DBNL: op weg naar een verhaal van klassiekers en kantlijnen

META Nummer 2024/1

DBNL: op weg naar een verhaal van klassiekers en kantlijnen

Geschreven door Sarah Fierens
Gepubliceerd op 06.02.2024
IMPORTANT

Wie online op zoek gaat naar Pallieter van Felix Timmermans of De Witte van Ernest Claes, zal in zijn eerste zoekresultaten de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) tegenkomen. Sinds het ontstaan van de digitale bibliotheek in 1999, streeft DBNL ernaar om de belangrijkste teksten in de Nederlandse taal te digitaliseren en beschikbaar te stellen op de website dbnl.org. Door de jaren heen is er daardoor te weinig aandacht besteed aan schrijvers en literatuur in de kantlijnen van de geschiedenis. DBNL wil echter een plek zijn voor zowel bekende als onbekende stemmen. Daarom startte DBNL in 2021 een traject naar meer representativiteit en meerstemmigheid in haar collectie.

De DBNL-collectie staat voor velen gelijk aan literaire klassiekers uit Nederland en Vlaanderen. Je kunt er inderdaad de meeste canonieke werken uit ons taalgebied raadplegen. Maar je vindt er ook secundaire literatuur, cultuurhistorische en taalkundige werken. De DBNL-collectie omvat op dit moment ruim 10.000 boeken en 5.000 tijdschriftjaargangen. En de collectie groeit jaarlijks. Behalve teksten uit Nederland en Vlaanderen omvat DBNL ook werken uit Suriname en de Caribische eilanden. DBNL richt zich dus nadrukkelijk op het hele Nederlandse taalgebied.

Maar hoe komt die collectie tot stand? Daarvoor kan de adviescommissie DBNL-collectie niet anders dan bogen op de literatuurgeschiedenis zoals die geschreven wordt door vakgenoten die benoemen welke boeken er in het verleden toe deden of er nu nog toe doen. Een belangrijke basisbron voor DBNL op het vlak van literaire werken is de reeks Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur. Voor niet-literaire teksten, zoals taalkundige werken, zorgt de adviescommissie DBNL-collectie in samenwerking met experten voor aanvullende selectiecriteria.

Een literatuurgeschiedenis als richtsnoer gebruiken, zorgt er echter voor dat je niet de meest diverse collectie uitbouwt. DBNL reproduceerde gedurende lange tijd de literaire hiërarchie zoals die vastgelegd is in secundaire bronnen en in ons collectieve geheugen. Bepaalde stemmen en genres zijn immers vaak ondervertegenwoordigd in toonaangevende secundaire bronnen. Denk dan bijvoorbeeld aan vrouwelijke schrijvers of schrijvers uit de voormalige koloniën, maar ook aan genres zoals jeugdliteratuur of lhbtqia+-literatuur.

IMPORTANT
Beeldstudio, KB.

Is dat een probleem? Volgens DBNL wel. Ten eerste wil DBNL representatief zijn voor het hele taalgebied, maar dan moet haar collectie dat ook zijn. Ten tweede is DBNL een belangrijke bron voor onderwijs en onderzoek in Nederland en Vlaanderen, en in de internationale neerlandistiek. Voor buitenlandse universiteiten is DBNL vaak onmisbaar voor het aanleveren van Nederlandstalige teksten. De werken op DBNL zijn toegankelijk, gemakkelijk vindbaar, betrouwbaar en gratis raadpleegbaar. Alles is bovendien volledig doorzoekbaar, je kunt woorden tellen en je kunt andersoortige analyses doen, zoals data-onderzoek. Als bepaalde stemmen en genres ontbreken op DBNL, dan werkt dat dus door in onderzoek en onderwijs.

Naar meer representativiteit en meerstemmingheid

In 2021 besloot DBNL om actief in te zetten op het vergroten van de representativiteit en de meerstemmigheid van haar collectie. In de eerste plaats werd er binnen deze doelstelling ingezet op het wegwerken van gekende hiaten in de collectie, met name literatuur van vrouwen, literatuur uit de voormalige koloniën, jeugdliteratuur en lhbtqia+-literatuur. De eerste belangrijke stap hierbij is het opstellen van een aanvullend selectiecriterium en een aanvullende selectielijst voor elk hiaat.

