Cultureel erfgoed dat het gemakkelijkst online ontsloten kan worden, is erfgoed dat zich in het publiek domein bevindt. Daarnaast kan het ook eenvoudig voor vrij hergebruik ter beschikking gesteld worden. Dat inzicht leidt in het cultureel-erfgoedveld tot een groeiende aandacht voor het publiek domein.
“Onze ambitie op het gebied van het publiceren van metadata en digitale reproducties is het beschikbaar stellen van zoveel mogelijk informatie over onze collectiestukken als linked open data. We streven ernaar om zowel de metadata als de digitale reproducties van collectiestukken die zich in het publiek domein bevinden, vrij toegankelijk te maken voor het publiek. Zo willen we een actieve rol spelen in het delen van cultureel erfgoed en de open toegang tot informatie bevorderen.” (Katrien Steelandt, Musea Brugge)
De term ‘publiek domein’ wordt gebruikt voor werken waarop geen auteursrechtelijke bescherming rust. De redenen waarom een werk in het publiek domein terechtkomt, zijn:
Let op: er kunnen nog andere juridische beperkingen rusten op werken in het publiek domein, bijvoorbeeld door de bescherming van persoonsgegevens of contractuele afspraken. Ook werken die gebaseerd zijn op werken in het publiek domein of die werken in het publiek domein afbeelden, kunnen nog beschermd zijn. Rechthebbenden kunnen ook verzaken aan de uitoefening van hun auteursrechten, waardoor hun werk vrij (her)gebruikt kan worden, alsof het tot het publiek domein behoort.
Auteursrechtelijke bescherming ontstaat automatisch als een werk originele elementen bevat, het resultaat is van een intellectueel-creatief proces, en een concrete vorm heeft. Voorbeelden: een schilderij, beeldhouwwerk, choreografie, scenario, film, foto, literaire of wetenschappelijke tekst of voordracht. Ze vereist geen voorafgaandelijke registratie. Het auteursrecht geeft makers een tijdelijk monopolie en exclusieve exploitatierechten op hun werk. Zolang werken beschermd zijn, mogen derden ze niet gebruiken zonder de voorafgaandelijke toestemming van de auteurs, hun erfgenamen of een derde partij die de rechten verworven heeft of beheert in hun naam.
In België loopt de bescherming tot zeventig jaar na de dood van de langstlevende auteur of – als de auteur anoniem of enkel onder zijn pseudoniem bekend is – tot zeventig jaar nadat het werk publiek toegankelijk gemaakt is. Het werk komt op 1 januari van het daaropvolgende jaar in het publiek domein. Deze termijn is Europees geharmoniseerd. Elders kunnen andere termijnen gelden.
Wanneer de bescherming verlopen is, heeft men niet langer toestemming nodig om het werk te gebruiken. De werken uit je collectie die tot het publiek domein behoren, lenen zich dus bij uitstek tot (online) ontsluiting en terbeschikkingstelling voor vrij hergebruik. Ze stellen je in staat om een opendatabeleid in de praktijk te brengen.
Naast auteursrechten voor de makers zijn er ook naburige rechten voor de uitvoerders en producenten van werken (zoals muzikanten, acteurs, filmproducenten of omroeporganisaties). Naburige rechten bieden een beschermingstermijn van vijftig jaar. Ook hier vervalt de bescherming op 1 januari van het daaropvolgende jaar. Wanneer de uitvoering van een werk (bijvoorbeeld een concert) niet gelijk valt met de publieke bekendmaking ervan (bijvoorbeeld een uitzending), treedt een verlenging van de beschermingstermijn van vijftig jaar in werking, zolang de publieke bekendmaking binnen de eerste vijftig jaar na de uitvoering gebeurt. Bij fonogrammen (platen of rollen voor een fonograaf) treedt zelfs een nieuwe termijn van zeventig jaar in werking.
