De geschiedenis en het erfgoed van de stad Gent liggen verspreid in bibliotheken, musea, archieven, diensten en verenigingen. Erfgoedinstellingen hebben de voorbije jaren hard gewerkt aan het digitaliseren van hun collecties waardoor er nu een schat aan materiaal online beschikbaar is, evenals allerlei soorten open datasets. De grote vraag is hoe we al deze digitale puzzelstukjes zinvol kunnen (her)gebruiken en samenbrengen. Hoe kunnen we in de veelheid aan databanken verbanden ontdekken tussen objecten? En hoe kunnen we de online toegang tot erfgoed en kennis vereenvoudigen voor het publiek?
Gent Gemapt biedt een antwoord op deze vragen door te kijken naar de rol van ‘plaats’. Het cultureel-erfgoedproject is een samenwerking van de Universiteitsbibliotheek Gent, het Stadsmuseum Gent (STAM), het Huis van Alijn, het Industriemuseum, Archief Gent, Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis (Amsab-ISG), Liberas en Erfgoedcel Gent. De acht erfgoedpartners beheren samen talrijke collecties die variëren in thema en type. Via een interactieve kaart op GentGemapt.be worden hun collecties opnieuw met elkaar verbonden aan de hand van historische kaarten en plaatsen. De technische ontwikkeling en de coördinatie van Gent Gemapt gebeuren door het Ghent Centre for Digital Humanities (GhentCDH) van de Universiteit Gent (UGent). Het project kreeg een projectsubsidie van het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en investeringsmiddelen van CLARIAH-Vlaanderen - Open Humanities Service Infrastructure.
Gent Gemapt vertrekt vanuit het idee dat vrijwel alle vormen van cultureel erfgoed een ruimtelijk aspect hebben en dat het gebruik van kaarten en geografische referenties een interessante manier is om erfgoed beter toegankelijk te maken. Veel collecties, zoals postkaarten, fotoalbums, bouwtekeningen en tal van publicaties, kunnen in principe op een kaart gezet worden. Door plaats als een verbindend element te gebruiken, doorbreken we de barrières tussen de verschillende bewaarinstellingen en brengen we gefragmenteerde collecties weer samen. De eerste vraag daarbij is hoe de ruimtelijke kenmerken van deze objecten weerspiegeld worden in hun metadata.
Meemoo, het Vlaams instituut voor het archief, biedt in dat opzicht waardevolle richtlijnen via het Invulboek Objecten, een handleiding voor het documenteren van culturele erfgoedobjecten in collectiebeheersystemen. In dat invulboek wordt het concept van de afgebeelde locatie besproken als onderdeel van de basisregistratie.
Deze basisregistratie is slechts een startpunt, de uiteindelijke methode voor het vastleggen van gegevens varieert tussen de verschillende instellingen. Bij een bevraging van onze partners werd duidelijk dat er verschillende gangbare praktijken zijn voor het documenteren van de ruimtelijke gegevens van erfgoedobjecten. Sommige instellingen noteren specifieke adressen, terwijl andere geografische coördinaten gebruiken, plaatsnamen als trefwoorden toevoegen, of deze informatie verwerken in de algemene omschrijving van het object. Partners geven bovendien aan dat ‘plaats’ vaak niet het primaire registratieveld vormt, zeker niet voor thematischere fondsen. De registratiemethode volgt in het beste geval een interne logica, maar voor het hergebruik van de collectiestukken op een platform als GentGemapt.be, voor de verbinding en vergelijking van stukken over bewaarinstellingen heen, en voor de zoektocht van de eindgebruiker, is dat niet optimaal. Welke aanpak zou wel geschikt zijn om de objecten ruimtelijk te ontsluiten?
De meeste methodes om erfgoedobjecten ruimtelijk te omschrijven, baseren zich op een exacte locatie: een adres of geografisch coördinaat. Zo kun je een foto van het Gentse Wintercircus lokaliseren met de coördinaten 51.04820, 3.72848, die verwijzen naar de positie van de fotograaf op het moment van de opname. Coördinaten zijn gemakkelijk te delen vanwege hun gestandaardiseerde notitie, maar ze confronteren ons met een aantal problemen. Hoe beschrijf je bijvoorbeeld via coördinaten dat meerdere foto’s elk vanuit een andere invalshoek het Wintercircus tonen? Wat met erfgoedstukken die geen foto zijn, maar een tekening van een interieurdetail, een affiche van een voorstelling die er plaatsvond, een bouwplan dat niet uitgevoerd werd, een manuscript dat er geschreven werd?
