ATHENA, EuropeanaLocal en het agentschap Kunsten en Erfgoed organiseerden op 19 januari 2011 de conferentie Europeana en de digitale ontsluiting van cultureel erfgoed.
De Europese Commissie wil de toegang verbeteren tot het (digitale) Europese cultureel erfgoed dat zich in archieven, musea, audiovisuele collecties en bibliotheken in Europa bevindt, en dit door middel van het unieke toegangspunt Europeana.
Het Europeana Vlaanderen Overlegplatform wil kennisuitwisseling over (Europese) digitaliseringsprojecten bevorderen tussen cultureel-erfgoedinstellingen. Het is een ontmoetingsplaats waar de deelnemers in verschillende projecten in het kader van Europeana (en relevante projecten op Vlaams niveau) ideeën en ervaringen uitwisselen.
ATHENA en EuropeanaLocal
De Europese projecten ATHENA en EuropeanaLocal hebben Europeana een stap dichter bij Vlaanderen gebracht. ATHENA (Access to Cultural Heritage Networks) stimuleert de deelname van musea aan Europeana en ontwikkelde hiervoor tools, aanbevelingen en richtlijnen. PACKED vzw verzorgt de nationale coördinatie en de aanlevering van inhoud uit Vlaanderen. De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis coördineren de aanlevering van data uit de federale instellingen. KMKG is mede verantwoordelijk voor het werkpakket in verband met standaarden en PACKED vzw voor een werkpakket over auteursrechten. In het kader van ATHENA werd onder meer het LIDO-datamodel ontwikkeld, een event-gebaseerd model voor de uitwisseling van data uit museale collecties. De XML-export uit databanken van de participerende instellingen wordt in de ATHENA-ingestor gemapt naar LIDO (Lightweight Information Describing Objects) en van daar naar ESE. ’Linked Heritage’ bouwt vanaf april 2011 verder op de realisaties van ATHENA.
EuropeanaLocal levert inhoud aan Europeana met speciale aandacht voor lokale en regionale erfgoedcollecties. Erfgoedplus.be neemt samen met MovE voor België deel aan dit project. EuropeanaLocal bouwt zelf geen repository, maar ondersteunt de projectpartners bij het installeren van eigen repositories in overeenstemming met de door Europeana vereiste specificaties en protocols. EuropeanaLocal fungeert daarbij als belangrijkste testpartner voor de technische specificaties en procedures van Europeana zoals het ESE-datamodel, de richtlijnen voor conversie, aggregatie, OAI-PMH repositories, harvesting en voor de content checker.
Europese projecten als aanjager voor digitalisering
Deelname aan Europese digitaliseringsprojecten vereist via strikte deadlines dat de participerende instellingen tijdig resultaten afleveren. Daardoor wordt snel vooruitgang geboekt. De voorbeelden van KMKG en Amsab-ISG geven aan hoe respectievelijk ATHENA, MIMO en HOPE een belangrijke stimulans bieden.
Om via ATHENA aan Europeana deel te kunnen nemen zijn een museumcatalogus en een XML-export van de data nodig. Het KMKG paste hiertoe het softwarepakket MuseumPlus (van Zetcom) aan. Men bouwde een online museumcatalogus Carmentis, die naast de export ook een meertalige publieksinterface voorziet. LIDO geldt hierbij als standaard voor de export. Het doorlopen traject bestond voor KMKG naast het programmeren zelf uit een grondige voorbereiding: analyse, herstructurering en aanvulling van de MuseumPlus-gegevens en de mapping naar LIDO. Hiervoor werkte het museum zowel met Zetcom als met een programmator in huis. Een vergelijking leert dat de tweede optie interessanter is omwille van de snelheid, de directe communicatie, en de onafhankelijkheid van softwareleverancier. Helaas is de programmator in huis vaak een tijdelijke, projectgebonden kracht die nadien wegvalt.
Amsab-ISG maakt het digitale materiaal op verschillende niveaus beschikbaar. Via de Adlib OPAC op de eigen website, via projectwebsites en via netwerken en portalen zoals MovE, Archiefbank Vlaanderen, ABRAHAM, CaGeWeb, Labourhistory.net en Europeana. HOPE (Heritage of the People’s Europe) ontwikkelt specifieke profielen voor de metadata van archivalische, bibliothecaire, visuele en audiovisuele collecties waarnaar de collecties van projectpartners gemapt worden en die dan op hun beurt geconverteerd worden naar het EDM-datamodel. Voor archiefmateriaal baseert HOPE zich op de specificaties ontwikkeld door APENet, dat specifieke noden zoals hiërarchisch gestructureerde beschrijvingen (zoals in EAD) naar Europeana standaarden vertaalt.
Een integrale visie op digitalisering
Digitalisering mag geen parallelle bezigheid zijn. Naast belangrijke stimuli zoals online ter beschikkingstelling en conservatie kan digitalisering op een integrale manier in een beleid ingebed worden. Zo is voor het Huis van Alijn de digitale collectie een integraal deel van de visie, missie en werking.
De hele collectie digitaliseren is onmogelijk en ook onzinnig. Collectiebeherende instellingen moeten strategisch nadenken over de plaats en de functie van digitalisering en duidelijke keuzes durven maken. Criteria en keuzes dienen gemotiveerd, een digitaliseringsplan opgesteld en digitalisering moet de basis zijn voor een brede waaier aan basisactiviteiten zoals collectiebeheer, onderzoek en publiekswerking. Dan wordt digitaliseren een investering in de toekomst. Het maakt deel uit van de dagdagelijkse praktijk en vormt de rode draad tussen collectie en publiek.
Rode draden doorheen het digitaliseringsproces
Tijdens het namiddaggedeelte gingen korte gevalstudies vanuit de dagelijkse praktijk in op aspecten van het digitaliseringsproces.
