Wie online op zoek gaat naar Pallieter van Felix Timmermans of De Witte van Ernest Claes, zal in zijn eerste zoekresultaten de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) tegenkomen. Sinds het ontstaan van de digitale bibliotheek in 1999, streeft DBNL ernaar om de belangrijkste teksten in de Nederlandse taal te digitaliseren en beschikbaar te stellen op de website dbnl.org. Door de jaren heen is er daardoor te weinig aandacht besteed aan schrijvers en literatuur in de kantlijnen van de geschiedenis. DBNL wil echter een plek zijn voor zowel bekende als onbekende stemmen. Daarom startte DBNL in 2021 een traject naar meer representativiteit en meerstemmigheid in haar collectie.
De DBNL-collectie staat voor velen gelijk aan literaire klassiekers uit Nederland en Vlaanderen. Je kunt er inderdaad de meeste canonieke werken uit ons taalgebied raadplegen. Maar je vindt er ook secundaire literatuur, cultuurhistorische en taalkundige werken. De DBNL-collectie omvat op dit moment ruim 10.000 boeken en 5.000 tijdschriftjaargangen. En de collectie groeit jaarlijks. Behalve teksten uit Nederland en Vlaanderen omvat DBNL ook werken uit Suriname en de Caribische eilanden. DBNL richt zich dus nadrukkelijk op het hele Nederlandse taalgebied.
Maar hoe komt die collectie tot stand? Daarvoor kan de adviescommissie DBNL-collectie niet anders dan bogen op de literatuurgeschiedenis zoals die geschreven wordt door vakgenoten die benoemen welke boeken er in het verleden toe deden of er nu nog toe doen. Een belangrijke basisbron voor DBNL op het vlak van literaire werken is de reeks Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur. Voor niet-literaire teksten, zoals taalkundige werken, zorgt de adviescommissie DBNL-collectie in samenwerking met experten voor aanvullende selectiecriteria.
Een literatuurgeschiedenis als richtsnoer gebruiken, zorgt er echter voor dat je niet de meest diverse collectie uitbouwt. DBNL reproduceerde gedurende lange tijd de literaire hiërarchie zoals die vastgelegd is in secundaire bronnen en in ons collectieve geheugen. Bepaalde stemmen en genres zijn immers vaak ondervertegenwoordigd in toonaangevende secundaire bronnen. Denk dan bijvoorbeeld aan vrouwelijke schrijvers of schrijvers uit de voormalige koloniën, maar ook aan genres zoals jeugdliteratuur of lhbtqia+-literatuur.