Het is niet per se zinvol om objecten met elkaar te verbinden, louter omdat ze geografische coördinaten delen: op de locatie van het Wintercircus in Gent strekte zich ooit katoenspinnerij De Gandt-Vander Schueren uit, maar die twee plaatsen, en het erfgoed dat ze voortgebracht hebben, hebben verder niets met elkaar te maken. Bovendien zijn coördinaten niet gemakkelijk te onthouden en een zoekinterface die enkel op getallen gebaseerd is, zou zeer verwarrend zijn voor gebruikers en registratoren. Het clusteren van nabijgelegen coördinaten tot eenzelfde ‘plaats’, lost zeker niet alle kwesties op in een dichtbebouwde en historisch gelaagde stad. In het dagelijkse leven gebruiken mensen nu eenmaal geen breedte- en lengtegraden, maar spreken ze over steden, wijken en straten.
Het gebruik van adressen is een andere methode om objecten ruimtelijk te omschrijven en kan volstaan voor stukken die verband houden met hedendaagse plaatsen, maar voor historische plaatsen duiken al snel gelijkaardige problemen op. Een straat verandert van naam en ligging, huisnummers en ingangen worden aangepast, en op hetzelfde adres kunnen qua vorm en type verschillende ‘plaatsen’ bestaan hebben. In de zoekinterfaces is de winst eveneens beperkt, want van veel historische gebouwen – het Gravensteen, het stadhuis, de Boekentoren – kent niemand het exacte adres uit het hoofd. Als we nadenken over ruimtelijke ontsluiting, is het dus nuttig om stil te staan bij hoe mensen over ruimte denken en hoe ze die ervaren.
Bovenstaande voorbeelden wijzen er al op dat ruimtelijk denken niet te herleiden valt tot een exacte locatie of ligging. ‘Plaatsen’ zijn fysieke locaties die betekenisvol zijn vanwege hun publieke status, persoonlijke ervaringen of collectieve herinneringen. Plaatsen zijn dynamisch: ze ontstaan, groeien in omvang, veranderen van naam en functie, en kunnen verdwijnen. Omdat ze verbonden zijn met ons visueel en collectief geheugen, dragen ze een schat aan culturele betekenis met zich mee.
Voor de erfgoedsector vormen plaatsen daarom een zinvolle insteek om de ruimtelijke kenmerken van hun collecties te beschrijven. Vanwege hun dynamische karakter zijn plaatsen complexer dan coördinaten, en dat maakt ze des te boeiender. Maar hoe registreer je ‘plaats’ concreet en consistent in je collectie? Plaatsen hebben namelijk vaak verschillende namen, in verschillende talen, en bij historische plaatsen is de kans groot dat de naam, net als de geografische locatie, in de loop der tijd weleens verandert. Dat was ook het geval voor het negentiende-eeuwse Nieuw Circus, ook wel Nouveau Cirque genoemd, dat vanaf de jaren 1950 bekendstond als (Fiat-)Garage Mahy en in 2022 heropende als evenementenzaal Wintercircus.
In de informatiesector is het uitwisselen van data gebruikelijk en meer en meer noodzakelijk. Daarom is een gestandaardiseerde vorm van metadata zo belangrijk. Een goede methode om iets eenduidig te beschrijven, is door het gebruik van unieke codes. In vaktermen staan deze bekend als URI’s (Uniform Resource Identifiers) of identifiers. In eenvoudige bewoordingen is een identifier een code die op een unieke manier verwijst naar een entiteit, zoals een persoon of plaats. Het gebruik van URI’s draagt bij aan het openstellen van culturele data, omdat deze identifiers het gemakkelijker maken om informatie terug te vinden. Naast hun eigen identifiers, kunnen organisaties verbindingen leggen met externe identifiers om objectbeschrijvingen verder te verrijken.