Flandrica.be: de virtuele Vlaamse Erfgoedbibliotheek
De Vlaamse Erfgoedbibliotheek lanceert Flandrica.be, dat een overzicht van het corpus ‘Flandrica’ zal bieden. Het project is een samenwerking van zes grote bibliotheken in Vlaanderen en gaat in maart 2011 van start. Het wil een zinvolle toevoeging bieden aan de bestaande portaalsites en beoogt een rijke gebruikerservaring.
De projectpartners staan zelf in voor de digitalisering. Flandrica.be aggregeert deze informatie, in eerste instantie voor zichzelf, in tweede instantie voor overkoepelende portaalsites, zoals Europeana. Flandrica.be zal uit bestaande standaarden, richtlijnen en goede praktijken een werkwijze distilleren. Men streeft ernaar de zeven geboden van CEST, aanbevelingen naar kwaliteitsverbetering van digitaliseringsprojecten, toe te passen.
Van fiche naar Europeana
De collectie van het Stadsmus, Hasselt bestaat uit 7000 objecten die oorspronkelijk geregistreerd werden op papieren fiches, nadien digitaal met IMC en Adlib. De gegevens worden op het web gepubliceerd in Erfgoedplus.be en van daar geleverd aan Europeana. Dit hele traject beslaat een periode van tien jaar en kende twee grote cesuren, de overgang van de fiche naar IMC en de overstap naar Erfgoedplus.be.
Bij de eerste overgang stelde zich vooral het probleem van het beheer van de trefwoorden. Er werd daarvoor geput uit meerdere bronnen (naast de AAT ook Van Dale en Mardoc) en keuzes werden gemotiveerd en gedocumenteerd. Bij de deelname aan Erfgoedplus.be diende men na te denken over criteria voor publicatie en een striktere implementatie van thesauri. De ervaring van het Stadsmus toont dat ook kleinere instellingen kunnen deelnemen in grote projecten zoals Europeana, mits ze zorgvuldig omgaan met hun eigen inhoudelijke gegevens en kunnen werken met een tussen-aggregator, die zorgt voor technische ondersteuning.
Sur les traces du Hainaut
Sur Les Traces du Hainaut brengt digitale documenten samen uit archieven, bibliotheken, musea, audiovisuele en particuliere collecties. Het samenbrengen van gegevens uit verschillende bronnen schept altijd problemen van standaardisatie en migratie. Kritisch browsen in Europeana toont aan dat consistentie en begrijpbaarheid van gegevens zeer moeilijk te verwezenlijken is, vooral bij de grotere aggregatoren waar inhoudelijke controle praktisch onmogelijk is. Voor portaalsites is het cruciaal dat de informatie gestandaardiseerd wordt omdat verschillende bronnen anders niet gezamenlijk ontsloten en doorzoekbaar kunnen worden gemaakt.
Conclusies
Standaardisatie en migratie
Standaardisatie is noodzakelijk om digitale gegevens uitwisselbaar en in overkoepelende aggregatieplatformen doorzoekbaar te maken. Digitale ontsluiting via de eigen website of via aggregatieplatformen zoals Europeana vereist tijdrovende controle. Dit werkt echter tegelijk als een sterke motivatie. De data moeten zowel technisch als inhoudelijk van hoge kwaliteit zijn. De inhoudelijke correctheid van de data kan enkel gegarandeerd worden door de specialisten die zich in de instellingen bevinden en niet door aggregatoren zoals Erfgoedplus.be of Europeana.
Collectiebeherende cultureel-erfgoedinstellingen hebben bijgevolg de plicht om hun data correct aan te bieden. Overkoepelende niveaus kunnen technische ondersteuning bieden en hulpmiddelen aanbieden zoals het MovE-invulboek (dat aangeeft hoe velden in Adlib geïnterpreteerd moeten worden) en het beheer van thesauri. Het algemene publiek kan ook een rol spelen bij de inhoudelijke beschrijving van collecties. CEST biedt eveneens een instrument om standaardisatie te faciliteren.
Semantiek
Er wordt veel over het semantische web gesproken, ook bij Europeana, maar goede voorbeelden zijn alsnog beperkt. Wil men het semantisch web echter realiseren, dan zijn goede thesauri een onmisbaar instrument.
De Art and Architecture Thesaurus (AAT), en zijn Nederlandse vertaling AAT-Ned, is de breedst toepasselijke thesaurus voor de cultureel-erfgoedsector. De AAT is niet de enige, en dekt niet alle noden, ook niet in de museumsector. Het is echter wel de meest geschikte als centraal referentie instrument, bijv. om vergelijkingen te maken, bij aggregatieprojecten, en zeer specifiek ook in functie van het semantische web. De thesaurus moet daarvoor een dynamisch instrument worden, voortdurend verder ontwikkeld door samenwerking tussen de inhoudsspecialisten, de collectiebeheerders.
Auteursrecht
Een belangrijke struikelblok om het digitale verhaal te realiseren zijn auteursrechten. Deze materie behoeft een oplossing op Europees niveau. In april 2010 werd een Comité der Wijzen ingericht. Hun rapport adviseert over het materiaal dat zich in het publieke domein bevindt en doet uitspraken over materiaal waarop rechten rusten, met name over verweesde werken en werken die out-of-print zijn. De adviezen zijn constructief maar de auteursrechtelijke discussie is nog lang niet teneinde. In Vlaanderen richtten FARO, de Vlaamse Kunstcollectie (VKC), MovE en PACKED vzw onlangs vanuit de cultureel-erfgoedsector een gebruikersgroep op in verband met deze problematiek.
> europeana.eu
> peoplesheritage.eu
> apenet.eu
> projectcest.be
> flandrica.be