Deze taak wordt vaak belegd bij een onderzoeksstagiair die begeleid wordt door de adviescommissie DBNL-collectie en experten in het veld. Om een dergelijk criterium op te stellen, moeten ideologische vragen beantwoord worden. Vragen die niet altijd even rechtlijnig zijn en die per thema verschillen. Voor lhbtqia+-literatuur stuit je dan op vragen zoals: Welke periode-afbakening kies je? Welke selectiecriteria hanteer je: de identiteit van de auteur, de thematiek van een werk, of iets anders? Maar voor literatuur uit de voormalige koloniën heb je vragen zoals: Moet je het evenwicht bewaren tussen de teksten van de kolonisator en de gekoloniseerde? Zo ja, hoe? Neem je niet-Nederlandstalige werken op? Bij het opstellen van het selectiecriterium en de selectielijst valt de stagiair waar mogelijk ook terug op de expertise van organisaties in het veld. Voor het criterium voor lhbtqia+-literatuur waren dat bijvoorbeeld instanties zoals IHLIA en Kartonnen Dozen.

Als er keuzes gemaakt zijn, eindigt DBNL met een werkdefinitie voor elk thema. Deze definitie geeft aan welke werken voor DBNL onder dat thema vallen en welke niet. De werkdefinitie voor lhbtqia+-literatuur is bijvoorbeeld:

“Voor de doeleinden van DBNL kan LHBTI+-literatuur beschouwd worden als literatuur waarbij LHBTI+ een thema is; een auteur die zich identificeert als onderdeel van de LHBTI+- gemeenschap schrijft dus niet per definitie LHBTI+-literatuur. Daarbij is het voor teksten tot 1971 genoeg om een expliciet LHBTI+-personage ten tonele te voeren; voor latere teksten is een rol voor een LHBTI+-personage niet genoeg, maar moet het werk ook expliciet een LHBTI+-thema behandelen.”

IMPORTANT

Deze concrete richtlijnen worden gebruikt om per thema een lijst op te stellen van werken die DBNL gaat digitaliseren. Deze selectielijsten zijn dan ook cruciaal voor het DBNL-digitaliseringsteam.

De DBNL-hiaten zijn echter niet weg eens we een selectiecriterium en -lijst hebben. DBNL stuit vaak op praktische problemen bij het digitaliseren van deze collecties. Ten eerste zijn de werken binnen deze collecties vaak minder goed bewaard gebleven. DBNL heeft echter altijd een fysiek of digitaal exemplaar van een werk nodig om het te kunnen digitaliseren. Daarnaast zijn de werken binnen deze aanvullende criteria soms ook duurder om te laten digitaliseren. Denk dan bijvoorbeeld aan literatuur van vroegmoderne vrouwen. Hun werken werden in latere periodes vaak niet herdrukt, zoals dat bij mannelijke auteurs wel gebeurd is. Hierdoor hebben we voor vrouwelijke auteurs vaak enkel edities voorhanden in moeilijk leesbare lettertypes zoals het Gotisch schrift. De digitalisering van werken in deze lettertypes vraagt meer tijd en dus ook meer geld.

Zoals de titel van dit stuk aangeeft, is DBNL op weg naar een verhaal van klassiekers en kantlijnen. Waarbij de nadruk ligt op het ‘op weg zijn’. DBNL pretendeert niet te weten hoe je het pad naar een representatievere en meerstemmigere collectie moet bewandelen. De weg is voor DBNL ook nog lang: een weg vol praktische problemen en nieuwe hiaten die nog weggewerkt moeten worden. DBNL is en zal altijd een plek blijven waar je terechtkunt voor literaire klassiekers, maar hopelijk zijn we op termijn ook de plek waar je vergeten stemmen uit onze geschiedenis kunt ontdekken en appreciëren.

DBNL komt tot stand door een samenwerking tussen de Vlaamse Erfgoedbibliotheken, de Taalunie en KB, nationale bibliotheek van Nederland.

IMPORTANT

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be