Herkomstmerken in de vroegste Vlaamse gedrukte boeken in IMPRESSVM

META Nummer 2023/8

Herkomstmerken in de vroegste Vlaamse gedrukte boeken in IMPRESSVM

Geschreven door Heleen Wyffels
Gepubliceerd op 07.12.2023
IMPORTANT
Het begin van het eerste boek, afgewerkt in Gent-Brugse stijl. UGent BIB.G000002.

550 jaar geleden drukte Dirk Martens in Aalst het eerste gedateerde boekje in onze contreien. Hiermee deed de revolutionaire technologie van de boekdrukkunst bij ons haar intrede. De eerste boeken – zij die gedrukt werden voor 1501 – worden incunabelen of wiegendrukken genoemd. Ze nemen een unieke plaats in binnen ons gedrukte erfgoed als schakels tussen manuscripten en gedrukte boeken. Hoe vat je de complexiteit van deze incunabelen in een beschrijving? Wat vertellen ze over de weg die ze aflegden voor ze in een erfgoedcollectie belandden? Dat zijn de vragen waarmee het project IMPRESSVM. De wieg van de Vlaamse boekdrukkunst aan de slag ging.

Met IMPRESSVM bracht de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheken de vijftiende-eeuwse boekdrukkunst in Vlaanderen in kaart. Dankzij een projectsubsidie van de Vlaamse overheid en de samenwerking van 38 binnen- en buitenlandse organisaties realiseerde het project een open access-informatiebron die collecties met Vlaamse incunabelen zichtbaar maakt.

Tussen handschrift en oude druk

Voor de eerste drukkers en hun klanten hoorde een boek eruit te zien als een handschrift. Logisch, want dat is hoe boeken er tot dan toe uitzagen. De eerste drukkers beriepen zich voor de vormgeving op de middeleeuwse handschriftencultuur, bijvoorbeeld voor het ontwerp van lettertypes. Pas vanaf de zestiende eeuw kreeg het gedrukte boek zijn eigen karakter. Incunabelen vormen hierdoor een belangrijke schakel in de ontwikkeling van het boek zoals we het nu kennen. 

Unieke objecten

Het in Vlaanderen gedrukte erfgoed tot 1801 wordt geregistreerd in STCV. De Vlaamse bibliografie van het handgedrukte boek (stcv.be). De uitgebreide, gestandaardiseerde bibliografische methode van STCV bleef ook voor IMPRESSVM de basis. De eigenheid van incunabelen kan echter niet zomaar gevat worden met deze methode. Zo stelt het gebrek aan titelpagina’s en katernsignaturen de catalograaf voor een uitdaging.

Wie er geld voor over had, kon bovendien aan zijn of haar incunabel nog initialen, randversiering en rubricering laten toevoegen, zoals ook manuscripten versierd werden. Deze ‘postproductie’- toevoegingen maken van elk exemplaar een uniek object. STCV beschrijft echter edities, geen afzonderlijke exemplaren, waardoor deze bijzondere elementen niet te registreren waren. Daarom ontwikkelden we speciaal voor dit project een exemplaarmodule. Die is opgebouwd rond drie thema’s: decoratieve elementen, boekbanden en herkomstmerken. Die laatste lichten we hier verder toe.

Herkomstmerken, of de levensweg van een boek

Herkomstmerken vertellen ons iets over de vorige eigenaren van het boek, bijvoorbeeld doordat die hun naam in hun boek schreven. Interesse in herkomstmerken blijkt onder meer uit het internationale project Material Evidence in Incunabula. Bij veel bibliotheken komt herkomstinformatie echter terecht in tekstvelden die niet doorzoekbaar zijn, wanneer de catalograaf tijd had om ze op te nemen. Een mooie uitzondering is de herkomstmodule van de Hendrik Conscience Erfgoedbibliotheek (Antwerpen).

Incunabelen vormen een belangrijke schakel in de ontwikkeling van het boek zoals we het nu kennen

IMPRESSVM maakt hier nu, voor de Vlaamse incunabelen, een grote sprong. In de nieuwe module registreerden we alle herkomstmerken, waarbij we het type aanduiden, een transcriptie of beschrijving noteren en naar authority records voor boekeigenaars linken. We voegen ook datering en plaats toe. Wanneer je dezelfde eigenaar verschillende keren tegenkomt, kun je zo een verspreid geraakte bibliotheek weer samenstellen. Omgekeerd is het ook mogelijk de levensweg van een individueel boek te volgen.

