Indien je als bibliotheek leerkrachten wilt bereiken met het codeerbaar materiaal, dan zijn er twee pistes. Een aantal materialen zal geschikt zijn voor individuele en differentiatie-oefeningen. Hierbij is er vaak maar één exemplaar nodig waarbij een of enkele leerlingen er afzonderlijk mee aan de slag gaan. Voorbeelden hiervan zijn de mBot, Dash & Dot of Turing Tumble.
Vaak zal er in scholen nog klassikaal gewerkt worden en dan is het goed om voor klassets te zorgen. Zeer populair en financieel haalbaar zijn bijvoorbeeld Micro:bits waarbij je klassets kunt aankopen met daarin tien exemplaren voor ongeveer 220 euro.
Codeer je bibliotheek
Behalve een ontleenbaar aanbod kun je als bibliotheek op regelmatige tijdstippen ook codeersessies organiseren waarbij alle codeermaterialen in de bibliotheek beschikbaar zijn en de kinderen er ter plekke mee aan de slag gaan. Begeleiding door iemand met enige voorkennis is uiteraard een meerwaarde op deze momenten. Het is echter geen probleem indien dat niet het geval is. De educatieve basis van het computationele aanbod ligt immers in het zelfontdekkend leren waarbij de begeleider hoofdzakelijk faciliteert en het leren door de kinderen zelf gestuurd wordt, al dan niet ondersteund door digitale bronnen. Zo leert het kind niet louter uitvoerend te handelen, maar ook kritisch te denken, probleemoplossend te werken en tot samenwerking te komen.
Tot slot
Kinderen groeien op in een hoogtechnologische en geïnformatiseerde maatschappij. Door opvoeding en educatie leert men om te gaan met de bijbehorende 21ste-eeuwse vaardigheden, zoals mediawijsheid en digitale geletterdheid. Hier zien we een toenemende ongelijkheid tussen kinderen die de nodige impulsen krijgen in hun thuissituatie en kinderen die achterop dreigen te raken.
Het is dus noodzakelijk dat de school hier een inhoudelijke taak opneemt en het luik computationele vaardigheden aanbiedt in haar aanbod. Dankzij onder meer de Digisprong beschikken de meeste scholen onderhand over de nodige computers en tablets. De aankoop van programmeerbare robots en materialen is echter minder evident. Vaak zijn deze duur en worden ze minder intensief gebruikt, is er minder kennis over en vindt men het aanbod te groot en te weinig transparant.
Hier ligt een uitdaging voor bibliotheken. Een ontleenbaar basisaanbod van educatieve robotjes en andere codeermaterialen zal tegemoetkomen aan een nood bij leerkrachten. Indien men deze dankzij lokale bibliotheken kan ontlenen, zullen zij een rijk aanbod aan hun leerlingen kunnen bieden en ieders interesse in het computationele denken kunnen behouden en stimuleren, ook bij de leerlingen die door hun thuissituatie hier geen directe stimulans toe kregen. Mogelijk heeft het ook een bijkomend aanzuigeffect waarbij leerlingen de materialen die ze in hun klas hebben leren kennen, nadien ook komen ontlenen in de bibliotheek om er thuis verder mee aan de slag te gaan.
In een 21ste-eeuwse gedigitaliseerde maatschappij kan een bibliotheek een verbindende rol spelen bij het aanbieden van leermaterialen in het kader van computationele vaardigheden voor scholen, hun onderwijzers en hun leerlingen. Op deze wijze wordt er gewerkt aan een gelijkekansenbeleid op het vlak van 21ste-eeuwse vaardigheden en wordt er een positieve ervaring geboden inzake techniek en wetenschappen aan opgroeiende kinderen.