De organisatie vierde in 2020 haar 75-jarige bestaan. Naar aanleiding daarvan blikken een dertigtal auteurs in de bundel Oorlog in onderzoek terug op diverse aspecten van de werking. Het boek bevat heel wat elementen die voor gelijkaardige instellingen herkenbaar zijn of interessante informatie opleveren.
Een aantal auteurs besteden bijvoorbeeld aandacht aan de vraag in welke mate een instituut dat zich richt op een specifiek verleden nog nut heeft. Hebben wij het intussen allemaal wel niet wat gehad met die oorlogsjaren? Wat betekent dat voor jongere generaties?
Het is een bekommernis die archieven en musea elk in hun eigen context weleens voorgeschoteld krijgen. Een oplossing bestaat er dan in zichzelf heruit te vinden of het werkingsveld te verbreden. In het geval van het NIOD is de oriëntatie doorheen de voorbije jaren inderdaad een aantal keren bijgesteld.
Er groeide eerst meer aandacht voor het koloniale verleden, later voor conflicten uit de recentere geschiedenis (Korea, de Balkan en recent zelfs het Midden-Oosten) en er volgde een bijkomende oriëntering op holocaust en genocide.
Huidig NIODdirecteur Frank van Vree beschrijft in het slotartikel hoe behoedzaam een dergelijke verandering aangepakt moet worden. Het is een herkenbaar beeld van zoeken naar evenwicht tussen het verbreden en toch behouden van de bestaande focus.
Enkele auteurs behandelen verder de vraag in welke mate een instituut als het NIOD keuzes moet maken tussen werken voor een groot publiek dan wel aansluiting zoeken met internationaal academisch georiënteerd onderzoek.
De eerste decennia koos de legendarische directeur Loe de Jong er uitdrukkelijk voor om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog naar het brede publiek te brengen.
Met zijn standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (13 delen in 27 banden en 17.000 pagina’s) beroerde hij de publieke opinie. De Jong groeide uit tot een mediafiguur en tot een expert die kon oordelen over het oorlogsverleden van politieke figuren.
Het effect van dergelijke bepalende figuren zorgt soms voor het afremmen van innovatie in de organisatie en dat was voor het NIOD niet anders. Later ging het NIOD een andere richting uit en koos meer voor de academische benadering.
Bijdragen over de rol van het NIOD in het consortium European Holocaust Research Infrastructure (EHRI) en over het openaccess-tijdschrift Fascism. Journal of Comparative Fascist Studies illustreren dat.