothecaris Ferdinand Vander Haeghen in de Erasmusstudie en diens talloze aankopen van Erasmusdrukken. Verder springt ook het grote aantal Plantijndrukken in het oog: 857 edities, van lijvige, prestigieuze werken zoals de Polyglotbijbel tot eenbladdrukken. Bij de religieuze werken bestaat een significant deel uit niet-katholieke auteurs. Behalve de onvermijdelijke Luther, vinden we er een collectie geschriften van wederdopers als David Joris en Marten Micron. Ook opvallend is de grote pamflettenverzameling, waarbij de geschriften uit de Nederlanden de hoofdmoot vormen.
Het mag duidelijk zijn dat het project uiteraard om veel meer ging dan het louter invoeren van de catalogus van Machiels. We konden een beroep doen op de enorme kennis die in de afgelopen veertig jaar opgebouwd werd. Een prototypisch voorbeeld is de Typographia Batava, waarbij Paul Valkema Blouw op basis van typografische kenmerken veel edities zonder opgave van drukker of met een fictief impressum kon identificeren en dateren. De digitale evoluties lieten dan weer toe om heel wat nationale en internationale Short Title Catalogi (STC’s) online te raadplegen, waar steeds meer beschrijvingen te vinden zijn met een full text-scan of met een afbeelding van het titelblad. Heel wat drukken waarvan het titelblad ontbreekt, konden we identificeren dankzij dat soort beelden. Voor Duitse en Zwitserse drukken bleek de VD16-databank van de Bayerische Staatsbibliothek – voluit Verzeichnis der im deutschen Sprachbereich erschienenen Drucke des 16. Jahrhunderts – een onmisbaar instrument. Helaas ontbreekt voorlopig een dergelijk platform voor Franstalige drukken, waardoor de beschrijvingen voor deze exemplaren in de toekomst zeker nog voor verbetering vatbaar zijn. De methode van vingerafdruk die gehanteerd wordt door de Short Title Catalogue Netherlands (STCN) en STCV was eveneens een belangrijk hulpmiddel om specifieke drukken terug te vinden en drukvarianten op te sporen.
Bij het invoeren van Machiels’ summiere beschrijving in de online catalogus werden zodoende de bibliografische referenties geactualiseerd (Belgica typographica 1541-1600 en Typographia Batava 1541- 1600). Nieuw zijn ook de links naar allerhande online STC’s. Tevens komen steeds meer exemplaargegevens van onze werken in die STC’s terecht, inclusief links naar onze full text-scans. Zo worden de boeken en de beschrijvingen wereldwijd toegankelijk. Hoewel de Universiteitsbibliotheek Gent kan bogen op een rijke traditie van bibliofiele bibliothecarissen, blijven herkomstgegevens vaak de zwakke plek. Voor de oude drukken is die situatie iets minder precair. Waar de exemplaren herkomstgegevens bevatten, werden die door Machiels uiteraard meegenomen. Hij zorgde ook voor indexen van personen, organisaties en deviezen. Voor twee specifieke herkomsten deed hij dat evenwel niet, omdat dat in uitgegeven vorm gewoon een al te grote reeks cijfertjes opgeleverd zou hebben. Concreet nam Machiels voor de werken afkomstig uit de collecties van Lammens en Vander Haeghen die herkomsten niet op wegens te arbeidsintensief. Nu werden uiteraard alle herkomsten wel verwerkt in de records
De eerste zestiende- en zeventiende-eeuwse drukken die begin negentiende eeuw in de collectie belandden (meer dan 1700 items), waren afkomstig uit geconfisqueerde bibliotheken van vooral religieuze instellingen, voornamelijk uit Gent, Oudenaarde, Dendermonde, Waarschoot en Ename. Ze werden door de Fransen in 1797 samengebracht in de Abdij van Baudelo. In 1817-1818 vormden ze de basis van de latere collecties van de Universiteitsbibliotheek Gent. Inhoudelijk waren dat voornamelijk doorsnee werken over theologie, recht en geschiedenis, met slechts sporadisch enkele belangrijke wetenschappelijke werken. Het omvangrijkste deel van de andere drukken komt uit het bezit van Pierre Philippe Constant Lammens (1762-1836), hoofdbibliothecaris van 1817 tot 1836. Die drukken springen in het oog door een rode Minerva-stempel op het titelblad of een ex libris op de schutbladen. De nadruk in zijn collectie ligt vooral op klassieke auteurs, wetenschappen, recht en geschiedenis. Deze drukken werden hoofdzakelijk verworven op internationale veilingen en op veilingen van voormalige jezuïetenbibliotheken eind achttiende eeuw. Ferdinand Vander Haeghen (1830-1913), hoofdbibliothecaris van 1869 tot 1911, schonk in 1873 een belangrijke verzameling aan de Universiteitsbibliotheek Gent, waaronder 884 drukken van voor 1600. Het betrof vooral Gentse edities, uitgaven van of over Gentenaars, uitgaven van Erasmus (in de jaren 1970 nog sterk aangevuld door J. Machiels) en uitgaven van Jodocus Badius.
