Uitgave 4: Digitaliseren van analoge informatie
Deze laatste uitgave belicht een traditionelere kant van informatie- en archiefbeheer: de analoge informatie en dan specifiek het digitaliseren ervan. Het werk start met een theoretischer kader, maar er staan meer praktijkvoorbeelden in dan in de andere uitgaven. Het onderwerp is dan ook iets beperkter dan bijvoorbeeld het digitale werken. Een aantal thema’s hadden hier aan bod kunnen komen, zoals het beheer van analoge informatie, maar de redactie koos ervoor om meer in te zetten op digitale thema’s. Dat onderwerp heeft minder kans om gedateerd te raken, doordat er meer standaarden zijn.
Het eerste, theoretischere deel biedt een mooie basis voor de archivaris of informatiebeheerder om digitalisering van analoge documenten op te zetten. In dat deel komen heel wat stappenplannen aan bod en je kunt gebruikmaken van allerlei voorbeelden. Ondanks het feit dat het een theoretischer deel is, worden er diverse cases en praktische voorbeelden aangehaald. Dat maakt het gemakkelijker toepasbaar voor de gebruiker. Het hoofdstuk over substitutie vormt hierop een uitzondering. Het is een echt theoretisch luik en verwijst naar het wettelijk kader. Persoonlijk had ik dat hoofdstuk achteraan dit deel geplaatst, omdat het derde en vierde hoofdstuk beter aansluiten op hoofdstuk 1. Een verwijzing naar de case van de provincie Antwerpen in uitgave 2 was mooi geweest, omdat die dieper ingaat op substitutie. Alle hoofdstukken zijn deskundig samengesteld. Men is op zeer vaste grond; zoals eerder aangegeven kan men gebruikmaken van standaarden, bijvoorbeeld formaten als TIFF of JPEG. Diverse andere normen zijn ook vastgelegd in ISO-normering of zijn gebaseerd op jarenlange ervaring. Met dit deel bij de hand kun je meteen met een gerust hart aan de slag.
Deel 2 gaat dieper in op het omgaan met een overheidsprocedure voor digitalisering. Daarbij worden een modellastenboek en een modelovereenkomst aangeboden. Deze twee zaken zijn wat vreemd om te presenteren in een boek en horen misschien eerder thuis in het online portaal. Per slot van rekening zul je bij het opstellen van een overeenkomst of bestek niet snel zaken uit een boek overnemen, maar eerder gebruikmaken van voorbeelden of modellen die digitaal beschikbaar zijn. Heel handig zijn de tips over hoe je moet omgaan met zo’n overheidsopdracht en waar je in het bijzonder op moet letten. Het is jammer dat dat enkel voor digitalisering van analoog materiaal geldt. Er zijn andere thema’s die onderwerp kunnen zijn van een bestek, zoals het aanschaffen van software, materiaal enzovoort. In de andere uitgaven ga je wel de nodige informatie vinden, maar verzameld is het niet. Wat niet nodig is, is een algemene uitleg over overheidsopdrachten, daarvoor zijn er andere publicaties.
Ten slotte worden in deel 3 twee praktijkcases toegelicht. Beide praktijkcases zijn relevant, maar het is wat jammer dat ze zich in dezelfde sfeer bevinden. Een aantal zaken komen daardoor minder aan bod, zoals voorafgaande schoning of een stukje selectie van het dossier. Het was interessant geweest om diversere cases te zien, bijvoorbeeld een case waarin scanning on demand voorkomt. Het levert soms een aantal andere inzichten of keuzes op. Beide cases zijn echter heel deskundig toegelicht. Bij de eerste case valt op dat een aantal zaken zeer visueel voorgesteld zijn, bijvoorbeeld in grafieken of in schema’s, wat door de verschillende onderdelen van WKDV heen soms minder aan bod komt. Voor sommige lezers kan dat handig zijn. De tweede case is interessant omdat er meer vanuit een erfgoedkant gedacht is, een van de weinige keren in alle delen dat dat echt gebeurt. Het zorgt daardoor voor een aantal accentverschillen. Meestal is WKDV opgesteld vanuit een administratievere context en het kan geen kwaad om dat af en toe eens te doorbreken.
Conclusie
De redactie is erin geslaagd om vier evenwichtige edities samen te stellen. Voor heel wat onderwerpen kun je er terecht. Er zijn een aantal duidelijke keuzes gemaakt, de focus ligt op de digitale flows en (overheids)administratie. Voor de meeste lezers zal dat voldoende zijn, maar wie antwoorden zoekt voor bedrijven of op zoek gaat naar oplossingen voor problemen met analoge documenten zal misschien wat op zijn honger blijven zitten. Het voordeel is wel dat het geheel overzichtelijk blijft, wat bij de losbladige editie niet altijd het geval was. De vier boeken hebben ook een thema, al zal dat voor de totale leek niet altijd even duidelijk zijn. Een stukje achtergrondkennis om de logica van de uitgaven te doorgronden, is eigenlijk wel nodig. Heel handig zijn de startfiches vooraan en de begrippenlijsten achteraan. Deze geven een eerste snelle introductie tot een aantal onderwerpen. Door de diverse onderwerpen heen zijn er telkens praktijkvoorbeelden gebruikt die een en ander helpen verduidelijken. Er zijn echter een aantal kansen blijven liggen. Verwijzingen naar andere delen of andere uitgaven hadden hier en daar gekund en dat had de betreffende thema’s versterkt. Op deze manier blijft het opvallen dat er veel verschillende auteurs aan WKDV gewerkt hebben. Jammer is dat op een gegeven moment DAV zeer centraal komt te staan, dat had men anders kunnen doen, door bijvoorbeeld te vertrekken vanuit de praktijk.
De archivaris of informatiebeheerder heeft er een nieuwe beste vriend bij. Met dit werk word je geholpen in je dagelijkse werking. Om helemaal up-to-date te blijven, kun je het best ook het online portaal gebruiken, waarbij het belangrijk zal zijn om daarop vernieuwingen bij te houden. Zoals in het begin aangegeven, was het een gewaagde keuze om over te gaan naar een vastbladige editie, maar het is gelukt om de belangrijkste onderwerpen daarin te bundelen. Het lezersgemak is daarmee verhoogd en men is erin geslaagd om een aantal voordelen uit de losbladige editie mee te nemen naar deze vastbladige editie, zoals de startfiches. Hopelijk is dit geen afscheid, maar een nieuw begin, en zal de community rond WKDV zichzelf blijven heruitvinden. Op die manier zal de archivaris of informatiebeheerder op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen en kan die deze inzetten in het werk van alledag.