Reconstructie van een boekenleven

Een rijk voorbeeld van een boek dat we van drukkerij tot huidige bewaarplaats kunnen volgen, is een exemplaar van Boethius’ De consolatione philosophiae dat vandaag in de Gentse Boekentoren ligt (UGent BIB.G.000002, STCV 12914534). Het boek startte zijn leven in dezelfde stad, in het atelier van Arend de Keysere in 1485. De drukker koos voor folioformaat, het grootste. De tekst in het Latijn is vergezeld van een Nederlandse vertaling en commentaar.

De eerste herkomstmerken zijn meteen de opvallendste. Het begin van het eerste boek is rijkelijk versierd met een miniatuur en randversiering in Gent-Brugse stijl. Deze afwerking gebeurde nog in de vijftiende eeuw, dus kort na de publicatie. In totaal zijn er vijf wapenschilden te zien. Vier bevinden zich in de marge. Waarschijnlijk zijn dat de voorouders van de persoon wiens wapen centraal onderaan en in de initiaal afgebeeld is. Ze zijn mogelijk te linken aan de Brugse patriciërsfamilies De Baest, De Vos of D’Ault.

Op een extra ingebonden blad perkament is nog een wapenschild toegevoegd, in een andere hand dan die van de eerste bladzijde. Waarschijnlijk dateert ook dat uit de vijftiende eeuw. Ook op de band vinden we een wapenschild, dat helaas niet meer te identificeren is.

De zestiende-eeuwse eigenaren lieten hun sporen achter op een eenvoudigere manier: met pen. Drie inscripties laten zien hoe waardevol dit mooi afgewerkte boek was voor zijn bezitters. Hoewel je een groot boek als dit weliswaar niet zomaar kwijtraakt, waren de eigenaren toch bezorgd.

IMPORTANT
Inscriptie op het achterdekblad waarin Joos ‘de mooiste dochter van het huis’ belooft in ruil voor zijn boek. UGent BIB.G000002.

Op het voordekblad beloofde Samuel Couke een geldelijke beloning aan de eerlijke vinder. Op het achterdekblad doet Joos De Vos dat ook met een gedateerde inscriptie uit 1526. Deze vond Joos blijkbaar niet overtuigend genoeg, want in 1567 schreef hij nog een inscriptie, die duidelijk maakt hoezeer hij het meent: “Desen bouck behoort toe Joos De Vos. Die ze vynt ofte weder brynt die zael hebben een zelver pennick / ofte docaette ofte denirius ofte de scoonste dochtere / vanden huus. Int jaer a[nn]o 1567 den 28en [decem]b[er].” (Dit boek behoort toe aan Joos De Vos. Wie ze vindt of terugbrengt, die zal hebben een zilveren penning, of dukaat, of denier, of de schoonste dochter van het huis.)

Later komt het boek in religieuze handen. De Brugse jezuïeten lieten hun sporen achter met drie inscripties in een zeventiende-eeuwse hand. Het boek bleef nog langer in deze kringen, zo getuigt een bibliotheekstempel van het seminarie van de Belgische provincie van de jezuïeten. Vandaag ligt het boek in de Boekentoren van de Universiteit Gent (UGent). De analyse van herkomstmerken laat toe om deze Boethius te volgen door de eeuwen heen, van Gent naar Brugge en terug, van rijke Bruggelingen over de jezuïeten naar de universiteit. Andere Vlaamse incunabelen legden veel grotere afstanden af, of bleven net eeuwen in dezelfde handen. Elk boek heeft een eigen verhaal te vertellen.

Vroegste gedrukte erfgoed diepgravend ontsloten

Door de registratie van incunabelen, inclusief exemplaarkenmerken zoals herkomstmerken, geeft IMPRESSVM een belangrijke impuls aan het beheer, de waardering en de valorisatie van dat uitzonderlijke erfgoed. De ontwikkelde kennis stelt collectiebeheerders in staat de incunabelen in hun eigen collectie naar waarde te schatten.

Is je interesse gewekt in dit vroegste gedrukte erfgoed? Dan kun je nu al de editiebeschrijvingen van incunabelen raadplegen via stcv.be. Begin 2024 komt ook de exemplaarmodule online. Vanaf dan kun je zoeken op de exemplaarkenmerken van deze uitzonderlijke boeken.

Met grote dank aan alle collectiebeheerders en expertisepartners voor hun onmisbare hulp en inzet.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be