Het is het meest geraadpleegde Tweede Wereldoorlog-archief in Nederland, en ook misschien wel het gevoeligste: het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Het CABR, beheerd door het Nationaal Archief in Den Haag, omvat 3,8 strekkende kilometer aan documenten. Het vormt de weerslag van de zogenaamde Bijzondere Rechtspleging, het rechtstelsel dat vanaf september 1944 in bevrijd Nederland opgetuigd werd om personen die met de Duitsers gecollaboreerd hadden “snel, streng en rechtvaardig” te berechten.
Het CABR is in meerdere opzichten een bijzonder archief. Allereerst omdat het grotendeels bestaat uit verslagen van verhoren van verdachten, getuigen, slachtoffers en andere betrokkenen kort na de oorlog. Dat levert heel feitelijke reconstructies op van huiszoekingen, razzia’s en andere gebeurtenissen. Daarnaast is er bewijsmateriaal toegevoegd: foto’s, dagboeken, persoonlijke correspondentie, lijsten, lidmaatschapskaarten, soldijboeken, inlichtingenformulieren en nog veel meer. Dat maakt dat het CABR ook veel persoonlijke documentatie omvat. Het CABR is in aanleg een archief van verdachten, maar bestrijkt een veel breder terrein.
De bijna vier strekkende kilometer aan archief is een van Nederlands belangrijkste bronnen over de Tweede Wereldoorlog. Het archief adresseert thema’s die tot dusver grotendeels onderbelicht gebleven zijn in de historiografie: wat dreef mensen ertoe zich ten dienste te stellen van de vijand, welke gradaties van collaboratie vallen te onderscheiden, maar ook: hoe ging Nederland om met hen die zich tegen de eigen volksgenoten gekeerd hadden?
Oorlog voor de Rechter
In 2016 hebben het Nationaal Archief, WO2NET (destijds Netwerk Oorlogsbronnen), het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en het Huygens Instituut de krachten verenigd om te verkennen in hoeverre de inzet van nieuwe digitale technieken het archief toegankelijker kon maken voor onderzoekers en het algemene publiek. Dat ook met de vooruitziende blik op de wettelijke openbaarmaking van het CABR in 2025.