Om op een gestandaardiseerde manier een werk in het publiek domein aan te duiden, gebruiken cultureel-erfgoedorganisaties vaak de Public Domain Mark. Door de Public Domain Mark aan een werk toe te kennen, verklaar je dat er geen bekende auteursrechtelijke beperkingen meer op rusten, naburige rechten inbegrepen. Iedereen mag het werk vrij hergebruiken en zonder toestemming kopiëren, wijzigen, verspreiden en uitvoeren, ook voor commerciële doeleinden. Let op: zelfs als er geen auteursrechtelijke bescherming meer is, is het gebruik van de Public Domain Mark soms toch onmogelijk. Het kan bijvoorbeeld dat de eigenaar van een werk voorwaarden stelt voor het maken van een fotografische reproductie ervan, en dat die daardoor niet vrij gebruikt kan worden. Dan gebruikt men rechtenverklaringen zoals ‘Niet auteursrechtelijk beschermd, contractuele beperkingen’ of ‘Niet auteursrechtelijk beschermd, andere juridische beperkingen’.
Wanneer je zelf de auteursrechthebbende van een werk bent en afziet van de uitoefening van je auteursrechten op dat werk, dan kun je dat aangeven met het CC0-label. Je stelt zo het werk ter beschikking zonder gebruiksvoorwaarden op te leggen.
Met het CC0-label geef je aan dat men het werk kan gebruiken alsof het zich in het publiek domein bevindt. Je verzaakt immers wereldwijd aan de uitoefening van je auteursrecht op het werk, inclusief alle bijbehorende en naburige rechten, voor zover dat door de wet toegestaan is. Iedereen mag het werk vrij hergebruiken en zonder toestemming kopiëren, veranderen, verspreiden en uitvoeren, ook voor commerciële doeleinden.
“In het geval dat er foto’s gemaakt worden van collectiestukken (in het publiek domein) en er een nieuw auteursrecht op de foto ontstaat, dan worden de vermogensrechten aan de opdrachtgever overgedragen. Wanneer het gaat om afbeeldingen van kunstwerken die niet onder auteursrechtelijke beperkingen vallen, publiceren we ze onder de CC0-verklaring. Dat betekent dat deze afbeeldingen vrij gebruikt kunnen worden, zonder beperkingen, en zonder dat daarvoor toestemming nodig is.” (Katrien Steelandt, Musea Brugge)
Het streefdoel voor cultureel-erfgoedorganisaties moet zijn dat culturele content en data die al tot het publiek domein behoren, ook na digitalisering in het publiek domein blijven. Het digitaliseren mag geen nieuwe rechtenclaims creëren.
Toch publiceren cultureel-erfgoedorganisaties nog vaak content en data waarop geen bescherming (meer) rust onder een licentie waarmee ze gebruiksvoorwaarden willen opleggen aan de (her)gebruiker. Zo wordt bijvoorbeeld de CC BY-licentie vaak gebruikt om naamsvermelding van de collectiebeherende organisaties te vragen. Maar bij publiekdomeinmateriaal is er geen juridische grond om zo’n naamsvermelding te eisen of andere gebruiksvoorwaarden op te leggen met auteursrechtelijke licenties. Bovendien is de BY-voorwaarde in principe bedoeld om naamsvermelding van de ‘auteurs’, zijnde de makers van de werken, te verzekeren en niet die van de collectiebeherende organisatie.
Het is beter om, waar mogelijk, de Public Domain Mark of CC0-verklaring te gebruiken. Dat betekent niet dat collectiebeherende organisaties geen naamsvermelding mogen vragen wanneer ze publiekdomeinmateriaal ter beschikking stellen, maar ze moeten dat doen op basis van een (vrijwillige en gedeelde) goede praktijk of andere overeenkomsten. Om alsnog hun rol als beheerder duidelijk te maken, kunnen ze gebruikmaken van het domeinelement in URI’s (persistent identifiers) of een bronverwijzing aanbieden die gebruikers kunnen kopiëren.
De valorisatie van publiekdomeinmateriaal stelt je in staat om een opendatabeleid in de praktijk te brengen. Maximale open data is niet alleen de ambitie van de Vlaamse (subsidiërende) overheid, het is ook relevant voor het vervullen van de publieke opdracht van je organisatie. Het voeren van een opendatabeleid impliceert bovenal dat je ernaar streeft om digitale content of data met zo weinig mogelijk gebruiksbeperkingen aan te bieden.
