In hoeverre hebben je vorige werkervaringen je voorbereid op je huidige job?
Ook professioneel zou ik mezelf omschrijven als een ‘Xennial’, de microgeneratie op de grens tussen generatie X en millennial. Tijdens het eerste anderhalve decennium van mijn carrière heb ik bij het Rijksarchief in België kilometers papieren archief gewaardeerd, geselecteerd en geïnventariseerd en zo het klappen van de zweep – of in dit geval het plooien van de archiefdoos – geleerd. Maar hoe pas je die archivistische principes toe in een wereld die papier inruilt voor data, en de archiefkasten voor netwerkschijven, vak-applicaties en communicatieplatformen? Het antwoord zocht en vond ik toen ik in 2018 de overstap maakte naar het Nationaal Archief in Nederland, waar ik aan de slag ging bij het team Waardering en selectie. Daar leerde ik niet alleen hoe je selectielijsten nog beter kunt laten aansluiten op de informatiehuishouding van een organisatie, maar ook hoeveel andere aspecten een rol spelen. Zoals gedrag, recordkeeping en openbaarheid.
Waar werk je nu? En wat houdt jouw baan in?
Ik werk bij het Nationaal Archief als coördinator van het team Kennisontwikkeling en -beheer, dat met normen en handreikingen handvatten wil geven voor de toepassing van de Archiefwet. Dat houdt in dat ik zeven collega’s aanstuur, strategische ontwikkelingen opvolg en zelf een aantal handreikingen ontwikkel. Daarnaast ben ik sinds oktober 2022 gastprofessor bij de master-na-master archivistiek en informatiebeheer in Brussel.
Hoe ziet een werkdag er voor jou uit?
COVID-19 was ook voor mij een moeilijke periode. Maar het heeft eveneens goede zaken opgeleverd, zoals de doorbraak van hybride werken. Doorgaans reis ik enkele keren per week van Antwerpen naar Den Haag en terug. Thuiswerkdagen gebruik ik voor zaken die focus vragen, kantoordagen zijn bedoeld voor overleggen met grotere groepen of met externen. Dan hop ik regelmatig van de ene vergaderzaal naar de andere.
Welke ambities koester je?
Ik heb geen vastomlijnde ambities of dito loopbaanpad, want dat zou ik alleen maar beklemmend vinden. Maar ik stel mezelf wel regelmatig dezelfde vragen. Start ik mijn werkdag met veel ‘goesting’? Vind ik het werk gevarieerd en uitdagend? En maak ik een verschil? Is het antwoord telkens ja, dan zit het goed.