Remco: Beide verenigingen kunnen perfect naast elkaar bestaan en op sommige vlakken kunnen we misschien zelfs samenwerken. Het engagement blijft wel een uitdaging, maar dat geldt voor het hele verenigingsleven.
Wim: Inderdaad, het FAAD heeft zeker nog bestaansrecht naast de VVBAD, maar we moeten dan wel goed communiceren dat we een open organisatie zijn waar afgestudeerden terechtkunnen.
Waarom zou je pas afgestudeerden aanraden om zich aan te melden als bestuurslid van het FAAD?
Dieter: Wie weet vind je als afgestudeerde wel je toekomstige partner. Er zijn toch heel wat koppels ontstaan in de sector (lacht).
Wim: Het FAAD heeft nog steeds een duidelijk gezicht en aanbod naast het andere aanbod dat al bestaat.
Betty: Misschien is de nood minder acuut dan in de jaren negentig, maar als je voor het eerst in de sector terechtkomt, dan word je met dezelfde dingen geconfronteerd. De tijden zijn fel veranderd, er is nu een bredere basis en meer draagvlak, maar dat kan altijd nog veranderen.
Harald: Ik was blij dat het FAAD er was in het begin. Mijn eerste werkervaring was in de privésector – waar er helemaal geen kader of houvast was, of anderen die bezig waren met archieven of er notie van hadden; daar is ondertussen wel verandering in gekomen. Het was fijn om naar de stuurgroep te komen, omdat je daar tenminste nog in vaktermen kon spreken en op de hoogte bleef van ontwikkelingen in de sector (lacht). Dat was voor mij een houvast.
Dieter: Als afgestudeerde is het soms moeilijk om je stoute schoenen aan te trekken om te onderhandelen, maar je moet jezelf blijven verkopen. Door ervaring en netwerken kun je dat leren.
Betty: Je moet je werking inderdaad verkocht krijgen en de mensen meekrijgen. En soms moet je inderdaad eens een rechte lijn een beetje ombuigen.
Frank: De laatste jaren heb ik tijdens het werkcollege heel bewust op het managementaspect van archiefbeheer ingezet. Aan de hand van bijvoorbeeld een rollenspel moesten studenten hun casus verdedigen.
Remco: De vacatures – uit de brede sector – op onze website worden vaak bekeken. Het heeft echt effect, want een van de huidige leden van de stuurgroep heeft haar job via de website gevonden.
Frank: Pas afgestudeerden komen vaak in de sector terecht. Het FAAD speelde een rol in het binden van de studenten aan de archiefsector. Als ze van de sector afdwalen, kunnen ze deelnemen aan een studiedag.
Remco: We worden nu meer gerespecteerd en besturen beseffen dat een archivaris nodig is.
Harald: Het huidige bewind leidt ertoe dat je een informatiebeheerder best goed kunt gebruiken. Soms zitten alumni zelfs op posities waar het beleid gemaakt wordt.
Waar kan het FAAD nog meer op inzetten volgens jullie? Welke uitdagingen zien jullie voor de toekomst?
Frank: De professionalisering in stand houden, vormt een belangrijke uitdaging. Het is essentieel om nascholing in de vorm van studiedagen steeds te actualiseren en goede initiatieven te blijven organiseren.
Remco: We hebben een specifieke doelgroep binnen de sector. De periode tussen op zoek zijn naar werk en je weg zoeken in de sector is moeilijk. Belangrijk daarbij zijn netwerkvorming en opleidingen. De meeste archivarissen werken in de overheids- of gesubsidieerde privaatrechtelijke context. We mogen niet vergeten dat bedrijven ook nood hebben aan een goed beleid. Ze zetten daar steeds meer op in, je merkt die trend al duidelijk op in het buitenland. We moeten toch eens nadenken over het uitbreiden van onze werking. Ik denk hierbij aan de nieuwe graduaatsopleidingen informatiebeheer in Arteveldehogeschool en Erasmushogeschool Brussel. Misschien kunnen we ook voor hen iets betekenen, want het zou jammer zijn als er dan drie verenigingen zouden ontstaan. Het opleidingslandschap verandert, dus ook wij moeten mee veranderen.
Frank: De opleiding is veranderd naar een informatieopleiding, omdat de arbeidsmarkt dat vraagt. Je gaat je dan minder richten tot pas afgestudeerde historici. Met een informatiebeheerder krijg je een goed beleid, wat nodig is, want iedereen is bezig met het automatiseren en worstelt met dezelfde problemen. Maar als je kijkt naar erfgoed, dan wordt dat niet altijd gezien als de corebusiness.
Dieter: In Brugge hebben we veel geluk dat het stadsbestuur fel achter het erfgoed staat. Het is inderdaad zo dat een goed archiefbeleid dringend is, zeker na al de crisissen van de afgelopen paar jaar. Daar kan onze kennis goed van pas komen. Naar de toekomst toe kan dat echter snel veranderen en dat kan moeilijk worden. Het is al beter dan jaren geleden, maar we zijn er nog niet. We moeten waakzaam blijven en iedereen daar goed van bewustmaken.