Het doel is (vrij) hergebruik van content en data te faciliteren. Het voeren van een opendatabeleid betekent niet noodzakelijk dat je alle digitale content en data gratis moet maken. Wanneer een gebruiker vraagt naar een digitale kopie van een collectiestuk, is het best mogelijk dat het nog gedigitaliseerd moet worden en dat er eerst kosten gemaakt moeten worden. Ook aan het op aanvraag ter beschikking stellen van reeds gedigitaliseerde stukken kunnen marginale kosten verbonden zijn. Zij kunnen, zelfs binnen de realisatie van een opendatabeleid, geheel of gedeeltelijk doorgerekend worden aan de gebruiker. Als de gebruiker na betaling over de digitale content of data beschikt, mag hij ze wel vrij hergebruiken. Hij zal niet telkens opnieuw moeten betalen bij ieder nieuw hergebruik van de digitale content of data.
De Vlaamse regering zet vandaag sterk in op de digitale transformatie van Vlaanderen. Ze beschouwt (open) data als grondstof voor de economie en de maatschappij, en als een belangrijk middel om de digitale transformatie te realiseren. Ze wil daarom data zo vlot, veilig en privacybestendig mogelijk laten doorstromen en ontsluiten. Het doel is een vlottere ontwikkeling van digitale toepassingen en inzet van de data, zowel bij de overheid als in de privésector. Het openstellen van data verhoogt niet alleen de transparantie, het gebruik van open data maakt ook de weg vrij voor innovatie en de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten. De Vlaamse overheid ambieert om haar datasets zoveel mogelijk als linked open data te publiceren, en verwacht een gelijkaardige ambitie van de (door haar gesubsidieerde) cultuursector. Ze wil dat die sector datagedreven leert werken en dat ze haar data binnen de grenzen van het bestaande wettelijke kader en de gehanteerde verdienmodellen zo openlijk mogelijk beschikbaar maakt. Daarnaast wil de overheid dat de sector de data vrij laat stromen tussen cultuurorganisaties.
Collectiebeherende organisaties beheren echter vaak collectiestukken waarvan de rechtenstatus niet bekend of gedocumenteerd is, en waarvan ze dus niet met zekerheid weten of ze die stukken gemakkelijk online kunnen ontsluiten en voor vrij hergebruik ter beschikking kunnen stellen. Dat is begrijpelijk. Niet elke collectiemedewerker is thuis in de complexe auteursrechtwetgeving. Soms ontbreekt ook de nodige informatie (bijvoorbeeld de sterfdatum van de auteur). En zelfs met de nodige kennis en informatie blijft het tijdrovend om collectiestuk per collectiestuk te bepalen of ze tot het publiek domein behoren.
In 2021 heeft meemoo de Publiekdomeintool gelanceerd om organisaties te ondersteunen bij het bepalen van de rechtenstatus van hun collectiestukken. De tool stelt beheerders in staat om op een semiautomatische manier hun collectiestukken te identificeren die zich in het publiek domein bevinden.
De tool gebruikt verschillende types beschikbare informatie, niet alleen gegevens die de collectiebeheerder zelf lokaal beheert (bijvoorbeeld creatiedatum of het sterfjaar van de maker), maar ook gegevens uit externe databronnen, met name uit Wikidata. Door de combinatie van al die informatie verlicht de Publiekdomeintool het manuele werk. De collectiebeheerder krijgt sneller zicht op de auteursrechtelijke status van zijn collectiestukken.
“Dit komt zo gelegen … Het zal vermoedelijk nog heel veel werk met zich meebrengen, maar ik zie het fantastisch goed zitten. Toeval of niet, we hebben in ons actieplan van volgend jaar heel wat tijd voorzien voor het bepalen van de rechtenstatus van grote delen van de collectie. Dus, laat maar komen.” (Kim Robensyn, Amsab-ISG – eind 2020 als testgebruiker van de Publiekdomeintool)
Wie de Publiekdomeintool getest of gebruikt heeft, is er erg tevreden over. Toch merkten we in 2022 dat de gebruikersgroep zeer klein bleef. Er waren voor collectiebeherende organisaties nog drempels om met de tool aan de slag te gaan. Die drempels hadden onder meer te maken met tijd, technische kennis en beperkingen van collectiebeheersystemen.
