Een filosofische beschouwing van bibliotheekclassificaties

META Nummer 2021/9

Een filosofische beschouwing van bibliotheekclassificaties

Geschreven door Piet De Keyser
Gepubliceerd op 07.12.2021
IMPORTANT

De Indiër S.R. Ranganathan (1892-1972) is de belangrijkste theoreticus over bibliotheekclassificaties van de twintigste eeuw. Zijn Philosophy of Library Classification (1951) is niet zijn belangrijkste werk, maar wel een van de meest toegankelijke. Bovendien is het vrij uniek in zijn soort, want er is bitter weinig gepubliceerd over de filosofische aspecten van bibliotheekclassificaties.

Weinig interesse voor filosofie en theorie

De jongste decennia gaan de zeldzame filosofische beschouwingen over classificaties in de eerste plaats over vermeende vooroordelen erin, zoals bij Hope Olson, die de traditionele classificaties vanuit feministisch standpunt bestudeert – en te licht bevindt. Eigenlijk is er ook maar bitter weinig interesse voor classificatietheorie. Ranganathan moest dat zelf vaststellen toen hij gastcolleges gaf in de Verenigde Staten (VS): studenten willen alleen weten hoe ze met de bestaande classificaties moeten werken, niet wat eraan ten grondslag ligt.

Hij had nochtans grote ambities voor de filosofie van bibliotheekclassificaties: ze past volgens hem in het prestigieuze rijtje van wetenschappen die zich met kennis bezighouden, zoals psychologie, logica, ontologie en epistemologie. Binnen de bibliotheekclassificaties is er dan een historische hiërarchie, gaande van een eenvoudige boomstructuur, over de decimale classificatie tot – vanzelfsprekend – zijn eigen Colon Classification. Verrassend is dat niet: ook andere classificatiebouwers, zoals Henry E. Bliss, beschouwden hun eigen product gemakkelijk als het orgelpunt van een hele ontwikkeling.

Meer dan 'mark and park'

In een bibliotheek gebruiken we classificaties gewoon om een boek een plaats te geven, wat in de literatuur wel eens mark en park genoemd wordt. Veel boeken kun je niet onder één noemer vatten, maar dat lossen we dan wel op door er meerdere trefwoorden aan toe te kennen. Niet zo bij de grote classificatiebouwers: hun classificatie moest de inhoudelijke ontsluiting volledig opvangen. Ranganathan noemt trefwoorden dan ook een rem op de verdere ontwikkeling van classificaties. Hij ziet wel in dat het moeilijk wordt om dat in de praktijk gebruiksvriendelijk te maken.

Wanneer classificatiespecialisten plots allemaal dokters zouden worden, zouden ze zich naar de dissectiekamer haasten

Zo bespreekt hij enkele oplossingen, die naar zijn eigen zeggen onuitvoerbaar zijn omdat ze te duur zijn. Je zou een heel grote bibliotheek kunnen bouwen waarin de rekken opgesteld staan als een raster. Bij elk kruispunt kun je dan afslaan naar een ander inhoudelijk aspect. Of je kunt meerdere exemplaren kopen, zoveel als er deelfacetten aan de inhoud van een boek zijn, en die verdeel je dan over de desbetreffende rubrieken. En nog een ander idee, duidelijk uit het pre-computertijdperk: gebruik een systeem met ponskaarten waarbij je iemand het juiste deelonderwerp laat vinden door lange naalden doorheen een stapel kaarten te steken zodat de betreffende kaarten eruit vallen. Zijn ambitie reikte eigenlijk verder dan het ontsluiten van boeken; herhaaldelijk benadrukt hij dat ook artikels door middel van een classificatie ontsloten zouden moeten worden.

Classificatie als artificiële taal

De sterkte van het boek ligt uiteraard niet in deze gedateerde passages, maar in datgene waar Ranganathan goed in was. Hij beschrijft zijn notatiesysteem als een artificiële taal waarin je allerlei onderwerpen fijn kunt uitdrukken door in de notatie elementen op meerdere plaatsen in te voegen, terwijl de meeste classificaties alleen maar toelaten dat je op het einde van de notatie wat bijvoegt. Als wiskundige van opleiding had hij ook verrassende ideeën over hoe je een beperkte notatie, bestaande uit cijfers van 1 tot 9, onbeperkt kunt uitbreiden zonder dat ze eindeloos lang wordt, namelijk door na 8 door te gaan met 91, 92 enzovoort en daarna na 98 met 991 enzovoort: de zogenaamde octave notatie. Ook zijn formule om te berekenen hoeveel klassen je kunt coderen met een aantal karakters of cijfers is verhelderend.

Opstap naar ander werk

Philosophy of Library Classification is geschreven in een heldere en eenvoudige stijl. Of dat een gevolg is van Ranganathans opleiding als wiskundige dan wel van het feit dat Engels niet zijn moedertaal was, is mij niet bekend. Het boekje kan een opstap zijn naar zijn belangrijkere en meer technische boeken. Her en der duiken er begrippen op zoals het principe van inversie, hospitality in array en hospitality in chain, en verwijzingen naar zijn canons, zijn wetten over classificatie, die eigenlijk maar volledig uitgelegd worden in zijn Prolegomena to Library Classification.

Dode lichamen

In 1952 schreef Ranganathan in een artikel dat, wanneer classificatiespecialisten plots allemaal dokters zouden worden, ze zich dan zouden haasten naar de dissectiekamer, omdat ze dode lichamen verkiezen boven levende patiënten. Eigenlijk is dat een beetje wat aan de gang is bij vele bibliotheekwetenschappers in India: ze houden zich bezig met het kunstmatig in leven houden van de Colon Classification in plaats van met wat Ranganathan echt wilde, namelijk het steeds verder ontwikkelen van de theorie en de filosofie erachter.

Waarom lid van de VVBAD worden?

  • Deel zijn van het netwerk van experten en collega's
  • Mee de belangen van de informatiesector behartigen
  • Korting krijgen op de activiteiten van de VVBAD
  • Toegang krijgen tot vakinformatie
  • Participeren in de verenigingsbesturen
Word lid
© Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie vzw
Statiestraat 179 | B-2600 Berchem (Antwerpen)
Tel: (+32) 03 281 44 57 | email: vvbad@vvbad.be