Voor het beschrijven van ruimtelijke informatie – aan de hand van plaatsen – kunnen externe bronnen gebruikt worden. Internationale thesauri zoals Getty, Geonames en Wikidata zijn populair, maar ook op nationaal niveau zijn er waardevolle bronnen, zoals de Inventaris Onroerend Erfgoed van het Agentschap Onroerend Erfgoed en meer recent het Gebouwen- en Adressenregister van de Vlaamse overheid. Toch schieten de bestaande geografische thesauri tekort voor specifieke, (hyper)lokale collecties. Dat was ook het geval voor Gent Gemapt, dat het volledige grondgebied van de stad Gent als ruimtelijke afbakening heeft. Plaatsen binnen een stad of gemeente zijn meestal niet opgenomen in deze internationale thesauri. De nationale of Vlaamse alternatieven die dat wel doen, zoals de Inventaris Onroerend Erfgoed of het Gebouwen- en Adressenregister, missen dan weer (historische) gegevens vanwege hun respectievelijke focus op onroerend erfgoed en hedendaagse geo-informatie.
Gent Gemapt heeft om die redenen een eigen plaatsregister ontwikkeld met (historische) plaatsen in Gent. Deze thesaurus bouwt voort op de plaatslijst in de museum-applicatie Zichten op Gent (STAM, 2008), maar is aanzienlijk uitgebreid, geactualiseerd en gelinkt. Elke plaats in het register heeft een gedetailleerde beschrijving, typering en datering, en geografische coördinaten. Het resultaat is een omvangrijke dataset van meer dan 4.000 zorgvuldig gedocumenteerde locaties. Bij het opstellen is rekening gehouden met het openbare of op zijn minst zichtbare karakter van plaatsen. Dankzij datasets aangeboden door de Vlaamse overheid en het Open Data Portaal van stad Gent zijn alle straten, pleinen, parken en bruggen van de stad opgenomen.
Verder zijn ook tal van historische en hedendaagse openbare gebouwen, scholen, culturele instellingen, bibliotheken, fabrieken, woonwijken en horecagelegenheden toegevoegd. Er zijn externe identifiers opgenomen die de koppeling maken naar externe bronnen zoals de Inventaris Onroerend Erfgoed, Wikidata en de Vlaamse CRAB-stratenlijst – hoewel deze laatste bron inmiddels stopgezet is en sinds 2023 vervangen is door het Wegenregister. Om te vermijden dat (enkel) de gevestigde historische inzichten herhaald en bevestigd worden, werkt Gent Gemapt samen met de erfgoedpartners om hun actuele projectwerk te integreren. Zo krijgen onder andere de verborgen stadsgeschiedenissen die Tina De Gendt ontdekt in het participatieve project De Vierkante Kilometer van het STAM/Erfgoedcel Gent, hun plaats op Gent Gemapt.
Meer dan 10.000 gedigitaliseerde erfgoedobjecten werden gekoppeld aan het plaatsregister en zijn op GentGemapt.be in hoge resolutie beschikbaar dankzij het gebruik van het International Image Interoperability Framework (IIIF). Deze standaard voor de uitwisseling van beeld en metadata maakte het mogelijk om collecties van acht partners duurzaam te verzamelen en op één platform weer te geven. De mate waarin IIIF reeds gebruikt werd, was verschillend voor elke partner. Sommige organisaties waren vertrouwd met de technologie terwijl andere via Gent Gemapt hun eerste stappen zetten richting IIIF via de Shared Canvas-infrastructuur van de Universiteitsbibliotheek of via het gelijktijdig lopende stadsproject Collectie van de Gentenaar.
Per partner werden collectiefondsen geselecteerd, en de IIIF-manifesten van deze objecten werden handmatig of semi-automatisch gekoppeld aan het plaatsregister. De mapping was arbeidsintensief vanwege het gebrek aan standaardisatie van ruimtelijke informatie, het resultaat van een tekort aan geschikte thesauri. Met het plaatsregister leverde het project de instellingen een instrument om het in de toekomst volgens eenzelfde methode aan te pakken.