Om die drempels te slechten, heeft meemoo in 2022-2023 samen met een groep collectiebeherende organisaties het project DO IT! opgezet. Met dat project hielp meemoo de organisaties om zoveel mogelijk van hun collectiestukken die tot het publiek domein behoren te identificeren met de Publiekdomeintool. De aangesloten organisaties waren een archiefinstelling (Archief Gent) en een groep musea (Jakob Smitsmuseum, M Leuven, Musea Brugge, Museum Dhondt-Dhaenens, Museum van Deinze en de Leiestreek – Mudel, Mu.ZEE, het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (S.M.A.K.) en het STAM). Verder leverden ook de Vlaamse Kunstcollectie en meemoo (Art in Flanders) collectiedata.
Van 69.363 werken hebben we in het project de auteursrechtelijke status onderzocht met de Publiekdomeintool. Van die werken bleken 28.215 (40,7%) tot het publiek domein te behoren. De tool gaf ook aan dat de komende jaren de werken van een grote groep makers in het publiek domein zullen terechtkomen. Voor de jaren 2025 tot 2030 betreft het de werken van 1763 makers. We hebben ook onderzocht of de door de tool aangereikte auteursrechtelijke status overeenstemt met de in de collectiebeheersystemen geregistreerde status. In 47,7% van de gevallen was dat zo, en heeft de tool de status bevestigd. In 31,5% van de gevallen was er nog geen status ingevoerd, en heeft de tool een belangrijke aanvulling opgeleverd.
In 20,8% van de gevallen kwam de status echter niet overeen. De redenen hiervoor variëren:
DO IT! heeft aangetoond dat veel van de collectiestukken bij de projectpartners vandaag al tot het publiek domein behoren en dat de komende jaren nog veel andere collectiestukken zullen volgen. Het heeft ook bewezen dat de Publiekdomeintool voor collectiebeherende organisaties een belangrijk middel is om zelfstandig voor grote hoeveelheden collectiestukken op semiautomatische wijze de auteursrechtelijke status te bepalen.
“DO IT! heeft aantoonbaar bijgedragen aan het verbeteren van connecties met Wikidata. Daardoor konden we met relatieve zekerheid de rechtenstatus van een aanzienlijke deelcollectie verhelderen. Dat heeft niet alleen geleid tot nauwkeurigere informatie over de rechten van specifieke objecten, maar het gebruik van de Publiekdomeintool heeft ook bijgedragen aan een efficiënter en gestroomlijnder proces voor het vaststellen van de rechtenstatus van collectieobjecten in het algemeen.” (Katrien Steelandt, Musea Brugge)
“Voor collecties die nog niet gedigitaliseerd zijn, zal de publiekdomeinstatus van objecten een criterium zijn om die prioriteit te geven bij de digitale ontsluiting (naast andere criteria, zoals het belang van de collectie, de frequentie van raadpleging, de ouderdom en de kwetsbaarheid van de objecten). De publiekdomeinstatus bespaart immers het tijdrovende opsporen van auteursrechthebbenden en het klaren van auteursrechten.” (Guy Dupont, Archief Gent)
Het gebruik van de Publiekdomeintool op zich biedt echter geen volledige oplossing. Het legt wel een deel van de puzzel. De tool doet bijvoorbeeld een vrij veilige berekening op basis van de creatiedatum en/of de geboortedatum van de maker wanneer er geen sterfdatum van de maker bekend is. Collectiebeheerders kunnen daarna nog beslissen om een minder veilige marge te hanteren. Ook moeten gebruikers van de tool nadenken over het goed uitwerken van zowel het importbestand voor de tool als over de procedure voor de opname van de resultaten van de tool in hun (collectie)beheersysteem. Het doorlopen van de tool bevestigt de nood aan kwalitatieve collectiedata. De beschikbaarheid van zulke data resulteert in een grote tijdswinst bij het bepalen van de auteursrechtelijke status.