Ook na 1979 verrijkten nog veel werken door schenking of aankoop de collecties van de Universiteitsbibliotheek Gent. Een van de hoogtepunten was zonder meer het verwerven (in 2000) van vermoedelijk het eerste in Gent gedrukte boek. Het unieke exemplaar van Thomas van Aquino’s tussen 1483 en 1485 bij Arend de Keysere gedrukte Tractatus de periculis circa sacramentum eucharistie contingentibus (Res.1958). De fijnste trouvailles in het hele traject waren echter de zeldzame gevallen waar drukken gevonden werden die door Machiels in de grote hoeveelheid over het hoofd gezien waren. De mooiste vondst zat verstopt achter een titelblad van een uitgave van De naervolginghe Christi van Thomas a Kempis (t'Hantwerpen : by Hedrik Aertssens, 1624. Het titelblad ontbrak, maar afgaande op het colofon (Ghedruckt tot Rees: by my Derck van Santen, 1575) en de inhoud bleek het een zeldzame druk te zijn: Dat gulden ghebede boeck uut den Olden ende Nieuwen Testament vergadert, toegeschreven aan Otto Brunfels (Acc.003987/-bis). Een andere vondst was een eerder onopgemerkt gebleven Plantijndruk uit 1577: Harengve prononcee devant le Roy, seant en ses Estats generaulx à Bloys, par [...] Pierre d’Epinac [...], ingebonden na een zeventiende-eeuwse druk over aderlaten (MED.003220/-1).
De methodiek om bij dieptebeschrijvingen verder te werken aan de ontsluiting van grotere gehelen rendeert goed en wordt dan ook verdergezet. Ondertussen werden grote hoeveelheden pamfletten beschreven, alsook de collectie Mathematique waardoor de collecties Médecine en Histoire Naturelle in zicht komen.
De drukken tot 1600 zijn echter alle goed beschreven en dat is een grote stap, al zijn er ongetwijfeld nog convoluten (een aantal drukken in één band, n.v.d.r.) die prachtige trouvailles bevatten.
Dankzij de renovatie van de Boekentoren worden de oude drukken goed bewaard. Ze staan netjes op formaat, zuurvrij verpakt in een depot met een constante temperatuur van twintig graden en een relatieve luchtvochtigheid (RV) van vijftig procent. Maar het gaat niet alleen om het duurzaam bewaren, de collectie is er ook om gebruikt te worden. Het registreren verhoogt de zichtbaarheid van de collectie wereldwijd. Een van de vele onderdelen van het werk in de voorbije jaren is het doorgeven van metadata aan nationale en internationale projecten, wat een duurzame vindbaarheid versterkt.
Elk op hun eigen manier zijn zowel de collectie zelf als de metadata klaar voor langetermijnbewaring. Laat de lezer maar komen, digitaal én analoog.