Door het gebruik van het plaatsregister werden niet alleen voor de hand liggende collecties zoals prentbriefkaarten en bouwplannen beter toegankelijk, maar ook lokale publicaties. Alle artikels in de lokale historische tijdschriften Ghendtsche Tydinghen en Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent waren reeds gescand en geregistreerd door vrijwilligers en ontsloten via Open Journals door de Universiteitsbibliotheek.
Open Journals is het online platform voor de publicatie van wetenschappelijke tijdschriften met een UGentvertegenwoordiging. Omdat de artikels in open access beschikbaar zijn, konden ze systematisch gekoppeld worden aan het plaatsregister van Gent Gemapt. Zo worden deze lokale publicaties op een nieuwe, ruimtelijke manier ontsloten. Voor gebruikers biedt deze koppeling de mogelijkheid om snel extra informatie te raadplegen, en stimuleert het de informatiegeletterdheid en onderzoeksvaardigheden. Het ontsluiten van publicaties op ruimtelijke basis creëert dus ook nieuwe mogelijkheden voor (erfgoed-) bibliotheken.
In een bredere context ondersteunen we de oproep van het Departement Cultuur, Jeugd en Media voor een Vlaams termennetwerk, vergelijkbaar met de Nederlandse versie ontwikkeld door het Netwerk Digitaal Erfgoed. Een termennetwerk werkt als een zoekmachine voor terminologiebronnen. Een collectiebeheerder kan tijdens het beschrijven van erfgoedobjecten een termennetwerk raadplegen om de meest geschikte termen te selecteren voor een object.
Het collectiebeheersysteem slaat vervolgens de identifiers van de gekozen term op. Hierdoor wordt een efficiënte link gelegd tussen erfgoedobjecten en terminologiebronnen. Het is belangrijk dat de sector gezamenlijk nadenkt welke praktijken goed werken en wat verbeterd kan worden. Richtlijnen voor collectieregistratie en terminologiebronnen kunnen namelijk niet in een vacuüm ontwikkeld worden; ze hebben input nodig van experten uit de sector. Gent Gemapt kan in dat opzicht dienen als voorbeeldproject waarin technologie en menselijke expertise samenkomen op het gebied van ruimtelijke metadatering.
Waarom ziet de stad eruit zoals ze is? Door erfgoed, kaarten en geschiedenis te verbinden aan plaatsen in de stad, biedt GentGemapt.be een nieuw portaal waar mensen zelf op onderzoek kunnen gaan. Via het afgeleide platform Gent Verrijkt kunnen Gentenaars hun eigen kennis over de stad en haar erfgoed delen. De projecttijd liep af in oktober 2023, maar Gent Gemapt blijft de ruimtelijke dimensie van erfgoed en kennis belichten. De stedelijke erfgoedpartners hebben zich elk geëngageerd om (delen van) GentGemapt.be verder te exploreren en te onderhouden als gemeenschappelijk platform voor ontsluiting, participatieve verrijking en erfgoedwerk.
Het GhentCDH garandeert het technisch onderhoud van GentGemapt.be voor nog minstens vijf jaar. Door het documenteren van de gebruikte opensourcetechnologieën, zoals OmekaS, IIIF en linked open data, en het delen van best practices, biedt Gent Gemapt een infrastructuur die ook toepasbaar is voor andere steden en regio’s. Het GhentCDH zal via nieuwe projecten onderzoeken hoe Gemapt gebruikt kan worden voor andere thema’s en kennisdomeinen en door andere dan culturele instellingen.
Voor het Gentse erfgoedwerk is het essentieel dat het plaatsregister bruikbaar blijft, ook buiten het presentatieplatform van GentGemapt.be. De Universiteitsbibliotheek neemt het beheer van het plaatsregister in handen en denkt samen met Archief Gent en het GhentCDH na over de beste manier om dat duurzaam te beheren en te publiceren als linked open data. Zo kan het een blijvend instrument zijn voor de consistente beschrijving van plaatsen. Deze ambitie draagt bij aan het gemeenschappelijk doel van al onze partners, namelijk het bevorderen van de ontsluiting, de verrijking en het hergebruik van erfgoedcollecties.
> fien.danniau@ugent.be (coördinatie)
> vincent.ducatteeuw@ugent.be (thesaurus).