“Door ontbrekende gegevens in ons registratiesysteem is het vaak moeilijk om volledige en nauwkeurige informatie te verkrijgen over de rechtenstatus van specifieke objecten in onze collectie. In het bijzonder gaat dat om het ontbreken van biografische gegevens en linken naar externe authorities.” (Katrien Steelandt, Musea Brugge)
Uit DO IT! bleek de wenselijkheid van een uniformere registratie van rechtenmetadata in de cultureel-erfgoedsector. Er is behoefte aan enerzijds een standaard en invulinstructie voor de registratie van rechtenmetadata en anderzijds informatiebeheersystemen waarin alle aspecten van rechtenmetadata juist geregistreerd kunnen worden.
Omdat op werken in het publiek domein geen gebruiksbeperkingen (meer) rusten, kun je ze (online) toegankelijk maken en beschikbaar stellen voor vrij hergebruik. Daarmee verdwijnt een belangrijke drempel om met de werken een breed publiek te bereiken.
Werken in het publiek domein valoriseren, draagt bij aan het vervullen van de publieke missie van je organisatie. Door ze aan te bieden voor hergebruik stimuleer je ook cultuurparticipatie. Gebruikers kunnen de werken niet alleen raadplegen, maar – zonder toestemming of vergoeding – er ook zelf mee aan de slag gaan, afgeleide werken maken en die verspreiden. Hoe meer de werken geraadpleegd en hergebruikt worden, hoe groter de zichtbaarheid en relevantie van je collectie en organisatie worden.
'Voorafgaandelijk aan DO IT! werden veel werken uit de prentenverzameling Guy Van Hoorebeke niet ontsloten vanwege een onduidelijke auteursrechtelijke situatie. Nu het duidelijk is wat tot het publiek domein behoort, zullen er ontsluitingsinitiatieven volgen.“ (Joeri Steegmans, Musea Brugge, tijdens stuurgroep DO IT! op 21 september 2023)
Om dit laaghangend fruit daadwerkelijk te plukken, is het niet alleen belangrijk te weten welke werken zich in het publiek domein bevinden, maar ook om je als collectiebeheerder de vraag te stellen welke werken je prioritair toegankelijk en herbruikbaar wilt maken en via welke online ontsluitingsplatformen, wie of wat je daarmee wilt bereiken en hoe dat de doelstellingen van je organisatie ondersteunt.
Elk jaar verstrijkt op 1 januari de auteursrechtelijke bescherming op werken van verschillende makers. De werken komen dan in het publiek domein terecht. Om dat te vieren en om op te roepen om die werken daadwerkelijk vrij toegankelijk en herbruikbaar te maken, wordt jaarlijks wereldwijd Publiekdomeindag georganiseerd. In België wordt Publiekdomeindag sinds 2018 georganiseerd door KBR, meemoo en Wikimedia België. In 2024 vindt het evenement plaats op 7 maart bij KBR.
Belgische kunstenaars wier werken vanaf begin 2024 in het publiek domein gekomen zijn, zijn onder anderen Jean Brusselmans, Jean De Bosschère, Yvonne Serruys, Jean Delville en Victor Wagemaekers. Hetzelfde geldt voor de bekende buitenlandse kunstenaars Francis Picabia, Dylan Thomas, Django Reinhardt en Sergei Prokofiev. In 2024 zullen zij allen langer dan zeventig jaar overleden zijn.
Om cultureel-erfgoedorganisaties te helpen omgaan met zowel de complexe juridische materie als de praktische obstakels waar ze tegenaan lopen bij het toegankelijk en herbruikbaar maken van hun werken in het publiek domein, organiseert meemoo jaarlijks niet enkel Publiekdomeindag, maar ook een workshop om data en content te leren opladen naar laagdrempelige opendataplatformen, zoals Wikidata en Wikimedia Commons. Deze platformen maken het mogelijk om de data en content gemakkelijk te gebruiken in Wikipedia, en zorgen ervoor dat iedereen ze ook voor andere doeleinden kan hergebruiken.