Enkele maanden geleden publiceerde de Zuid-Afrikaanse auteur Jonny Steinberg een indrukwekkende dubbelbiografie (584 pagina’s) over Winnie en Nelson Mandela. Hier gaan we vooral in op de archiefcontext, en belichten we ook een deel van de evolutie die het Zuid-Afrikaanse archieflandschap doorgemaakt heeft sinds 1994.
Winne & Nelson is een biografie met drie hoofdpersonages: Winnie en Nelson Mandela, én hun huwelijk. Het boek is meesterlijk in de aandacht voor en deconstructie van de (zelf)representatie, retoriek, narratieve constructies en mythes die Winnie en Nelson Mandela over zichzelf gecreëerd hebben, en alle mogelijke contradicties die deze met zich meebrachten. Ze waren zich steeds zeer goed bewust van het theater van de politiek, ook bijvoorbeeld in de manier waarop ze zich kleedden en bewogen.
De Zuid-Afrikaanse maatschappij werd niet alleen gedomineerd door een extreem onderdrukkend apartheidsregime, ze werd ook verdeeld in een reeks tegenstellingen gebaseerd op huidskleur, klasse, gender, etnische groep, taal, religie, opleiding, enzovoort. Winnie en Nelson Mandela bevonden zich op verschillende kruispunten op deze assen en hun posities boden zowel mogelijkheden als (grote) beperkingen. De mise-en-scène van Nelson Mandela’s rollen als lid van de koninklijke familie van de Thembu (een van de door de Britten overwonnen Xhosa sprekende koninkrijken), jurist, zwarte patriarchale leider van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), huisvader, aanvoerder van de gewapende strijd, beroemdste gevangene ter wereld en uiteindelijk minzame president, was steeds uitstekend voorbereid, maar niet vrij van interne tegenstellingen. Hetzelfde geldt a fortiori voor de rollen van Winnie Mandela, als mooi ‘modern meisje’ in de jaren vijftig, maatschappelijk werkster, echtgenote en moeder, kostwinner, politiek activiste en leider van een jongerenbende/persoonlijke militie in de late jaren tachtig, die de politiek van haar man vaak doorkruiste. Als een huwelijk in het publieke domein gebracht wordt, geldt dat ook voor gender en seksualiteit. Steinberg belicht prachtig de tegenstelling tussen de mannen- en vrouwenrollen van Nelson en Winnie Mandela, die voortvloeiden uit de normen van hun tijd, en de pijnlijke realiteit van gevangenschap en vervolging in een racistische maatschappij.
Het boek beschrijft hun levens en de bijzonder gewelddadige geschiedenis van Zuid-Afrika, vooral die van de tweede helft van de twintigste eeuw: een verhaal van onder andere staatsterreur, gewapende opstand, extreme folteringen en afrekeningen. De strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika was een burgeroorlog, met gruwelijk veel onschuldige slachtoffers. Steinberg schetst zijn personages met veel mededogen, maar wordt nergens hagiografisch. Hij doorprikt vele van de verhalen die over de Mandela’s verteld zijn (door henzelf of door anderen), en belicht ook hun (soms grote) fouten en vergissingen.